archeologie

Zelf middeleeuwse munten opgraven? Hierbij twee onmisbare tips – en een valkuil

Hobbyisten met metaaldetectors stuitten in Twente op een begraven schat. Hoe doe je dat, naar archeologisch erfgoed speuren? En hoe voorkom je fouten?

Frank Rensen
Gerben ten Buuren, Linda Elfrink en Martin van der Beek (van links af), amateurarcheologen in natuurgebied het Springendal bij Ootmarsum.   Beeld Hilde Harshagen
Gerben ten Buuren, Linda Elfrink en Martin van der Beek (van links af), amateurarcheologen in natuurgebied het Springendal bij Ootmarsum.Beeld Hilde Harshagen

Gouden versieringen van een zwaardgreep, gouden en zilveren munten en 7de-eeuwse sieraden: archeologen konden hun geluk niet op toen ze onlangs in het Twentse natuurgebied het Springendal op de vondst stuitten. Met trots maakten de onderzoekers, van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Vrije Universiteit Amsterdam, eerder dit jaar bekend dat het waarschijnlijk ging om een heiligdom, aangezien voorwerpen uit uiteenlopende perioden en regio’s bij elkaar lagen.

Maar die archeologen waren niet de oorspronkelijke vinders: dat waren Gerben ten Buuren (53) en Martin van der Beek (49), die samen elk weekend met hun detectors op pad gaan, naast hun doordeweekse baan respectievelijk in de metaalindustrie en als technisch operator in een fabriek voor schoonmaakmiddelen. Toen ze de eerste gouden munten in het Springendal vonden, schakelden ze ‘de professionals’ in en bleven betrokken bij de grootschalige opgraving die volgde.

Ten Buuren en Van der Beek zijn niet de enige hobbyisten die grote geheimen uit het verleden opgroeven. Recentelijk vond een Deense amateurarcheoloog meer dan twintig gouden sieraden van voor de Vikingtijd en in Schotland stuitte een timmerman met zijn metaaldetector op een zwaard, paardentuig en rammelaar uit de bronstijd. Hoe gaan dit soort hobbyzoekers te werk?

Gerben ten Buuren, Martin van der Beek  en Linda Elfrink met hun metaaldetectors in het Springendal bij Ootmarsum. Beeld Hilde Harshagen
Gerben ten Buuren, Martin van der Beek en Linda Elfrink met hun metaaldetectors in het Springendal bij Ootmarsum.Beeld Hilde Harshagen

Tip 1: Ken je geschiedenis

‘De locatie waar je gaat zoeken is ontzettend belangrijk’, zegt Ten Buuren. ‘Soms gok ik en ga ik gewoon op de bonnefooi, maar veel vaker doe ik vooraf onderzoek.’ Hij zoekt bijvoorbeeld op oude kaarten naar wegen en contouren van gebouwen waar mensen eeuwen geleden mogelijk spullen hebben begraven.

Een bron voor dat soort informatie is uiteraard het internet, al maakt Ten Buuren zelf het liefst een praatje met buurtbewoners: ‘Bij voorkeur met de oude garde. In het verleden hebben enkele senioren mij bijvoorbeeld op oude, vergane kerkpaden in de omgeving gewezen.’ Toen Ten Buuren daar ging zoeken, vond hij munten en zilveren knopen, ooit verloren door kerkgangers in hun zondagse pak.

Tip 2: Sluit je aan bij andere hobbyisten

‘Toen ik begon, ging het moeizaam’, zegt Van der Beek. ‘In eerste instantie ben je op jezelf aangewezen, maar dat hoeft niet.’ De bal ging rollen toen hij in contact kwam met andere hobbyisten, bijvoorbeeld via het perfect genaamde onlineforum PiepPiep.nl. ‘Daar kun je je laten informeren over de apparatuur en werkwijze. Ook kom je in contact met mensen via de georganiseerde zoekdagen. Daar hebben Gerben en ik elkaar ook leren kennen.’

In dit sociale netwerk weet iedereen de weg naar de speciaalzaak voor metaaldetectoren. ‘Wat je ook doet, ga niet naar Intertoys of Aldi voor een metaaldetector’, zegt Van der Beek. ‘Die apparatuur werkt dermate slecht dat het alleen maar demotiverend werkt.’

