Water en vuur

Het botert meestal niet tussen de beoefenaren van de reguliere geneeskunde en hun collega’s uit het alternatieve circuit. De artsenorganisatie KNMG tracht vandaag een standpunt te bepalen....

Margreet Vermeulen

Komt een hartchirug bij de acupuncturist. ‘Dokter, ik heb zo’n last van hartkloppingen.’ Na een tijdje praten zegt de acupuncturist: ‘Ga op tijd naar bed, beperk het overwerk en begin de dag met een stevig ontbijt.’ De hartchirurg doet braaf wat hem wordt gezegd. Twee weken later zijn de hartkloppingen weg.

Artsen en alternatieve genezers lijken water en vuur. Na de zaak-Millecam, waarin behandelaars van de in 2001 aan borstkanker overleden comédienne Sylvia Millecam onder vuur kwamen te liggen, is de weerstand tegen alternatieve genezers flink opgelaaid. Vandaag discussieert de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) over haar standpunt ten aanzien van alternatieve geneeswijzen. De vorige minister van Volksgezondheid, Hans Hoogervorst, had daar om gevraagd. Want alternatieve genezers doen misschien niet aan geneeskunst, maar ze doen wel goede zaken. Ze bieden iets waar de patiënt om vraagt – en wellicht kunnen klassieke medici iets van hen leren.

Het voorlopige standpunt van de KNMG hinkt een beetje op twee gedachten. Alternatieve geneeswijzen zijn oké, zolang ze worden beoefend door ‘echte’ artsen. Want die kun je op hun medische verantwoordelijkheid aanspreken.

Cees Renckens, voorzitter van de Vereniging tegen Kwakzalverij, spuugt bijkans vuur. ‘Juist artsen moeten zich verre houden van alternatieve geneeswijzen. Die moeten hun handelen baseren op wetenschappelijke inzichten. Ze moeten uniforme beroepsopvattingen uitdragen. Straks gaat de ene arts zus doen en de andere zo.’

Het brein achter het KNMG-standpunt is Lode Wigersma, directeur beleid. Volgens hem is het heftige debat over de alternatieve geneeskunst een studeerkamerdebat, opgestookt door enkele anti-kwakzalfactivisten en wetenschappers. ‘In de dagelijkse praktijk zijn behandelend artsen best soepel’, aldus Wigersma, die vroeger als huisarts geregeld patiënten met hoofdpijn naar een acupuncturist verwees en mensen met rugklachten het telefoonnummer gaf van een manueel therapeut.

Wigersma begrijpt het succes van de alternatieven wel. ‘De patiënt krijgt er meer aandacht. In de traditionele geneeskunst wordt de zieke in steeds kleinere partjes over steeds meer dokters verdeeld. Wie heeft er nog het overzicht? Wie kijkt er nog naar de persoon achter de patiënt? Dat mogen we ons best aantrekken.’

Er zijn pakweg vijfhonderd verschillende alternatieve therapieën en duizenden iriscopisten, natuurgenezers, homeopaten, antroposofen, hypnotherapeuten, manueel therapeuten en andere alternatieve behandelaars. De meesten zijn geen arts. ‘Elke overspannen onderwijzer mag een bordje ‘therapeut’ op de deur spijkeren’, moppert Renckens. Ze zijn zo vrij als een vogeltje, zolang ze zich maar geen arts noemen als ze dat niet zijn, en geen handelingen verrichten die aan artsen zijn voorbehouden, zoals injecties geven, inwendig onderzoek doen of opereren.

Renckens zou het hele alternatieve circus dolgraag wettelijk verbieden. Maar dat is volgens zijn opponenten praktisch onmogelijk. ‘Dan gaat het fenomeen ondergronds’, voorspelt de KNMG. ‘En dan ben je nog verder van huis.’ Een verbod staat bovendien haaks op het breed gevoelde verlangen in de samenleving ook op dit terrein de markt zijn werk te laten doen.

