virologie

Voor elk coronavaccin worden proefapen gebruikt. Zoals Chips en Dip. Wat maken zij mee?

null Beeld Henk Wildschut
Beeld Henk Wildschut

Elk coronavaccin dat op de markt komt is eerst getest op apen. Ook in Nederland worden zulke dierproeven gedaan. De Volkskrant volgde twee proefapen, Chips en Dip, en sprak met de betrokken verzorgers, onderzoekers en ethici.

Dag 0. De vaccinatie

Nadat ze de vacht heeft weggeschoren, tekent dierverzorger Yara Dekker met een dikke zwarte stift een cirkel op het apenarmpje. Dáár moet de prik komen. Even later laat ze de naald in de parelmoerkleurige huid van de aap verdwijnen. Het is de allereerste keer dat een primaat wordt ingeënt met dit nieuwe coronavaccin, ontwikkeld door een onderzoeksinstituut uit het buitenland.

De resusaap die de prik krijgt toegediend heet Chips, een naam die haar werd gegeven door de dierverzorgers van apenonderzoekscentrum BPRC. Haar dochter Dip ondergaat even later dezelfde behandeling. De twee apen delen tijdens het experiment een kooi; een proefdier zit in dit onderzoeksinstituut nooit alleen.

’s Nachts slapen Chips en Dip dicht tegen elkaar aan. Ook overdag wijken ze meestal niet van elkaars zijde. Samen zullen ze het komende experiment doormaken: van de vaccinatie tot de besmetting met het coronavirus, van de eventuele ziekteverschijnselen tot het dodelijke spuitje waarmee hun leven zal eindigen.

In de zoektocht naar een coronavaccin gingen vele apen Chips en Dip voor. Alleen al hier, in het BPRC, waren dat er 93. De regels schrijven voor dat een nieuw vaccin wordt getest op een ‘relevant diermodel’. Voor het testen van coronavaccins blijken apen het relevantst.

Hoe ziet het leven van zulke proefapen eruit? Wat maken ze mee, vanaf het moment dat ze worden geselecteerd voor een experiment? En waarom doen we eigenlijk, ook in 2021, nog onderzoek op apen?

De Volkskrant kreeg van het BPRC toestemming om een apenstudie te volgen, van begin tot eind. Nog nooit zagen buitenstaanders van zo dichtbij hoe zo’n experiment in zijn werk gaat. Dat is spannend, vinden de onderzoekers van het BPRC. Ze weten dat hun werk maatschappelijk onder vuur ligt. Vaak genoeg zijn er protestacties voor de poorten van het onderzoekscentrum, gelegen aan een rechte polderweg tussen Rijswijk en Delft. Maar ze vinden ook dat de tijd voorbij moet zijn dat apenonderzoek met geheimzinnigheid is omgeven.

De dag van de vaccinatie is dag 0, in de telling van de onderzoekers. Voor de vaccinstudie met Chips en Dip hebben ze in totaal twaalf apen geselecteerd. Zes van hen krijgen een vaccin, zes een placebo. De hoop is natuurlijk dat de gevaccineerde apen na besmetting minder last krijgen van het coronavirus dan de ongevaccineerde.

De ruimte waarin de apen verblijven is kaal, op een paar steeds wisselende speeltjes in de kooien na. Daglicht dringt er slechts gefilterd door. De verf bladdert van de wanden, door het agressieve desinfectiemiddel dat hier wordt gebruikt. De hele dag door staat Radio 538 aan. Zo schrikken de dieren niet van onverwachte geluiden. Een nieuwslezer meldt net dat het vlieg- en vaarverbod uit Groot-Brittannië wordt opgeheven. Het heeft geen zin meer, de Britse variant is – het is 9 maart – volop in Nederland aanwezig.

Dip kijkt nieuwsgierig naar de onderzoekers die de kamer zijn binnengekomen. Chips niet, die zit roerloos boven in de kooi, stevig tegen de achtermuur gedrukt. Maar er is geen ontkomen aan: de achterwand is beweegbaar, dierverzorger Yara Dekker haalt de apen resoluut naar zich toe om hen te verdoven. Als ze weer de ruimte krijgt, vlucht Chips onmiddellijk naar de brandslang boven in de kooi. Ze zit er nog als de verdoving begint te werken. Met een salto tuimelt ze op de grond.

Voorzichtig pakt Dekker de verdoofde apen uit hun kooi, een voor een. Ze legt ze op een matje, van het soort dat wordt gebruikt om baby’s op te verschonen. De dierverzorger weegt Chips en Dip en neemt bloed af. Ze geeft hun het nieuwe vaccin. Dan draagt ze hen voorzichtig terug naar hun kooi, hun koppetje tegen haar wang.

Dag -76. De buitenwereld

‘Het komt niet vaak voor dat we in de frontlinie staan’, zegt Babs Verstrepen, tijdens de eerste afspraak in het BPRC, het Biomedical Primate Research Centre. ‘Nu wel. Covid heeft ons werk zichtbaar gemaakt. Dat maakt je trots. En daardoor durven wij meer naar buiten te treden.’

Verstrepen, een 50-jarige viroloog met wild piekend blond haar, merkt in haar dagelijks leven dat mensen anders reageren dan voorheen, als ze vertelt dat ze werkt met proefdieren en dat ze probeert een vaccin tegen covid te vinden. Voor het eerst in haar leven krijgt ze te horen: wat goed. ‘Mijn buurvrouw zei ineens: als je het druk hebt, dan moet je het zeggen, dan kook ik voor je’, vertelt ze. ‘Dat had ik nog nooit meegemaakt.’

