COLUMNJasper van Kuijk

Wij mensen zijn de voortplantingsorganen van de technologie

null Beeld

Denkfouten in het hedendaags ontwerp gefileerd door innovatie-expert (en cabaretier) Jasper van Kuijk. Deze week: het technologisch organisme.

Technologie is niet een gereedschap dat ons ten dienste staat. Het wil dingen.

Toen ik rond de millenniumwisseling afstudeerde bij Philips Research was ik naïef optimistisch over de belofte van informatietechnologie. Ik had een pda (een ‘personal digital assistant’) die je met je pc kon synchroniseren om zo onderweg krantenartikelen te lezen. Wauw. Het was de tijd waarin techrubrieken nog vooral gadget-rubrieken waren. Al die prachtige mooie nieuwe innovaties, en de grootste uitdaging was toch vooral om ze nóg beter, goedkoper en gebruiksvriendelijker te maken.

Maar zoals elke grote technologische verandering gooide ook deze de maatschappij grondig overhoop.

Ja, technologie kán positief zijn. Razendsnel ontwikkelde coronavaccins. Duurzame energie. Voedselverbetering. Maar technologie is vaak minstens evenzeer probleem als oplossing. Desinformatie, overconsumptie, vervuiling, klimaatverandering, uitbuiting van werknemers, flitshandel op de beurs, hoe we vergroeid zijn met onze schermpjes. Ook allemaal mogelijk gemaakt door technologie.

Zorgen over nieuwe technologieën zijn niet nieuw. Bij de introductie van het geschreven woord en van de eerste stoomtrein waren die er ook al. Maar het gaat ook om het tempo waarmee en de mate waarin technologie nu de wereld verandert. Met suiker is in principe ook niets mis. Met een half pond suiker in je ontbijt, lunch én avondeten wel.

En natuurlijk hebben we ons steeds aangepast aan nieuwe technologie. Maar dat wil nog niet zeggen dat dat goed is. Als over twee decennia blijkt dat we onze dagen doorbrengen liggend in een plastic zak met twee rietjes met sondevoeding in onze neus en ons brein ingeplugd op quantum-internet kun je zeggen: ‘Zie je wel, daar hebben we ons toch mooi aan aangepast.’ Maar misschien moet je ook de vraag blijven stellen: wat is eigenlijk een goed leven?

Wij mensen zijn niet de meesters van technologie, maar de voortplantingsorganen ervan. Die gedachte poneerde Kevin Kelly, ooit een van de oprichters van het techtijdschrift Wired. Hij ziet alle op de wereld aanwezige technologie tezamen als een groot evoluerend organisme: het technium. Een technologische tegenhanger van het biologisch leven. Bepaalde onderdelen van het systeem ondergaan mutaties waardoor ze zich sneller verspreiden: een nieuw type batterij, informatietechnologie, een gebruiksvriendelijkere touchscreentelefoon. En net als bij biologisch leven begon dit systeem simpel, maar wordt het steeds complexer. En intelligenter. En om zich voort te planten heeft technologie (nu nog) mensen nodig. Dus wij zijn geslachtsorganen.

Ik denk dat deze gedachte een nuttig gevoel van bescheidenheid en urgentie in zich draagt.

Technologie is inmiddels zo alomtegenwoordig en ontwikkelt zich zo snel dat we het ons niet meer kunnen permitteren om het slechts te zien als iets dat ons dient. We kúnnen technologische ontwikkelingen bijsturen, maar dat kost aandacht en inspanning. Want, zoals Kelly stelt, technologie heeft een eigen wil. En als we niet oppassen zijn we niet alleen geslachtsorganen, maar ook de lul.

Jasper van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk

null Beeld
Meer over