Er is trouwens geen aanleiding alternatieve genezers te verbieden, vindt hoogleraar farmacologie, arts, hypnotherapeut en acupuncturist Jan Keppel Hesselink. Hij is voorzitter van de Stichting voor Innovatief Onderzoek en Onderwijs van Complementaire (lees: alternatieve) Behandelwijzen, kortweg IOCOB. ‘Alternatieve genezers richten geen schade aan. Er zit een enkele malloot tussen die knettergek is. Die moet aangepakt. Maar malloten vind je overal. De rest werkt veilig. De Raad voor de Volksgezondheid (RvZ) heeft er in 2005 nog onderzoek naar gedaan. Ze hebben niet kunnen concluderen dat alternatieve geneeswijzen onveilig zijn.’

Volgens Cees Renckens (Vereniging tegen Kwakzalverij) heeft de RvZ destijds inderdaad geen schade aangetroffen. ‘Maar men pleitte wel voor vervolgonderzoek. Dat had geen politieke prioriteit. Helaas, want na de zaak-Sylvia Millecam heeft een alternatieve geneesheer een andere Sylvia met borstkanker de dood ingejaagd met injecties met natrium-bicarbonaat. Zulke excessen zijn alleen maar mogelijk in dit tolerante milieu. Ik geef toe: meestal vloeit er geen bloed in het alternatieve circuit, maar mensen krijgen wel rare ideeën aangepraat over de oorzaak van hun ziekte, over meridianen en noem maar op.’

Dat er behoefte is aan alternatieve geneeskunst en dat alternatieve therapieën steeds vaker worden vergoed door de verzekeraar, maakt op Renckens geen indruk. ‘Er is ook behoefte aan alcohol, tabak en kermis. Dat wil nog niet zeggen dat het goede dingen voor de mens zijn. En wat die verzekeraars betreft: die vergoeden tegenwoordig zelfs een reis naar Lourdes. U gaat me toch niet vertellen dat dat ook helpt?’

Alternatieve geneeswijzen heten alternatief omdat hun werking niet wetenschappelijk is aangetoond. Maar dat wil niet zeggen dat het allemaal quatsch is, benadrukt Keppel Hesselink (IOCOB), die op zijn website probeert de zinnige van de onzinnige therapieën te scheiden. ‘Er is indrukwekkend veel bewijs verzameld dat behandelingen als acupunctuur, manuele therapie en hypnotherapie werkzaam zijn bij bijvoorbeeld hoofdpijn, rugpijn, misselijkheid en stuitliggingen. Je kunt honderden euro’s besparen als je hypnotherapie gebruikt voor een operatie. De operatie duurt korter en er is minder verdovingsmiddel nodig.’

Voorbeelden van onzinnige therapiëen heeft Hesselink ook: een koperen armband, oftewel een bio-regulator, doet bijvoorbeeld niets. Hesselink baseert zich vooral op buitenlands onderzoek. ‘Want in Nederland lopen we op dit terrein hopeloos achter. We zijn star en conservatief. In de VS kun je voetzoolreflexmassage krijgen om de weeën te verlichten en bevallen met hypnotherapie. Daar kan het wel. De Amerikaanse overheid financiert onderzoek naar alternatieve geneeskunst. In Nederland, met zijn verzuilde gereformeerde hokjesgeest, kan dat niet.’

Zelfs als de werking van een alternatieve therapie niet is aangetoond, heeft de farmacoloog, arts, hypnotherapeut en acupuncturist Keppel Hesselink er niets op tegen dat de therapie blijft voortbestaan. Mits het een veilige therapie is. ‘Stel dat een homeopaat iemand van de pijn in zijn knie af helpt. Daarmee weerhoud je de patiënt van een eindeloze serie foto’s en scans. Je voorkomt een operatie. Je bespaart geld en helpt de patiënt, je weet alleen niet hoe het werkt. Klassieke medici weten ook vaak niet zo goed hoe iets werkt.’

Hesselink noemt als voorbeeld de behandeling van artrose in de knie. ‘De ene arts zegt: opereren. De ander zegt juist: niet doen. Er zijn officiële medicijnen tegen spasmen waarvan we niet weten hoe ze werken. En bij elke injectie wordt de huid met alcohol ontsmet, terwijl de onzin daarvan al heel vaak wetenschappelijk is aangetoond.’