Integendeel. Wie werkt bij het BPRC, is gewend aan negatieve reacties. Iedere BPRC-medewerker kent de verhalen uit het verleden, over de collega’s die tot aan hun huis werden achtervolgd door actievoerders. Dan hing er ineens een pluchen aap aan een boom in de tuin. Werden de ruiten besmeurd met tomatensaus. Of vertoonden mensen met apenmaskers op zich plotseling achter het raam.

Veel medewerkers zijn daardoor angstig om over hun werk te praten. ‘Ik heb ook lang gedaan alsof er twee mensen met mijn naam waren’, zegt Verstrepen. ‘Een die apenexperimenten deed en een ander die columns schreef voor het plaatselijke krantje.’

Toch heeft Verstrepen al eerder besloten dat het over moest zijn met die twee persoonlijkheden. ‘We doen hier niets wat niet mag’, zegt ze. ‘Alles heeft een doel. Dan kun je dat toch veel beter honderd keer uitleggen?’

Het is een ommekeer die eveneens bij het onderzoeksinstituut in zijn geheel is te zien – en dat dient zeker ook een politiek doel. Onder Nederlandse politici is apenonderzoek niet populair. Het kabinet-Rutte II sprak de ambitie uit dat Nederland in 2025 internationaal koploper op het gebied van dierproefvrij onderzoek moest worden. Het BPRC kreeg in 2019 de opdracht flink in te krimpen: het aantal dierproeven moest in 2025 met 40 procent verminderd zijn, tot maximaal 150 per jaar.

Volgens veel medische wetenschappers wil de politiek te snel. Zij zien de covidpandemie als bewijs voor de noodzaak van proefdieronderzoek. Een grote groep Nederlandse onderzoekers schreef daarover in het najaar van 2020 een vlammend betoog in het wetenschappelijke tijdschrift Current Biology. ‘In het geval van covid-19 […] is het duidelijk dat dieronderzoek onmisbaar is’, stellen zij. ‘Om medicijnen en vaccins te testen is vaak een compleet, levend organisme vereist. Immers, organen functioneren niet geïsoleerd van elkaar, maar staan met elkaar in verbinding, en dat kan niet worden nagebootst in vitro (‘in glas’, dus buiten het lichaam, red.).’

Ook de Stichting Proefdiervrij denkt dat het te vroeg is om zonder proefdieren te kunnen. ‘Wij zetten zo veel mogelijk in op alternatieven, maar voor het immuunsysteem is dat nu nog lastig’, zegt Saskia Aan, adviseur wetenschap & innovatie bij Proefdiervrij. Ze vertelt over organen-op-een-chip: menselijke cellen die kunnen groeien op een plastic plaatje. ‘Daarmee kun je medicijnen op specifieke organen testen. Maar het immuunsysteem zit zo ingewikkeld in elkaar, daarvoor bestaan zulke modellen nog niet. Dus hoe graag we ook zouden willen, we kunnen niet helemaal zonder proefdieren. Apen hebben een immuunreactie die het meeste lijkt op die van de mens.’

En Verstrepen? Die denkt dat Nederlandse proefapen het in elk geval beter hebben dan hun lotgenoten elders ter wereld. ‘Als we er in Nederland mee stoppen, wordt het leven van alle apen op de wereld er echt niet beter van’, zegt ze. ‘We weten allemaal dat er plaatsen op de wereld zijn waar de mensenrechten al niet serieus worden genomen. Dus hoe denk je dat het daar met de dierenrechten geregeld is?’

Ze noemt nog een voorbeeld. ‘Neem de apen die werden gebruikt bij de ontwikkeling van het Pfizer/BioNTech-vaccin. Die werden gevaccineerd op een universiteit in Texas. Daarna werden ze naar een primatencentrum 700 kilometer verderop gebracht om de infectie te doen. Moet je nagaan: ik mag de apen hier tijdens het onderzoek nog niet eens van het ene gebouw naar het andere verhuizen.’

null Beeld Henk Wildschut
Beeld Henk Wildschut

Verzet tegen dierproeven

Er zijn enkele organisaties in Nederland die zich fel verzetten tegen proefdieronderzoek. Zij voeren al jaren actie tegen wat ze noemen de ‘Apenhel van Rijswijk’. Hun belangrijkste argument is dat onderzoek op proefdieren zinloos is, vertelt Adrie van Steijn, de voorzitter van Diervriendelijk Nederland. ‘Er is geen dier dat hetzelfde reageert als de mens. Een zieke kat geef je toch ook geen middel dat werkt op een paard? Als je iets wilt weten over apen, moet je op apen testen. En als je iets wilt weten over mensen, moet je op mensen testen.’

Dat klinkt riskant? Dan moet je weten, zegt Van Steijn, dat de nu bestaande coronavaccins – van Pfizer, van Moderna – al werden getest op mensen vóórdat de apenstudies waren afgerond. Het is een wereldwijde afspraak, waarbij onder meer het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) betrokken was.

Dag -106. Het uitkiezen van de apen

Welke apen worden ingezet in welk onderzoek? Dat bepaalt Annet Louwerse (58), opgeleid als diergedragsdeskundige en al jaren de koloniemanager bij het BPRC. Zij heeft het overzicht over alle apen; op 1 januari 2021 waren dat er 1.055.

