WetenschapHet warmewintereffect

Wat deze bijzonder zachte en natte winter aanrichtte (en opleverde)

Het was niet alleen de op één na zachtste winter in Nederland die sinds vrijdag voorbij is, maar ook een erg natte en stormachtige. Wat zijn daarvan de gevolgen? 

Beeld Antonia Hrastar

Geen sneeuwpret voor de meeste Nederlanders deze winter. Alleen op de Limburgse heuvels viel eind februari sneeuw, zo’n 5 centimeter. Verder liet de winter zich amper zien. De gemiddelde wintertemperatuur was 6,4 graden Celsius, terwijl 3,4 graden normaal is, meldde het KNMI onlangs. Ook het aantal vorstdagen was meer dan gehalveerd: 15 in plaats van 38. 

In Europa hebben we de warmste winter sinds 1850 achter de rug, meldde de Copernicus Climate Change Service onlangs. De gemiddelde wintertemperatuur lag 1,4 graden Celsius hoger dan het record uit 2015/2016. ‘Dat verschil is opvallend groot’, zegt klimatoloog Dim Coumou van de Vrije Universiteit, ‘want normaal wordt een nieuw record gezet met een verschil van misschien 0,1 graad.’

De straalstroom, een sterke wind die op zo’n 10 kilometer hoogte tussen de evenaar en de poolgebieden raast, was grotendeels verantwoordelijk voor de zachte winter. Die stroom stond wekenlang op West-Europa gericht waardoor zachte oceaanlucht over ons continent trok. Daarnaast speelde de opwarming van de aarde een rol. ‘In een opwarmend klimaat kan het nog steeds koud worden. Alleen waar het vroeger bijvoorbeeld min 5 graden werd, is het nu min 3 graden’, zegt meteoroloog Rico Schröder van Weeronline. 

Wat zijn de gevolgen van een warme, natte en onstuimige winter? Een greep uit een aantal sectoren die daar hinder van ondervinden of er juist profijt van hebben. 

Energie: 100 euro goedkoper uit

Door de warme winter stookten we onze woningen minder warm. Nederlandse huishoudens verbruikten ruim 15 procent minder gas dan normaal in de periode van december tot en met half maart, berekende energieleverancier Essent. Dat scheelt ruim 100 euro op de energierekening.

Het aantal zonuren lag volgens het KNMI deze winter rond het gemiddelde. Wel was de februarimaand erg stormachtig. Had dat nog invloed? Uit gegevens van website Energieopwek blijkt dat er in de periode december tot en met februari 1.132 megawatt (MW) aan windenergie werd opgewekt door windturbines op zee, maar dat was minder dan bijvoorbeeld vorig jaar: toen stond 1.941 MW op de teller.  

Beeld Antonia Hrastar

Wintersport: sneeuw per helikopter 

In de wintersportgebieden leidde de warme winter tot bizarre taferelen. Zo liet het Franse skioord Luchon-Superbagnères in de Pyreneeën sneeuw per helikopter aanvoeren. De temperaturen lagen daar bij de start van het skiseizoen rond de 13 tot 16 graden. 

‘Een uitzonderlijke maatregel’, zegt meteoroloog Roy Molenaar van Alpenweerman.nl en woonachtig in het Oostenrijkse Innsbruck, ‘maar door de milde winter waren dit jaar inderdaad veel kunstgrepen nodig om voldoende sneeuw op de pistes te krijgen.’

‘Vlak voor de Kerst viel verse sneeuw. Dat was perfect voor de vakantiegangers’, zegt Molenaar. Daarna ging het mis. Vooral lagergelegen gebieden zoals het Duitse Winterberg hadden last van de milde wintermaanden. Toch wisten de meeste skigebieden de pistes, op een paar dalafdalingen na, open te houden, zegt Molenaar.  

Door de grote concurrentie tussen skioorden is sneeuwzekerheid een belangrijke troefkaart. Geograaf Robert Steiger van de Universiteit Innsbruck legde 119 wetenschappelijke publicaties naast elkaar die de risico’s van klimaatverandering voor 27 wintersportlanden in kaart brachten. Met de komst van meer warme winters, de verkorting van het skiseizoen en een gebrek aan sneeuw in lage gebieden, worden kunstsneeuwvoorzieningen een steeds belangrijker middel om als skigebied te overleven. 

