Woede over spelling is onterecht

De actualisering van de spelling door de Taalunie is vooral een correctie op de rampzalige wijzigingen van 1995. Niet veel meer, legt Henk Verkuyl uit....

Er wordt wel eens over onze cultuur gezegd dat alles wat boven hetmaaiveld uitsteekt, wordt gesnoeid. Gespiegeld treffen we hetzelfde aan:de diepgang is minder dan een grassprietje. Zo ervaar ik de houding van depers na het verschijnen van de Woordenlijst. Lezers worden niet zorgvuldiggeïnformeerd over wat de spellingcommissie van de Taalunie, de WerkgroepSpelling (WGS), in feite heeft gedaan. Men stort zich op het vinden vanwoorden die zijn veranderd ten opzichte van 1995, stelt vast dat dat ermeer waren dan gedacht en vervolgens ontsteekt men in woede omdat deveranderingen als onlogisch worden gebrandmerkt. Niemand vroeg de betrokkendeskundigen toelichting.

Een voorbeeld. De actie van de dagbladen en tijdschriften werdopgehangen aan het feit dat Middeleeuwen nu met kleine letter moet wordengespeld, terwijl bevrijdingsdag een hoofdletter krijgt. Enkelehoofdredacteuren zeiden dat ook. Hadden ze het over een feit? Nee, wantbeide woorden mogen zowel met als zonder hoofdletter worden gebruikt.

De ruimte voor dit soort variatie is goed verdedigbaar en wenselijk inhet domein van hoofdletters en andere gebieden van de spelling waar deonvrede inmiddels op wordt gericht: verbindingsstrepen, hoofdletters,trema's en apostrofs.

Ouderen weten nog dat de VPRO de puntjes in V.P.R.O. verloor na eenpaleisrevolutie. Terugblikkend op ruim dertig jaar blijkt dat er aan denotatie van afkortingen veel is veranderd: vroeger werden ze methoofdletters en punten geschreven, nu bij introductie ook nog wel, maarveel sneller dan vroeger gebruikt men alleen nog maar hoofdletters en gaatvan daaruit ook veel sneller over op kleine letters: havoschool,havoonderwijs. Een probleem is nu dat de oo in het laatste woord watverwarrend is, dus het wordt havo-onderwijs met een streepje.

Dat betekent wel dat er twee manieren zijn om met afkortingen om tegaan, tenzij men ook havo-school zou schrijven met een streepje. Dat kannatuurlijk, maar dan moet je dat ook gebruiken in laser-printer ennazi-beul, pin-code en pet-fles. De prijs die dan wordt betaald, is (te)hoog want deze woorden worden al jaar en dag aan elkaar geschreven omdatdat zo gemakkelijk gaat. Er komen ook te veel liggende streepjes in eentekst en die zijn in onze spelling toch al overbelast: ze zijn er voorkoppeling, voor scheiding, voor afbrekingen, voor verkortingen, om maar watte noemen. Bovendien gedragen sommige afkortingen zich gewoon als woordenen andere niet, zoals inD-trein, KPMG-klant en vmbo-school. Elke letter vande afkorting wordt dan als letter uitgesproken. Men kan vmboschoolschrijven, maar er is toch voor een streepje gekozen als signaal voor delezer: pas op, spreek de letters uit.

Er zijn ook afkortingen die beide mogelijkheden hebben. Door devariatiemogelijkheid kan het onderscheid tussen nosjournaal (nos als woorduitgesproken) en het NOS-Journaal (uitgesproken als N, O en S), waarin dehoofdletters bewaard blijven zoals gebruikelijk bij logo's, ook in hetschrift worden uitgedrukt. Is het wereldvreemd deze rijkdom vanuitdrukkingsmogelijkheden te handhaven? Is het wereldvreemd te constaterendat je bij een eenduidige keuze in dit soort zaken ook altijd een prijsbetaalt? En is het wereldvreemd in te zien dat er nooit consistentie is tebereiken en dat dat ook niet moet om de taal niet onnodig in te perken?