De apen leven in vaste groepen, vaak families, tot het moment dat ze deelnemen aan een experiment. Het hok van de familie van Chips en Dip, wijst Louwerse, ligt helemaal achteraan op het terrein. De oude apen zitten er op hun gemak op een boomstam, de jongeren zwieren van de ene brandweerslang naar de andere. ‘Dit is een fijne, rustige groep’, weet Louwerse.

Louwerse, een vrouw met kort haar en een dik vest over haar geruite overhemd, kan uren vertellen over de apen. ‘Vroeger was het mijn droom om een soort Jane Goodall of Dian Fossey te worden’, bekent ze. ‘Lekker in het bos zitten en naar apen kijken. Maar nu vind ik het werk hier ook prima om te doen.’

Als het leven in deze hokken soms net een soort soap is, dan is het doel van de koloniemanager om de plotwendingen tot een minimum te beperkingen. ‘Ik probeer de groep zo stabiel mogelijk te houden’, legt Louwerse uit, ‘met zo min mogelijk conflicten. Het moet duidelijk zijn wie de alfavrouw is en zij moet voldoende familieleden hebben die haar kunnen steunen.’

Valt het iemand wier hart bij de apen ligt niet zwaar wanneer ze dieren moet selecteren voor een proef? ‘Nee, met de experimenten heb ik geen problemen’, zegt Louwerse. ‘Natuurlijk is het erg voor de dieren. Maar als je ziet hoeveel mensen er doodgaan aan een ziekte als covid, vind ik het acceptabel.’

Erger vindt ze het wanneer apen die al uit de groep zijn gehaald lang moeten wachten op deelname aan een experiment. Dan zitten ze in kleinere kooien, met z’n tweeën, zonder buitenruimte. Louwerse: ‘Wanneer zeg je dan: dit heeft lang genoeg geduurd?’

Bij Chips en Dip is dat niet aan de orde. Zij verhuisden pas één maand voordat het experiment begon naar het onderzoeksgebouw en eigenlijk vindt Louwerse dat te kort om de apen te laten wennen aan hun nieuwe behuizing. Normaal gesproken wordt een minimum van drie maanden aangehouden.

Was het coronavirus nooit overgesprongen op de mens en uitgegroeid tot een allesbeheersende pandemie, dan hadden Chips en Dip – twee vrouwtjes – hier nog bij hun familie gezeten. Doorgaans zijn het de mannetjes die worden geselecteerd voor experimenten. In het wild verlaten ze hun groep als ze een jaar of 4 zijn. Hier worden ze op die leeftijd uit hun groep gehaald, om inteelt te voorkomen.

Wat Chips en Dip geschikt maakt, is dat ze allebei geen jonge baby’s hebben. ‘En ze horen tot de wat lagere dieren in de hiërarchie’, zegt Louwerse. ‘Ik kan ze zonder problemen uit de groep halen.’

De covidpandemie hakt erin, ook hier. In 2020 werden er tweehonderd dierproeven gedaan, 44 meer dan het jaar ervoor. Bovendien eindigden die experimenten relatief vaak met de dood van het proefdier. Het gevolg is dat sommige verblijven nu leegstaan. Hele groepen apen verdwenen.

Dat is soms ook voor de mensen die hier werken pijnlijk. Vooral het opofferen van een stel ‘oude dametjes’, die Louwerse al kent sinds ze hier in 1996 kwam werken, viel haar zwaar. ‘Ik had bedacht dat ze rustig oud mochten worden, nadat ze hun leven lang in een groep hadden geleefd en kinderen hadden grootgebracht’, zegt ze. ‘Maar dat is nu anders gelopen.’

De keerzijde is dat Louwerse dit jaar een ware babyboom verwacht. Dat is uitzonderlijk: omdat de apenkolonie op last van de politiek moest inkrimpen, liepen veel apen rond met een anticonceptiestaafje.

Nu niet meer. Louwerse wijst naar alfaman Port die, met de staart in de lucht, poolshoogte komt nemen in het buitenverblijf van de groep van Chips en Dip. Hij wordt vergezeld door een vruchtbaar vrouwtje – een ‘consort’ – dat geen moment van zijn zijde wijkt.

‘Een heel leuk verhaal’, zegt Louwerse. ‘Deze man was al eens de alfaman geweest, in een andere groep. Op een gegeven moment had hij zo veel nakomelingen gekregen dat het mooi was geweest. Hij verhuisde naar de experimentele afdeling, voorbestemd voor een experiment dat zou eindigen met de dood. Maar nu onze apenkolonie zo snel krimpt, door corona, had ik veel nieuwe baby’s nodig. En ik had niet voldoende interessante mannen. Dus nu is hij terug.’

Een tweede leven, met dank aan corona.

Dag 20. De eerste resultaten

Aan een van de picknickbanken op het grasveldje voor het BPRC klapt Petra Mooij (56), hoofdonderzoeker in de studie met Chips en Dip, haar laptop open. Het is eind maart, een opmerkelijk zonnige dag. Even verderop kuieren de Java-apen rond in hun buitenverblijven.

Mooij heeft de eerste resultaten binnen van de studie met Chips en Dip. De temperatuursensor in de buik van de proefdieren stuurt elk kwartier een meting door. Ze kan dus precies zien hoe de twaalf apen uit de studie op het vaccin hebben gereageerd.

