Weer schrijft Kincaid over zichzelf

DE HOOFDPERSONEN van Jamaica Kincaid zijn nooit zachtaardig, innemend en bescheiden. Ze behoren niet tot het slag waaraan je na enkele bladzijden gehecht raakt, wier woorden je voor zoete koek slikt, en wier handelen je onmiddellijk als vanzelfsprekend ervaart....

Een vast ingrediënt in al haar boeken is de moeizame relatie van de (vrouwelijke) hoofdpersoon met haar moeder. Al in het eerste verhaal van de uit 1983 daterende debuutbundel At the Bottom of the River, wist ze een verzuurde moeder-dochterrelatie heel oorspronkelijk en indringend tot leven te wekken. Het verhaal, 'Meisje' getiteld, bestaat uit niet meer dan een hele reeks achter elkaar geplakte vermaningen, opdrachten, geboden, verboden en terechtwijzingen, waarvan onmiddellijk duidelijk is dat een moeder ze aan haar dochter heeft gericht. Een verhaallijn ontbreekt, maar de lezer kan er zelf gemakkelijk tien uit distilleren.

Ook in de andere verhalen was het thema van een opgroeiende dochter die zich losmaakt van haar moeder, de rode draad. Hetzelfde gold voor de roman Annie John (1985), over een opgroeiend meisje op het Caribische, door de Britten gekoloniseerde eilandje Antigua. Annie is een begaafd en eigenzinnig kind. Haar overgang naar de volwassen wereld betekent bijna het verlies van het aardse paradijs.

Aan het slot vertrekt ze als 17-jarige naar Groot-Brittannië om verpleegster te worden. Haar verhaal lijkt op dat van Kincaid zelf, zonder dat alle details kloppen (het was de wens van haar moeder dat zij verpleegster zou worden; zelf dacht ze daar anders over). In haar tweede roman, Lucy (1990), schreef Kincaid over een Antiguaans meisje dat au pair wordt in New York, een gegeven dat dichter in de buurt komt van Kincaids autobiografie. Ook hier is de moeder-dochterrelatie een centraal gegeven.

Dat het thema haar niet losliet, bleek bij de publicatie van The Autobiography of My Mother (1996), waarin de hoofdpersoon haar moeder ten gevolge van haar geboorte verliest. Ook hier vervlocht Kincaid het persoonlijke met de thematiek van slavernij, kolonialisme en racisme. Het feit dat haar hoofdpersoon werd geboren uit een huwelijk tussen een Schotse vader (afstammend van kolonialen) en een zwarte moeder (nazaat van Afrikaanse slaven), maakte het allemaal des te pregnanter. Hoewel ook Kincaid is geboren uit een gemengd huwelijk - ze werd in 1949 geboren als Elaine Potter Richardson - is de roman minder naar de letter dan naar de geest autobiografisch.

Na het scherpe, essayistische vertoog over haar geboorte-eiland Antigua,

A Small Place (1988), is het onlangs in vertaling verschenen Mijn broer (My Brother) Kincaids tweede non-fictieboek. Het werd althans in Amerika uitgebracht met de ondertitel A Memoir en kreeg een nominatie voor de National Book Award in de categorie non-fictie. Mijn broer leest echter als een roman; toon en thematiek sluiten naadloos aan bij Kincaids fictiewerk. Dat deed A Small Place welbeschouwd ook al. Welke vorm Jamaica Kincaid ook kiest, haar literaire en particuliere geesten blijven haar nadrukkelijk volgen.

Aanleiding voor Mijn broer was het overlijden van Devon, de jongste van haar drie broers. Hij was 3 toen zijn zuster als au pair naar de VS vertrok, en is volwassen als zij hem terugziet op zijn ziekbed in Antigua, lijdend aan aids. Zo zal ze hem, met tussenpozen, ook de laatste drie jaar van zijn leven meemaken. En zoals ze op hem paste toen hij nog een klein jochie was, zo neemt ze nu ook zijn verzorging op zich. In liefde culmineert dit alles echter niet. 'Ik hield niet van mijn broer, ik vond mijn broer niet aardig, het speet me alleen heel erg dat hij gestorven was.' Eerlijk, maar hard. Ondanks de titel is het onderwerp niet het leven en sterven van haar broer en de band tussen de schrijfster en hem. Weer is de o zo moeizame moeder-dochterrelatie het ware thema. Want wat zijn haar broers anders dan schimmen waarvan de geboorte het einde markeerde van 'de mooie, intelligente vrouw' die hun moeder was, en die verwerd tot 'de bittere, wrede moeder die ik nu ken'?

Het is opmerkelijk dat de grondtoon van een boek dat handelt over de dood van een naaste, er niet een is van rouw, maar van verongelijktheid. Wanneer iemand oppert dat zij de doodzieke Vernon zou kunnen meenemen naar haar nieuwe vaderland, komt ze met de smoes dat Amerika hem vanwege zijn ziekte nooit zal toelaten. In werkelijkheid heeft ze geen zin hem in 'de zuurverdiende orde van mijn leven' toe te laten.

Als de gesprekspartner begrijpend reageert met: 'Ach ja, racisme hè', volgt een inwendige tirade tegen mensen die alle tegenslag wensen af te wentelen op het racisme. Daaraan ligt geen Naipauliaanse verontwaardiging ten grondslag, maar recalcitrantie, net als aan haar conclusie dat Vernons ziekte zijn 'eigen schuld' is.

De ware hoofdpersoon van Mijn broer is dan ook, net als in haar andere boeken, Jamaica Kincaid. Aan het slot omschrijft ze het als volgt: 'Ik ben schrijfster geworden uit wanhoop, dus toen ik voor het eerst hoorde dat mijn broer doodging, wist ik wat ik moest doen om mezelf te redden: ik zou over hem schrijven.'

Mijn broer is een egocentrisch boek met een egocentrische vertelster, die bij vlagen mateloos irriteert, gespeend is van elk gevoel voor humor, maar op een merkwaardige manier de lezer meevoert en nooit onverschillig laat.

Meer over