Volgens de onlangs gepensioneerde Nijmeegse kinderchirurg René Severijnen is de scheidslijn tussen reguliere genezers en de alternatieven niet zo scherp te trekken. Hij opereerde de afgelopen jaren duizenden kinderen aan een afgesloten anus volgens de reguliere aanpak. ‘Daarna zijn die kinderen niet automatisch continent. Ze durven niet te persen uit angst voor de pijn. En dus hebben onze psychologen en fysiotherapeuten een therapie ontwikkeld om die kinderen te leren persen. Voor ons is dat reguliere geneeskunst. In Groningen vinden ze het op het randje. En de ziektekostenverzekeraar vergoedt de therapie niet, omdat het effect niet wetenschappelijk is aangetoond.’

Volgens Severijnen werken veel ziekenhuizen al met alternatieve therapiëen, maar geven ze er niet graag ruchtbaarheid aan. ‘Het Antoniusziekenhuis in Nieuwegein werkt met hypnotherapie. Academische ziekenhuizen zullen het hardnekkig ontkennen, maar in de praktijk raden gynaecologen hun patiënten die voor ivf komen aan tegelijkertijd naar een acupuncturist te gaan om de slaagkans te vergroten. En een reguliere kliniek in Hoogeveen geneest sinds kort dystrofie op een manier die ze hebben afgekeken van een kruidenvrouwtje uit Macedonië.’

Het doet kwakzalfbestrijder Cees Renckens pijn aan zijn oren. ‘Ja, Hoogevéén, kom nou toch. In Maastricht waren ze allang bezig met het activeren van patiënten met dystrofie. We waren hard op weg daar zelf ook achter te komen. Heeft u die filmpjes gezien van die Macedonische toverkol? Ze deed haar patiënten zoveel pijn dat ze gilden als speenvarkens. Even later zag je ze met een hemelse glimlach over straat gaan. Dat kunnen we toch niet serieus nemen?’

Volgen Renckens spelen alternatieve geneeswijzen geen rol in gewone ziekenhuizen. ‘U gaat toch niet opschrijven dat hier sprake is van een trend? Ik heb het voor mijn proefschrift allemaal uitgezocht: dit is het werk van een handjevol wazige specialisten. Om precies te zijn: 0,28 procent van de specialisten en 3,6 procent van de huisartsen doet aan alternatieve geneeswijzen. Meer niet.’

Volgens Renckens neemt de kloof tussen ‘echte’ artsen en de alternatieven juist toe. Medio jaren negentig beoefende nog 10 procent van de huisartsen alternatieve therapiën als homeopathie en antroposofie. Dat is gedaald naar 3 procent. ‘Voor de jongste generaties medicijnstudenten is het vanzelfsprekend dat hun handelen evidence-based moet zijn. Die zijn gewend te werken volgens de wetenschappelijke richtlijnen van de beroepsgroep. Het wordt juist strakker dan vroeger.’ Wigersma verwacht dat hierdoor het debat over alternatieve geneeswijzen als een nachtkaars zal uitgaan.

Kinderchirurg René Severijnen hoopt het Radboudziekenhuis te overtuigen een heel klein deel van het budget te gaan besteden aan alternatieve geneeskunst. Naar het voorbeeld van een universiteitskliniek in Duisburg, waar vijftig bedden zijn gereserveerd voor alternatieve geneeskunst. ‘Dan kun je er les in geven aan studenten. En gedegen onderzoek doen naar de effecten. Er moet één academisch ziektenhuis komen dat zijn nek uitsteekt.’

Severijnen maakt niet veel kans. En dat weet hij. ‘We zijn bang voor dingen die we niet snappen. En hou me ten goede: de reguliere geneeskunst is fantastisch. Als je omver wordt gereden, wil je niets liever dan een traumahelikopter die je oppikt. Maar er zijn zoveel kwalen en pijnen die we niet kunnen oplossen met medicijnen en operaties.’

Rest de vraag hoe die hartchirurg met hartkloppingen bij een acupuncturist terechtkwam. Hij werd gestuurd door zijn vrouw.

Meer over