Het vaccin dat in deze studie wordt getest is een vectorvaccin, net als bijvoorbeeld de coronavaccins van AstraZeneca en Janssen. De ‘vector’ – letterlijk drager – is een virus dat inactief is gemaakt; het kan zich niet meer vermenigvuldigen. In die vector is een stukje dna ingebouwd dat codeert voor het spike-eiwit van het coronavirus. Als het vaccin wordt ingespoten, gaat het lichaam zulke spike-eiwitten zelf maken. Het immuunsysteem reageert daar weer op en wordt zo getraind om een echt coronavirus aan te pakken.

‘We willen vooral testen of dit vaccin covid tegengaat en niet verergert’, verklaart Mooij. ‘Het kan namelijk ook gebeuren dat een vaccin de verkeerde immuunreactie opwekt. Daarom moet je het vaccin testen op een diermodel dat lijkt op de mens.’

Je kunt je afvragen of het in dit stadium nodig is nóg meer proefdieren op te offeren om coronavaccins te verkrijgen. Immers, er zijn al een paar goede vaccins beschikbaar. Waarom dan nog meer dierenleed toestaan, in ruil voor een extra vaccin?

‘Omdat er nog lang niet genoeg vaccins zijn voor de hele wereldbevolking’, antwoordt Mooij. ‘We moeten zo snel mogelijk iedereen inenten, want anders krijgt het virus alle kans om flink te muteren. Bovendien: het coronavirus zal de wereld hoogstwaarschijnlijk nooit verlaten, dus je moet klaarstaan om een volgende golf aan te kunnen.’

Nee, zegt Mooij, ze vindt het heus niet leuk om onderzoek te doen op apen. Juist daarom wil ze er altijd bij zijn als er dieren worden gevaccineerd of geïnfecteerd. ‘Ik wil niet te veel afstand’, zegt ze, ‘niet alleen van achter mijn bureau bedenken wat er gebeurt. Ik wil zien wat de dieren meemaken en hoe ze zich voelen, al kan dat natuurlijk nooit helemaal. Je moet blijven beseffen dat het niet zomaar iets is wat je doet.’ Dan, na een korte stilte: ‘Maar het is wel nodig.’

Ze heeft daarover nagedacht, voordat ze hier een baan kreeg. ‘Ik zou bijvoorbeeld nooit in de cosmetica gaan werken’, verklaart Mooij. Met een lach: ‘Dat zie je wel aan mij, want ik gebruik het amper. Maar het bestrijden van de covid-pandemie of de hiv-pandemie, dat heeft voor mij een groot belang.’

En dus wordt het tijd om Chips en Dips met het coronavirus te besmetten.

Proefdieren Rijswijk tests coronavaccin op apen. (c) Henk Wildschut Beeld Henk Wildschut
Proefdieren Rijswijk tests coronavaccin op apen. (c) Henk WildschutBeeld Henk Wildschut

Dag 56. De besmetting

‘We gaan beginnen!’, roept Babs Verstrepen, terwijl zij en haar collega’s in het onderzoeksgebouw klaar staan om Chips en Dip bloot te stellen aan het coronavirus. Het is 4 mei 2021, vroeg in de ochtend. Het radionieuws in de apenverblijven meldt dat het Outbreak Management Team verdere versoepelingen van de coronamaatregelen afraadt. De winkels en de terrassen zijn sinds kort open, en daar moet het maar even bij blijven.

Terwijl de coronapandemie buiten over zijn hoogtepunt heen lijkt, wordt in het apenonderzoekscentrum juist een nieuwe uitbraak in gang gezet. Dat betekent: aangescherpte voorzorgsmaatregelen. Iedereen die zich in de buurt van de apen waagt, moet zich vanaf nu in een soort van maanpak hullen. Alle eigen kledingstukken moeten uit.

‘Wij delen als collega’s zelfs het ondergoed met elkaar’, ginnegapt Verstrepen. Over die weinig flatterende bedrijfsonderbroeken dragen ze een waterdicht geel pak (alleen beschikbaar in maat 2XL) en een luchtdicht masker, van het type dat ook wordt gebruikt bij blootstelling aan gifgassen. De lucht in dat masker wordt gefilterd en aangeblazen door een loeiend Proflow-systeem. Het maakt zo’n lawaai dat de communicatie beperkt blijft: noodzakelijke aanwijzingen, snelle grapjes.

Over de apen, bijvoorbeeld.

‘Oeh, grote neusgaten!’

Of, kijkend naar het eeltige achterwerk van een van de dieren: ‘Moet je die zitbillen zien!’

Dat is de zitbeenknobbel, doceert Jaco Bakker (42), de dierenarts. Hij, of een van zijn collega’s, is er altijd bij als de apen medische handelingen ondergaan.

Hier, in de behandelkamer, hebben de apen geen namen meer. Chips en Dip worden aap nummer 3 en 9.

Daar komen ze al, onder verdoving. In een soort afgesloten couveuse worden de dieren uit hun stal naar de behandelkamer verplaatst – zo kan het virus zich straks niet verspreiden op de gang. Twee handen pakken de dieren aan door een luik. Dan worden ze op een babymatje gelegd, rug aan rug, wachtend op hun beurt. Roerloos liggen ze daar, alleen hun ogen knipperen af en toe.

Eerst gaan ze in de CT-scanner. Straks, na de besmetting, zal blijken of de longen van de gevaccineerde apen verschillen van de ongevaccineerde.

Dan werken zes handen samen om het coronavirus toe te dienen. Mooij pakt met een doekje de tong van het dier beet en houdt ’m opzij. Bakker bedient de laryngoscoop, waarmee je in het strottenhoofd kunt kijken. En Verstrepen vult een spuitje met de doorzichtige roze vloeistof waarin het virus zit en dient het toe via een dun slangetje. Eerst in de keel, dan in beide neusgaten.