De volgende stap is om zo’n detector, ‘piepstok’ voor ingewijden, te leren kennen. Oftewel: bij welke piepjes is het opgraven de moeite waard? Elk voorwerp geeft een ander piepje. Dat doen ze door de magnetische velden die een detector uitzendt te weerkaatsen. Een hoge piep verraadt bijvoorbeeld een zilveren munt, terwijl een ijzeren spijker een lage brom geeft. ‘In het begin moet je alles opgraven, dat is de enige manier om al die verschillende geluiden aan voorwerpen te kunnen koppelen’, zegt Van der Beek.

Dat vergt geduld, wat Linda Elfrink (37), een ‘zoekmaat’ van Ten Buuren en Van der Beek, kan beamen. Zij noemt metaaldetectie vaak ‘vissen op het droge’: net als vissers beleven speurders met metaaldetectoren een zenachtige tevredenheid in de stilte van de natuur, ook als er aan het eind van de dag niets belangwekkends in de emmer is beland.

12/05/2022, Oostmarsum, natuurgebied Springendal. Martin van der Beek, Gerben ten Buuren en Linda Elfrink zijn amateurarcheologen en gaan ieder weekend op pad met hun metaaldetector. Beeld Hilde Harshagen
12/05/2022, Oostmarsum, natuurgebied Springendal. Martin van der Beek, Gerben ten Buuren en Linda Elfrink zijn amateurarcheologen en gaan ieder weekend op pad met hun metaaldetector.Beeld Hilde Harshagen

Valkuil: Pas op voor een strafblad

Het zoeken naar oude voorwerpen is een leuke hobby, maar niet zonder verplichtingen. ‘Archeologie, ook voor amateurs, gaat niet om goud, schatten en financiële beloningen', zegt historicus Jona Lendering. ‘Het gaat om data, om wetenschap.’

Dat sommige hobbyisten met verkeerde intenties te werk gaan, blijkt uit een opgraving in Heumen, Gelderland. Op de zwarte markt verschenen in 2018 voorwerpen uit een Keltisch graf, die snel in beslag zijn genomen. De oorspronkelijke vinders hadden drie wetten overtreden: ze zochten in verboden terrein, groeven te diep en maakten geen melding van hun vondsten. Tegen hen loopt een rechtszaak.

De amateur-archeologie is in 2016 gelegaliseerd, met een paar kanttekeningen. Zo is toestemming van de grondeigenaar nodig. Een knikje van boer of boswachter is genoeg. Daarnaast mogen amateurs niet dieper dan 30 centimeter graven. Die bovengrond is vaak al verstoord, waardoor het woelen van een hobby-archeoloog weinig uitmaakt. Bovendien zijn hobbyisten verplicht hun vondsten, mits van enig historisch belang, te melden. Die melding dient slechts om wetenschappers te attenderen, de vondst blijft van de vinder.

Het doen van zo’n melding is eenvoudig, dankzij de database Portable Antiquities Netherlands (PAN). Dit initiatief werd meteen na de legalisatie van de hobby opgericht door archeoloog Stijn Heeren, betrokken bij de opgraving van de vondst van Ten Buuren en Van der Beek. ‘Met het opsturen van een foto en een klein formulier via onze app belandt je vondst bij ons in de database’, legt hij uit. Na melding komt een expert van PAN de vondst determineren. Zo bouwen professionals en amateurs samen een kaart van archeologisch Nederland op.

‘Amateurarcheologen zijn de ogen en oren van het vakgebied’, zegt Jan Willem de Kort, onderzoeksleider van de opgraving in Twente. ‘Ze zijn lekker koppig en zoeken op plekken die professionals al hebben afgeschreven’, zegt hij. Zelfs als de professionals worden opgetrommeld, blijven de amateurs waardevol: ‘Gerben, Martin en Linda waren dag in, dag uit aan de slag bij de opgraving. Dat is maar goed ook, want zij kunnen met hun detectors meer dan de profs.’

Meer over