ColumnIonica Smeets

Zal ik in september weer online-onderwijs geven of in de collegezaal staan?

null Beeld

Deze week dacht ik na over mijn colleges van september. Zou ik net als vorig jaar het wat stroeve online-onderwijsplatform Kaltura gebruiken, of zou ik overstappen naar Zoom? Of, bedacht ik terwijl de zon ineens tussen de wolken doorkwam, zou ik weer fysiek voor een collegezaal staan?

Alle docenten van het mbo en hoger onderwijs zitten op dit moment in twee toestanden tegelijk. Minister Van Engelshoven heeft ons gevraagd om voor na de zomer rekening te houden met twee scenario’s: eentje waarin studenten anderhalve meter afstand moeten houden en eentje waarin dat niet meer hoeft.

Dat klinkt misschien haalbaar op papier, maar in de praktijk valt het tegen. Voor corona puilden de collegezalen al uit, met studenten die in gangpaden stonden. Het afgelopen jaar deed ik vrijwel alles online, ook toen fysiek onderwijs wel weer kon. Met de anderhalvemeterregel is er veel te weinig plek in de collegezalen – om over de practicumzalen en zaaltjes voor werkgroepen nog maar te zwijgen.

Ik weet hoe ik online-onderwijs zou moeten voorbereiden, want dat heb ik het afgelopen jaar geleerd. Ik weet ook hoe ik fysiek onderwijs zou moeten voorbereiden, dat heb ik de jaren daarvoor gedaan. Alleen vraag ik me na al dat online-onderwijs nu af hoe ik in een echte collegezaal studenten snel in willekeurige tweetallen een oefening kan laten doen en wat een handige manier is om een internationale spreker een onlinegastcollege te laten geven.

Maar wat ik dus niet weet, is hoe ik twee scenario’s tegelijk moet voorbereiden voor september. Twee scenario’s voorbereiden kost – heel verrassend – ongeveer twee keer zoveel tijd. Tijd die ik net als de meeste docenten niet heb. Op 13 augustus weten we pas hoe het onderwijs dit najaar eruit zal zien en demissionair minister Van Engelshoven zei dat ze erop vertrouwt dat docenten als het nodig is snel kunnen schakelen.

Nu gebruik ik zelf altijd de zomervakantie om (dit is een ongebruikelijke gedachte) vakantie te nemen. Een van de vele voordelen van werken aan een onderwijsinstelling vind ik het ritme van de jaarindeling. Voor de zomervakantie rond ik alle lopende vakken en afstudeerprojecten af en heb ik eindelijk een paar weken tijd om flink aan mijn onderzoek te werken en nieuwe plannen te smeden. Daarna ga ik op vakantie met mijn gezin. En als ik weer terug ben aan de universiteit, begint daar een nieuwe lading studenten met verse ideeën. Dat vaste ritme miste ik enorm toen ik een paar jaar als wetenschapsjournalist werkte. Wat heb je aan een nieuw jaar dat op 1 januari begint, terwijl er behalve je eigen goede voornemens helemaal niets verandert ten opzichte van december?

Maar dit jaar voelt het academische ritme een stuk minder fijn dan anders. Die twee scenario’s tegelijk passen domweg niet in mijn hoofd. Misschien gaan collega’s van quantummechanica soepeler om met in twee toestanden tegelijk zijn, maar ik voel me als de kat van Schrödinger die in een zeer merkwaardig gedachtenexperiment is beland.

Ionica Smeets keert 28 augustus terug met haar column.

Meer over