De onderzoekers verwachten niet dat de apen erg ziek zullen worden van de besmetting, heeft Verstrepen eerder gezegd. Slechts één keer ging het in een studie naar een coronavaccin zo slecht met een aapje dat de dierenarts besloot haar voortijdig te laten inslapen.

‘Maar dat kwam niet door de corona-infectie’, benadrukte Verstrepen toen ze erover vertelde. ‘Waarschijnlijk was er tijdens de narcose een beetje eten in de longen terechtgekomen.’ De kans is klein dat zoiets ook bij Chips en Dip zal gebeuren, maar helemaal uitsluiten kun je het niet.

Voor nu houdt de dierenarts Dip nog even rechtop, dicht tegen zijn maanpak aan, om het virus in de keel te laten zakken. Het is lijf-op-lijfcontact zoals tussen mensen heel lang nauwelijks mogelijk is geweest.

En al helemaal niet als er een recent besmet geraakte coronapatiënt bij betrokken is.

Dag 59. Het ziekteverloop

Drie dagen zijn de apen nu besmet met corona. Het waren voor de proefdieren dagen vol narcoses, bloedafnames, neus- en keelswabs en longspoelingen. En ook van extra ‘brokkenballen’, gekneed uit brood en rozijnen, zodat ze op gewicht blijven te midden van al deze kwellingen.

De 36-jarige Yara Dekker is de dierverzorger die de apen elke dag te eten geeft, regelmatig de verblijven schoonmaakt en de gezondheid van de dieren in de gaten houdt. Eén ding viel haar al op. ‘Sommige apen lijken wat oppervlakkiger te ademen’, zegt ze. Ze noteert alles systematisch in een scoreformulier, ook dit zijn onderzoeksresultaten.

Andersom zie je de apen ook een studie maken van Dekker. Schichtig volgen ze iedere beweging die ze maakt. Het is vrouwtjes eigen, verzucht Dekker. Die zijn veel achterdochtiger dan mannetjes.

Maar er speelt ook iets anders. Er is nu veel minder tijd dan anders om ze voor te bereiden op een experiment, heeft Dekker verteld. ‘Vroeger deden we altijd een paktraining’, zei ze. ‘De apen konden dan wennen aan de gele pakken en de maskers die we dragen. Dat duurde wel een week of zes tot acht. Dan doe je eerst bij één voerronde zo’n pak aan en bouw je het langzaam op. Daar is nu geen tijd voor.’

Voor de dierverzorgers is het ‘best lastig’ dat de experimenten elkaar in zo’n rap tempo opvolgen, zegt Dekker. ‘Vooral in de begintijd was het verloop hoog. Er was nauwelijks tijd om bij de apen te zitten en te observeren. Het ging echt van: voeren, leeft iedereen nog, niemand gewond, en weer door. Dat is niet wat je wilt. Je wilt de tijd nemen, de apen leren kennen.’

Ze snapt het heus wel, zegt ze, dat de onderzoekers zo snel mogelijk aan de slag wilden met het testen van vaccins. ‘Maar ik heb hier geregeld een potje staan janken op de gang. Het werd haast lopendebandwerk.’

Nee, Dekker had nooit verwacht dat ze met proefapen zou gaan werken. Ooit riep het proefdieronderzoek associaties bij haar op met dierenmishandeling, make-uptesten en kleine hokjes. Toch kwam ze via via als dierverzorger op een muizenlab terecht. Het was aanvankelijk iets waarvoor ze zich schaamde. Tegenover onbekenden zei ze dat ze bij een valkenier werkte, iets wat eigenlijk maar een hobby was.

Later stapte ze over naar de apen. ‘Ik zag dat dierenwelzijn hier ontzettend belangrijk is’, zegt ze. ‘Dus toen dacht ik: ja, hier wil ik wel aan meewerken.’ Langzaam maakte de schaamte ook plaats voor trots.

‘Van zichzelf laten de beesten niet snel zien dat ze ergens last van hebben’, vertelt Dekker. ‘Daarom is het voor ons belangrijk dicht bij ze te staan. Als ze dan ineens een pinda aanpakken met links in plaats van rechts, dan weten we meteen: er is iets mis. Wij zijn echt hun stem. Dat is voor mij het mooiste wat er is.’

Maar wat als van dat alles, zoals nu in het coronatijdperk, weinig terechtkomt? Hoe is het dan om afscheid te nemen van een proefdier? Immers: nog een ruime week te gaan, en dan worden Chips en Dip en de tien andere apen opgeofferd voor de wetenschap.

Dag 63. De longspoeling

Bij het hek rond het terrein van het apencentrum staat Babs Verstrepen al te wachten. ‘Ik mag het eigenlijk niet zeggen’, begint ze. ‘Maar we zien al een duidelijk verschil tussen gevaccineerde en ongevaccineerde apen. Bij de eerste longspoelingen die we hebben gedaan zien we in de longen van de gevaccineerde groep veel minder virus.’ De blijdschap is van haar gezicht af te lezen.

Verderop, bij de fokgroepen, is ook reden tot vreugde. Daar zijn de eerste resusaapbaby’s van het jaar geboren. De kleine aapjes klemmen zich vast aan de buik van hun moeder. De grotere apen lopen, als altijd, zelfverzekerd door de kooien. Ze komen gerust in de buurt van de dierverzorgers om een pinda van de grond te rapen.