Terugkerend naar de hoofdletter, zien we dat ook daar de ontwikkelingendoorgaan. Kranten houden niet erg van hoofdletters. Ze zouden dus blijmoeten zijn met regels waarbij een woord zijn hoofdletter niet hoeft tebehouden als het niet echt als eigennaam is bedoeld. Dat is allang zo methet woord Aspirine, dat kan variëren met aspirine zodat je kuntonderscheiden tussen het specifieke merk en het prototype.

Eigennamen verliezen ook hun karakter als ze worden ingebed in eengroter geheel. Freud en het achtervoegsel -iaans wordt freudiaans, in debetekenis 'à la Freud', of 'volgens de leer van Freud'. Zo betekentmiddeleeuws meer 'behorend tot de Middeleeuwen' of 'op Middeleeuwse wijze',terwijl iemand die uitroept Het is hier net de middeleeuwen doelt op eentoestand die hem of haar doet denken aan de Middeleeuwen. Freud enMiddeleeuwen met hoofdletters zijn bedoeld voor een gebruik waarin hetkarakter van eigennaam van belang is. Dat is bijvoorbeeld het geval incontexten waarin een woord als Middeleeuwen als vakterm wordt gebruikt.

Interessant is de behoefte bij de kranten aan eenduidigheid. Door eenbij de actie betrokken journalisten werd mij verweten dat de WGS niet eensen voor altijd gekozen heeft tussen middeleeuwen of Middeleeuwen. Het konhem niet schelen welke van de twee, maar dat je beide vormen zou kunnenhebben, was voor hem onbespreekbaar. Overigens was Middeleeuwen met eenhoofdletter in 1995 fout omdat toen voor ijstijd, oudheid, interbellum, endergelijke een kleine letter werd gekozen.

Is één spelvorm absoluut gewenst? Nee, niet altijd want er zijnsubtiele maar goed waarneembare verschillen, zoals die er ook zijn in hetgebruik van het vrouwelijke persoonlijke voornaamwoord, derde persoonenkelvoud. Het Nederlands heeft zij en ze. Schaffen we dat onderscheid afterwille van het zoeken naar eenduidigheid? Nee, want er zijn contextenwaarin je zij gebruikt en ze niet kunt gebruiken en andersom. Zo krijgt ookHitlerretoriek de betekenis 'de retoriek van Hitler zelf', terwijlhitlerretoriek betekent 'retoriek zoals die van Hitler'. Het is nodig omnaast middeleeuwen ook Middeleeuwen te hebben, het is nodig om naastStandaard-nederlands (als officiële vakterm en opvolger van AlgemeenBeschaafd Nederlands) ook standaardnederlands te hebben (als meer algemenebenaming om een bepaald soort gebruik van het Nederlands af te zettentegenover iets vergelijkbaars in den vreemde, bijvoorbeeld standaardfrans),maar de spelling laat ook Standaard-Nederlands toe, om bijvoorbeeld aan tegeven dat je spreekt over het Nederlands zoals de Belgische krant DeStandaard dat gebruikt.

Deze voorbeelden maken duidelijk dat in het spellingsysteem enige ruimtemoet zijn voor variatie, voor keuzen. Dat element van spelling doet rechtaan het feit dat inhoudswoorden (naamwoorden, werkwoorden, en dergelijke)net zomin constant zijn als degenen die ze gebruiken. We hebben dievrijheid, en als ervaren taalgebruikers willen de leden van de WGS diebehouden in de genoemde domeinen.

Ik heb veel begrip voor de woede bij taalgebruikers over despellingperikelen. Maar die woede komt voort uit de rampzalige wijzigingin 1995. Daarin hebben politici een actievere rol gespeeld dan bekend is.Ik ga op die rol niet in, dat is aan historici. Wel kan ik zeggen dat deWGS nu geen last heeft gehad van de politiek. En zoiets leidt tot veelbetere resultaten, al zijn er vast wel gevallen waar de beslissing watongelukkiger uitpakt dan voorzien. Maar dat aantal is beperkt.

Meer over