DOE MIJ ER OOK ZO EEN

Wanneer ontwijken we de dagelijkse file in onze vliegende auto?

Wetenschapsredacteur George van Hal bespreekt begerenswaardige uitvindingen uit sciencefictionfilms en -series en zoekt uit of ze realiteit kunnen worden. Vandaag: de vliegende auto uit Blade Runner.

Wat?

Een auto die niet alleen over de weg rijdt, maar ook door de lucht vliegt.

Waar gezien?

Sla er sciencefictionfilms als Blade Runner en Back to the Future 2 op na, en een ding is zeker: in de toekomst hangen steden niet alleen nog voller met reusachtige lichtreclames, auto’s kunnen er ook vliegen.

Hoe dichtbij zijn we?

De vliegende auto bestaat al. Of, nou ja: een exemplaar zoals in sciencefictionfilms, zonder vleugels, rotorbladen of andere essentiële onderdelen die moderne vliegtuigen en helikopters luchtwaardig maken, dát kun je nog nergens kopen. Maar werp het net wat breder, en tel ook voertuigen mee die je zowel op de weg kunt gebruiken als in het luchtruim, en er blijkt al best wel wat keuze.

Neem de Nederlandse vliegende auto Pal-V, met racewagenachtig design en uitklapbare rotorbladen op het dak. En, ook niet onbelangrijk: inclusief officiële toestemming om in Europa de weg op te mogen. Wil je hem besturen, dan moet je overigens zowel een rijbewijs hebben als een autogirovliegbrevet, want dat is wat dit voertuig in de lucht officieel is: een ‘autogiro’, een soort helikopter maar dan met een rotor die niet wordt aangedreven door een motor.

Dat maakt de Pal-V ook direct wat onhandiger dan de vliegende auto’s uit Blade Runner en Back to the Future: om op te stijgen (en de rotor flink aan de draai te krijgen) heb je een startbaan nodig van ten minste 180 meter. En om te landen een landingsbaan van 30 meter. O, en: je moet een paar ton hebben liggen om hem te kunnen betalen.

Logischer is dan misschien om af en toe een ritje te boeken met een vliegende taxi. En ook die opties zijn er binnenkort voldoende, zo hopen diverse bedrijven. Zo denkt Uber met ‘Uber Elevate’ na over een vliegdienst voor in drukke binnensteden, werkt het Duitse bedrijf Volocopter aan een soortgelijk project (geraamde kosten voor een ritje: zo’n 300 euro) en werkt ook de Japanse start-up SkyDrive samen met autofabrikant Toyota aan een elektrische luchttaxi.

Net als bij zelfrijdende auto’s is bij vliegende auto’s het voornaamste hoofdpijndossier de veiligheid en aansprakelijkheid bij ongelukken. Hoe voorkom je dat in een drukke stad een onderdeel van je vliegende auto naar beneden valt en iemand verwondt? Of, nog zoiets: als je in wereldsteden tussen de wolkenkrabbers mag zoeven, hoe hou je het dan veilig? De bewoner van het gemiddelde hooggelegen appartement – of iemand die werkt in een kantoor met uitzicht – zal geen rekening hebben gehouden met het risico dat een auto zich bij een ongeluk door z’n raam naar binnen boort.

En hoewel het idee van ‘even over de file heen vliegen’ heus heel aanlokkelijk klinkt in de logistiek dichtslibbende metropolen van deze wereld, is het maar de vraag of je er op de lange termijn iets mee opschiet. Ook in de lucht zullen we immers ‘wegen’ moeten instellen om ervoor te zorgen dat je auto tussen de gebouwen door kan manoeuvreren. En als we straks allemaal in de dagelijkse luchtfile zitten, zijn we geen klap verder gekomen.

Meer over