Wat een verschil met de angstige apen in het onderzoeksgebouw. Dip zit vanochtend als een sfinx op de brandslang die boven in de kooi hangt: de blik omhoog gericht, doodstil, alsof ze het liefst onzichtbaar was geweest. Chips is actiever. Ze moet zo opnieuw onder narcose, maar zoekt nu tussen de tralies van haar kooi naarstig naar resten brokkenbal. Wat ze vindt, peuzelt ze op. Het radionieuws meldt dat het niet opschiet met het vaccineren van het ziekenhuispersoneel.

‘Ik doe het maar zo snel mogelijk’, zegt Yara Dekker, als ze de apen verdooft. Ze troost zich met de gedachte dat de apen niet al te veel stressverschijnselen hebben. ‘Het is een goed teken dat ze niet aan het stuiterballen zijn, maar rustig in hun kooi zitten.’

In de behandelkamer staat vandaag weer een longspoeling op het programma. Eerst laten de dierenartsen een laryngoscoop in de longen verdwijnen. Op een scherm is te zien hoe ze hun weg zoeken in het doolhof van longkwabben en -blaasjes. Vooral bij Dip roept het een heftige reactie op. De aap begint in een reflex te hoesten, zozeer dat de achterpoten omhoog vliegen en het hele lijfje schokt.

Dan spuiten de onderzoekers, Babs Verstrepen en Petra Mooij, bij elke aap een zoutoplossing in de longen en zuigen die weer op. Hun ogen zijn gericht op het scherm. In het binnenste van de long is rozig weefsel te onderscheiden. Bij een enkele aap is het longweefsel roder of slijmeriger dan normaal – kruisjes in de tabel.

Chips en Dip ondergaan de behandeling tegelijkertijd. De onderzoekers hebben haast. De dieren mogen niet te laat uit hun narcose ontwaken, ze moeten op tijd kunnen eten, zodat ze niet afvallen en verzwakken, en de onderzoeksresultaten vertekend raken. Na een minuut of twintig gaan ze weer terug naar hun stal.

Ondertussen gaat het leven in de fokgroepen gewoon door. Als de zon doorbreekt, nemen de moeders hun kleintjes mee naar buiten om ze te laten spelen. De 1-jarigen, die tot nu toe alle aandacht van hun moeders hadden, zien het beteuterd aan. Zij zijn door hun moeders weggejaagd, nu er een broertje of zusje is geboren. Ineens zijn zij op zichzelf aangewezen – in een wereld die veel harder is dan ze nu kunnen vermoeden.

Dag 72. De dag des doods

Soms, zegt een van de andere dierverzorgers, is het in dit coronatijdperk juist gemakkelijker om afscheid te nemen van de dieren. Er is zo weinig tijd om een band op te bouwen. De apen blijven wantrouwig en schuw. Dan kost het minder moeite om ze te laten gaan dan wanneer ze op de ochtend van hun dood nog in het volste vertrouwen naar je toe komen.

Dat moment van de dood: iedereen die hier werkt, heeft een andere manier gevonden om daarmee om te gaan. ‘Je kijkt er professioneel naar’, zegt Jaco Bakker, de dierenarts die het dodelijke spuitje moet toedienen. ‘Je hoopt dat het dier niet kucht of rochelt. Het is hier gelukkig niet zoals bij het laten inslapen van honden of katten. Dan moet je direct daarna bij de eigenaar over de betaling beginnen.’

‘Ik houd soms een handje vast’, zegt Babs Verstrepen, de onderzoeker. ‘Tegelijkertijd probeer je je te wapenen tegen te veel emoties. Je wilt ook niet staan snotteren in zo’n Proflow-masker.’

Een studie naar het coronavaccin eindigt onvermijdelijk met de dood van de proefdieren. Dat kan niet anders, legt Verstrepen uit, de onderzoekers willen het longweefsel tot in detail bekijken. De apen zullen zelf alleen bij hoge uitzondering laten zien dat ze zich niet lekker voelen. Het kan gebeuren dat de onderzoekers in de longen iets zien wat ze helemaal niet hadden verwacht.

Chips is de eerste vandaag. Zodra de dierverzorger dichterbij komt met het verdovingsspuitje, schieten de ogen van de aap snel heen en weer. Ze klemt zich vast aan de tralies boven in de kooi. Dan gaat het spuitje in haar bovenbeen. De onrustige ogen staren plotseling in het oneindige. Langzaam laat de aap zich zakken naar de vloer van de kooi. Nog voor ze beneden is, heeft de verdovingsvloeistof haar in zijn greep.

In de andere kooien kijken de apen toe hoe de dierverzorger Chips oppakt en wegdraagt. Dan proberen ze zich weer te verstoppen, in die kale verblijven waarin ontsnappen een illusie is.

Chips wordt geschoren. Haar buik, haar bovenbenen. Er worden tien buisjes bloed afgenomen. Veel, maar Chips heeft er straks niets meer aan, en de onderzoekers misschien wel. Dip ondergaat even later dezelfde procedure. Dan worden ze naar de behandelkamer overgebracht, waar de onderzoekers wachten.

Bakker vult een spuitje met een felroze vloeistof die euthasol heet. Als het spuitje erin gaat, wordt iedereen als vanzelf stil. Dan houden de ogen van de aap op met knipperen. De stethoscoop die is verbonden aan een computer laat een vlakke lijn voor de hartslag zien.