Oostenrijk is een van de voorlopers in Europa op dat gebied. Het land kan 70 procent van de pistes via sneeuwkanonnen oplappen, aldus nieuwsdienst Salzburg 24, maar daar hangt wel een pittig prijskaartje aan: vorige winter investeerde Oostenrijk 600 miljoen euro in onderhoud van skigebieden, waarvan 114 miljoen euro in kunstsneeuw. Nog een nadeel: sneeuwkanonnen verbruiken veel energie en water. 

Beeld Antonia Hrastar

Waterschappen: stoomgemaal schiet te hulp

Voor de waterschappen was deze natte winter juist een welkome afwisseling. ‘In 2018 en 2019 is een flink neerslagtekort ontstaan waardoor het grondwater en slootwaterpeil laag stonden. Dat tekort is  aangevuld, vooral dankzij de natte februarimaand’, zegt Dirk-Siert Schoonman, bestuurslid van de Unie van Waterschappen.

Er is zelfs sprake van een omslagpunt: door de grote hoeveelheid neerslag draaien de gemalen op volle toeren om het water af te voeren. ‘In het Friese Lemmer is zelfs het stoomgemaal aangezet om te helpen’, zegt Schoonman.

Nu is het de kunst om niet te veel water weg te pompen. ‘In de zomer kunnen we niet veel meer doen aan de droogte. Daarom is het belangrijk om nu maatregelen te nemen zodat we in de zomer een buffer hebben.’

Uiteindelijk zijn duurzamere opties noodzakelijk. Dat kan bijvoorbeeld door maaisel uit sloten en bermen als compost over de akkers uit te strooien. In slootmaaisel zitten organische stoffen die ervoor zorgen dat de bodem het water als een spons opzuigt en vasthoudt. ‘Dit is wel een verhaal van de lange adem’, zegt Schoonman.

Beeld Antonia Hrastar

Visserij: golven hinderen vissers

Van de zachte wintertemperatuur heeft de visserij in Nederland geen hinder ervaren, zegt Pim Visser, directeur van VisNed, maar van de februaristormen zoals Ciara des te meer. ‘Zo extreem als dit jaar heb ik het nog niet meegemaakt. Door de stormen bleven grote en kleine schepen noodgedwongen meerdere dagen in de haven liggen.’ Hij heeft net de cijfers binnen: de omzet van platvis en garnalen in de Nederlandse visafslagen viel in de eerste twee maanden van 2020 1,5 miljoen euro lager uit dan vorig jaar, een daling van 5,6 procent.

Visser maakt zich wel zorgen over de stijgende zeewatertemperatuur in het algemeen, want die beïnvloedt de visverspreiding, blijkt uit gegevens van het Europese onderzoeksproject CERES waar VisNed deelnemer van is. Die gevolgen zijn vooral groot voor soorten als kabeljauw en schol.

Die trekken steeds meer naar het noorden, omdat de gemiddelde zeewatertemperatuur in de Noordzee stijgt, bevestigt marinebioloog Ralf van Hal, verbonden aan Wageningen Marine Research. Volgens hem is het moeilijk om exact te zeggen hoeveel kilometer de vissen in een jaar opschuiven, omdat de watertemperatuur jaarlijks varieert en daarmee het gedrag van de vissen ook. Hij is net terug van vijf weken op zee, waar hij een grote internationale vistelling coördineerde. ‘Dit jaar zagen we bijvoorbeeld opeens weer meer jonge schelvis.’ 

De kabeljauw heeft het al tientallen jaren moeilijk, zegt Van Hal: ‘Tot in de jaren tachtig troffen we tijdens de tellingen een paar duizend aan, nu vinden we al dat het beter gaat als we een honderdtal aantreffen. Die terugloop komt deels door de visserij, maar door de stijgende zeewatertemperatuur zal deze vissoort zich ook niet snel herstellen in de Noordzee.’

