Nieuws

Wat duiven en kippen niet hebben, maar roodborstjes wel: een piepklein oogkompas om de weg te vinden

Een kompas zo klein dat hij in de ogen van een vogeltje van 13 centimeter past: dat ontdekten wetenschappers bij roodborstjes. De onderzoekers van de universiteit van Oxford en Oldenburg zagen hoe een eiwit in het netvlies van het vogeltje reageert op het magnetisch veld van de aarde.

Roodborstjes hebben een soort kompas in hun oog, ontdekten onderzoekers.  Beeld Getty Images
Roodborstjes hebben een soort kompas in hun oog, ontdekten onderzoekers.Beeld Getty Images

De studie, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature, is een belangrijke stap om beter te begrijpen hoe vogels hun weg vinden in de lucht. Wetenschappers bestuderen al tientallen jaren hoe de trekkers hierbij gebruikmaken van hun waarneming van het magneetveld van de aarde. De roodborstjes weten niet hun precieze locatie tijdens het vliegen, maar kunnen wel een perfecte route uitzoeken naar warmere en koudere gebieden.

De wetenschappers haalden het eiwit Cryptochroom-4 uit het roodborstoog, om te testen wat er gebeurt als het molecuul in aanraking komt met lichtstralen en een magneetveld. Hieruit bleek dat de stof een chemische reactie ondergaat onder invloed van de krachten in een magneetveld, met de hulp van lichtstraling.

Duiven en kippen

De reactie in het Cryptochroom-4 molecuul bestudeerden de onderzoekers met uiterste precisie. Vervolgens toonden ze aan dat het kompaseiwit niet alleen reageert op een magnetisch veld in een laboratorium, maar ook gevoelig zal zijn voor het magneetveld van de aarde zelf. Dat betekent dat dit molecuul waarschijnlijk belangrijk is voor roodborstjes om het aardmagnetisch veld waar te nemen.

De wetenschappers vergeleken de magnetische gevoeligheid van de bijzondere oogstof bij roodborstjes met dezelfde stof in ogen van niet-trekkende vogels, namelijk de duif en de kip. Ondanks dat duiven wel degelijk moeten navigeren, bleek het kompaseiwit in hun ogen een stuk minder gevoelig voor magnetische velden. De onderzoekers veronderstellen dat bij roodborstjes, trekvogels die ‘s nachts vliegen, de gevoeligheid van het eiwit voor het aardmagnetisch veld is verbeterd door evolutie.

David Lentink, ingenieur en bioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen en gespecialiseerd in het vliegen van vogels, vindt het een spannend onderzoek, dat scheikundig van hoog niveau is. ‘Het versterkt de theorie dat Cryptochroom-4 verantwoordelijk is voor de navigatie van vogels. Daarbij moet ik wel de kanttekening plaatsen dat dit één van de theorieën is en dat dit onderzoek nog geen sluitend bewijs vormt. Een andere theorie is bijvoorbeeld dat vogels kunnen navigeren met de hulp van magnetische deeltjes in het lichaam’. Lentink geeft aan dat bij het testen van deze netvliestheorie als volgende stap het hele netvlies van een roodborstoog moet worden onderzocht.

Meer over