De apen verdwijnen, opnieuw, door naar de volgende kamer. Als je lijden opdeelt in fragmenten, wordt het dan draaglijker? Is het dan gemakkelijker om je er niet verantwoordelijk voor te voelen?

In de sectiekamer zitten een zwijgende patholoog en drie weinig spraakzame prosectors – voorsnijders – over de aap gebogen. De longen worden eruit gesneden. Zelfs de snoet van de aap gaat eraf, om straks het neusweefsel te kunnen onderzoeken.

De longen gaan direct weer terug naar de behandelkamer, waar de onderzoekers erop wachten. Om de longen gaat het immers. Als het coronavirus ergens aanvalt, dan is het daar.

Zodra de longen van Chips binnenkomen, buigen de onderzoekers zich er met verschrikte gezichten overheen. ‘Dit ziet er heel slecht uit’, zegt Verstrepen verbouwereerd. De longen zijn veel groter en zwaarder dan normaal. Ze zijn rood van het bloed en zitten vol met schuim. Op de achtergrond zegt iemand zachtjes dat ze hoopt dat dit een dier uit de (ongevaccineerde) controlegroep is – iets wat dus niet zo is.

Pas een paar minuten later is Verstrepen van de ergste schrik bekomen. ‘Dit hadden we niet verwacht’, bekent ze, terwijl haar collega’s de apenlongen in stukken snijden. ‘Maar eigenlijk’, voegt ze eraan toe, ‘is dit precies waarom je dierproeven doet. En ook waarom de dieren niet kunnen blijven leven.’

De longen van Dip zien er normaler uit: rozig en een stuk kleiner. Geconcentreerd snijden de onderzoekers de zeven kwabben uit elkaar. Later zullen ze kijken of er resten van het virus in die longdelen zit.

Hoe kan het dat de longen van Chips er zo slecht aan toe zijn? Het dier vertoonde geen ziekteverschijnselen en op de CT-beelden van de longen was niets afwijkends te zien. Heeft een onervaren veterinair patholoog de necropsie gedaan? Nee, gewoon dezelfde als anders. Is het misschien een onverwacht sterke reactie geweest op de euthasol? Dat zou kunnen. Het is al vaker voorgekomen dat het dodelijke middel longbloedingen veroorzaakte, bij een apenstudie naar een heel andere ziekte. Of zou er toch opnieuw een brokje eten in de longen zijn gekomen?

‘In het allerergste geval’, zegt Verstrepen als ze later op haar kamer zit, ‘betekent dit dat het vaccin een infectie juist verergert. En dat het dus absoluut nooit op de markt kan komen.’ Maar voor die conclusie is het nu nog veel te vroeg. Het vergt weken, zo niet maanden om goed uit te zoeken wat hier precies is gebeurd.

De stoffelijke overschotten bevinden zich op dat moment al in de ‘blauwe bak’. Klaar om te worden opgehaald door een bedrijf dat ziekenhuisafval verwerkt.

Elke dag. De opbrengsten

Zo eindigt de negende studie naar een coronavaccin die in het BPRC is gedaan. Wat leverden die experimenten, en de 105 gesneuvelde apen, tot nu toe op?

Laten we beginnen met de grote trots van de onderzoekers: het Janssen-vaccin. Ook dat werd vorig jaar getest op apen van het BPRC. De oude dametjes, voor wie Annet Louwerse een zorgeloze oude dag in gedachten had, werden ervoor opgeofferd. Het is het enige coronavaccin dat is toegelaten in Europa waarvan maar één dosis nodig is. Wereldwijd zijn er miljoenen mensen mee ingeënt. In Nederland waren dat er, geteld eind juni, ruim 455 duizend. De Nederlandse regering zet vooral in op de vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna, omdat die minder bijwerkingen geven en effectiever zijn.

Helemaal aan het begin van de coronapandemie deed de Rotterdamse onderzoeksgroep onder leiding van Marion Koopmans en Bart Haagmans een studie naar het virus in makaken. Zij lieten zien dat de apen, net als mensen, ziek kunnen worden van het coronavirus. De resultaten stonden in mei 2020 in Science, een van de meest vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften. Deze publicatie maakte de weg vrij om vaccins te gaan testen op de apen – een mijlpaal in het onderzoek.

Een onderzoeksgroep uit België gebruikte een verzwakt gelekoortsvirus en bouwde er een stukje genetisch materiaal in dat codeert voor eiwitten van het coronavirus. De wetenschappers hopen zo twee vliegen in één klap te slaan: wie dit vaccin krijgt, is niet alleen beschermd tegen covid, maar ook tegen gele koorts. De apenstudie toonde aan dat het vaccin een infectie met het coronavirus voorkomt. Bij muizen bleek een enkele dosis al na tien dagen voldoende om longziekten tegen te gaan. ‘Bij elkaar staat dit garant voor de verdere ontwikkeling van dit krachtige vaccin’, stelde de publicatie in Nature.

Verder liet een andere Europese onderzoeksgroep vier mogelijke vaccins testen in Rijswijk. Voor een van de vaccins waren de resultaten zo veelbelovend dat er nu testen op mensen volgen.

Twee Nederlandse universiteiten hadden het idee dat een al bestaand tuberculose-vaccin zou werken tegen covid. Het werd geprobeerd op apen. Helaas zagen de onderzoekers bij makaken weinig aanwijzingen dat dit werkte. Ook de studies bij (oudere) mensen vielen tegen. Voorlopig kan dit idee dus de prullenbak in.