(c) Antonia HrastarBeeld Antonia Hrastar

Flora en fauna: verandering vergt tijd

Door de warme winter begon de bloeiperiode dit jaar vijf weken eerder dan normaal, meldt De Natuurkalender, een initiatief van Wageningen Universiteit, op basis van waarnemingen van vrijwilligers. Ook waren verschillende diersoorten dit jaar al vroeg actief. ‘Ik zag vandaag al de eerste dagpauwoogvlinder vliegen’, meldt bioloog Arnold van Vliet, verbonden aan Wageningen Universiteit en De Natuurkalender. 

Van Vliet vreest de gevolgen van de mondiale temperatuurstijging. Uit een onderzoek van zijn collega Wieger Wamelink bleek dat Nederland nu al te warm is voor ruim 100 plantensoorten. Als de gemiddelde jaartemperatuur een graad stijgt, dan verdwijnen nog eens 60 koudeminnende plantensoorten, zoals de parnassia. Wel wordt ons land dan aantrekkelijker voor 200 plantensoorten uit het zuiden, zoals de gele hoornpapaver. Dit klinkt misschien als een gunstige uitruil, maar het valt nog te bezien of die ‘klimaatvluchtelingen’ de afstand naar ons land kunnen overbruggen en hier bijvoorbeeld de juiste bodemcondities aantreffen. 

Ook wordt in Nederland het aantal warmteminnende vlinders, vogels en libellen groter in vergelijking met koudeminnende soorten, schrijven onderzoekers van natuurorganisaties in samenwerking met het CBS in het vakblad De Levende Natuur. Maar die verschuiving gaat te langzaam. ‘Vlinders, vogels en libellen passen zich tien keer langzamer aan dan dat de temperatuur jaarlijks stijgt’, aldus Van Vliet. 

Beeld Antonia Hrastar

Fruitteelt en akkerbouw: liever geen vroege start

‘Over het algemeen zitten fruittelers niet op een vroeg seizoen te wachten’, zegt Siep Koning, directeur van de Nederlandse Fruittelers Organisatie. ‘De komende weken nadert de bloei van de appel- en perenbomen en in die fase zijn ze het gevoeligst voor nachtvorst.’

Appel- en perenbomen bloeien gemiddeld zo’n tien dagen eerder in vergelijking met 1988, blijkt uit meerjarige bloeitellingen van De Natuurkalender. ‘Dit jaar zelfs nog vroeger’, vult Koning aan. Door de vroege bloei neemt de kans op nachtvorstschade toe, want die kan nog tot in mei opduiken. Gelukkig voor de fruittelers lijkt het erop dat de lente met redelijk mooi en droger weer aftrapt.

Ondertussen wachten de akkerbouwers tot de gemalen klaar zijn met pompen en de grond droog genoeg is om te bewerken. ‘Door de neerslag schuiven de werkzaamheden een paar weken op, maar dat past binnen de normale seizoensspreiding’, zegt Jaap van Wenum, voorzitter van de vakgroep Akkerbouw van LTO Nederland. Voor akkerbouwers is een late start niet per se ongunstig, vindt Van Wenum, want dan levert de nieuwe oogst vaak meer geld op.

Lente

Op 20 maart begint de lente, althans, volgens de astronomische kalender. Voor meteorologen begon de lente al op 1 maart. Door de seizoenen op de eerste van de maand te laten beginnen, kunnen ze die onderling beter vergelijken. De meteorologische winter duurde van 1 december 2019 tot en met 29 februari 2020 en was de op één na zachtste winter in Nederland sinds het begin van de metingen in 1901

Meer lezen over verschuivingen van seizoen en leefgebied van dieren onder invloed van de klimaatverandering: ‘Er is een grote volksverhuizing gaande in de Nederlandse natuur’.

Door de warme winter waren er ook al vroeg pollen in de lucht dit jaar. Nog een effect van klimaatverandering: met hooikoorts aan het kerstdiner.

Of meer weten over weersverwachtingen: Klopt de volkswijsheid: ’Als het vriest in de oktobernacht, verwachten we een januari zacht’?

Meer over