De week in wetenschapTonie Mudde

Zo zou de oudst bekende Nederlander eruit hebben kunnen zien

null Beeld

Vanaf nu te bewonderen in Leiden: het gezicht van de oudst bekende Nederlander. Maar hoe realistisch is zo’n reconstructie?

De oudste Nederlander heeft sinds deze week een gezicht. Kunstenaars maakten op basis van een stukje schedel een reconstructie van het gezicht van ‘Krijn’, een neanderthaler die ruim vijftigduizend jaar geleden leefde waar nu de Noordzee ligt, maar waar het zeeniveau toen 50 meter lager lag. Mooi beeld voor wie op strand of dijk uitkijkt over de golven: Krijn liep daar ooit rond op een steppe tussen paarden, mammoeten en neushoorns. In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden kun je nu een impressie krijgen van hoe die oudst bekende oer-Nederlander eruit zou kunnen hebben gezien.

Zou kúnnen hebben gezien, want van de echte Krijn is maar een karig stukje fossiel bewaard gebleven. Om precies te zijn: een stukje schedeldak met een wenkbrauwboog, en een holte in het bot die duidt op de aanwezigheid van een goedaardig gezwel. Hoe kun je op basis daarvan in hemelsnaam een reconstructie van een gezicht maken?

Reconstructie van neanderthaler ‘Krijn’, de oudst bekende Nederlander. Beeld HH /  ANP
Reconstructie van neanderthaler ‘Krijn’, de oudst bekende Nederlander.Beeld HH / ANP

Voor een reportage mocht ik ooit een dag meekijken in de werkplaats van de twee kunstenaars die het hoofd van Krijn boetseerden. Alfons en Adrie Kennis, tweelingbroers met een Brabantse tongval die een wedstrijdje snel praten zouden winnen van cabaretier Dolf Jansen. Het duo behoort tot de internationale top van paleo artists, schilderden oerbeesten voor covers van National Geographic en maakten onder meer een levensgrote reconstructie van de beroemde ijsman Ötzi. Ze hebben een hekel aan wat ze ‘pretpark-oermensen’ noemen, zo’n pop met een knots en een bontje die van de lopende band rolt voor amusementsdoeleinden.

De broers Kennis doen máánden onderzoek voor de reconstructie van één enkel oermens. Vergelijken met andere schedels van neanderthalers, bestuderen hoe oude nomadische culturen erbij liepen, alles met een opmerkelijk oog voor detail. Om bijvoorbeeld een gevoel te krijgen voor hoe spieren en huid gedrapeerd liggen om een prehistorisch skelet, kijken ze af bij de anatomie van hedendaagse dieren. Met naalden prikken ze door de vacht van overleden beesten om te meten hoe dik huid en spieren zijn.

‘Dus’, vroeg ik, ‘jullie reden met een dode chimpansee uit de dierentuin op de achterbank naar jullie atelier?’

Alfons: ‘Hij lag in de kofferbak.’

Adrie: ‘Maar laatst hadden we wel een kangoeroe op de achterbank.’

Alfons: ‘En de kop van een tapir.’

Het mooie aan de broers is dat ze ook open zijn over hun onzekerheden en twijfels. Neanderthalers waren slim genoeg om gereedschappen en sieraden te maken, maar liepen ze er bijvoorbeeld ook zwaar uitgedost en beschilderd bij om indruk op elkaar en andere stammen te maken? Niemand die het weet – en dus moeten de broers, bijvoorbeeld bij haardracht, een gokje wagen.

Naaktheid, ook zo’n tricky onderwerp voor paleo artists. Een lach bij een naakte, harige man wordt in de ogen van hedendaagse museumbezoekers al snel de grijns van een potloodventer. Adrie daarover: ‘De kunst is om een overtuigend onschuldig kijkende oerman te maken. Alleen dan kan hij zonder bontje voor zijn genitaliën.’

Dat probleem is in het Rijksmuseum van Oudheden overigens soepel omzeild. Van de oudste oer-Hollander maakten de broers alleen een buste, waardoor ze alle vrijheid hadden om Krijn die prachtige stralende lach te geven.

Meer over