Ten slotte is er een publicatie van de BPRC-onderzoekers zelf. Zij onderzochten of er ook afwijkingen te zien waren in de hersenen van met het coronavirus besmette apen. Met schokkend resultaten: bij alle apen – die dus niet ernstig ziek waren door het coronavirus – zaten zogeheten ‘Lewy-bodies’ in de hersenen, abnormale samenklonteringen van eiwitten. Dat is bij de mens een van de signalen voor de ziekte van Parkinson. ‘Een waarschuwing voor de neurologische effecten van een infectie met SARS-CoV-2’, concluderen de onderzoekers.

En als we nog een keer naar het nieuws luisteren, dan hoor je tussen de regels door dat al dit onderzoek nog iets opleverde. Want op de dag dat Chips en Dip sterven, gaat het op de radio niet meer over corona. Het gaat over een brand en over een groot nieuw dorp dat in Zuid-Holland moet worden gebouwd. De alledaagse ongewone dingen, net als voordat de coronapandemie het leven totaal op zijn kop zette.

De ethische afweging

Voordat een onderzoeksproject met dierproeven van start gaat, vindt er in Nederland altijd een ethische afweging plaats. Dat gebeurt door de Dierexperimentencommissie (DEC). De meeste Nederlandse onderzoeksinstituten die dierproeven doen hebben een eigen DEC (een enkele doet een beroep op de commerciële organisatie DEC Consult). In die commissies komt de meerderheid van de leden van buiten. Ook de voorzitter is onafhankelijk. De DEC stelt een advies op voor de Centrale Commissie Dierproeven (CCD), die uiteindelijk de vergunning voor het proefdiergebruik verleent.

‘Wij vormen in de aanloop naar het onderzoek de meest kritische stap’, verzekert de DEC-voorzitter van het BPRC, een ervaren biomedisch onderzoeker uit Leiden. Zijn naam maakt hij liever niet bekend. Aan de ene kant heeft hij daarvoor ‘juridische redenen’: hij vindt het de taak van de Centrale Commissie Dierproeven om verantwoording af te leggen naar buiten. Aan de andere kant spelen bij hem ook de bedreigingen uit het verleden door het hoofd.

‘Noem het woordje aap en veel mensen denken al dat het fout is’, zegt hij. Mede daarom neemt de DEC uitgebreid de tijd om alle onderzoeksplannen te beoordelen en het gebeurt niet vaak dat ze ongewijzigd worden goedgekeurd. De DEC-voorzitter zocht het uit: bij 100 procent van de aanvragen drong zijn commissie aan op wijzigingen, in 15 procent van de gevallen leidde dat ertoe dat de onderzoekers de aanvraag hebben teruggetrokken.

Ook de covidaanvraag werd aangepast na kritische vragen van de DEC. ‘Wij wilden bijvoorbeeld dat er duidelijke go/no-go-momenten kwamen’, vertelt de voorzitter. Neem de ontwikkeling van een diermodel. De onderzoekers testen daarbij hoeveel virus ze moeten toedienen om een reactie, zoals een verhoogde lichaamstemperatuur, op te wekken bij de aap. Steeds geven ze een groep dieren een hogere concentratie van het virus. ‘Als zo’n stap een reactie oproept, moet het klaar zijn. Dan moet je niet bij een volgende groep apen met een nog hogere dosis gaan spelen.’

Ander voorbeeld. ‘Aanvankelijk wilden de onderzoekers ook penseelapen gebruiken. De redenering was: misschien wordt er in de toekomst een antiviraal middel ontwikkeld dat slechts in een heel kleine hoeveelheid beschikbaar is. Dan kan het handig zijn om ook met een kleinere apensoort, zoals de penseelaap, te werken. Daarvan hebben wij gezegd: dat is geen voldoende argument. Het is belangrijker dat we hiervoor geen extra dieren opofferen. Uiteindelijk zijn de penseelapen uit de aanvraag gehaald. Dat is één van de drie V’s: vermindering van het aantal proefdieren.’

De drie V’s, ooit ontwikkeld in de wetenschap, staan zwart op wit in de Wet op de dierproeven. Het gaat om vermindering, vervanging en verfijning. Vermindering spreekt voor zich. Vervanging wil zeggen dat een proefdieronderzoek pas is toegestaan als er geen alternatief is. Een voorbeeld van verfijning is de temperatuursensor die bij BPRC-apen in de buik wordt geplaatst tijdens een experiment. Zo hoeven ze niet meer steeds onder verdoving om de temperatuur te meten. Het resultaat: minder ‘ongerief’, zoals dat in deze wereld heet.

Er zijn dierenactivisten die vinden dat onderzoek op apen nooit toelaatbaar zou moeten zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de organisatie Diervriendelijk Nederland. ‘Wij vinden het onethisch om slachtoffers te maken, of het nu gaat om onze eigen soort of een andere soort’, zegt voorzitter Adrie van Steijn. ‘Iedereen moet kunnen beslissen over zijn eigen leven en lichaam. Mens en dier. Als je een ander dwingt mee te doen aan een experiment, is er sprake van agressie, en daar zijn wij tegen.’

Bij de DEC valt de ethische overweging anders uit. ‘Voor de mens is het belang van de mens al snel aantrekkelijk’, zegt de DEC-voorzitter. Zo ook bij de beoordeling van het covid-protocol van het BPRC. ‘Kijk maar naar de paniek wereldwijd. Uiteindelijk is dit een evidente situatie. De maatschappij kan alleen goed functioneren als er werkzame vaccins of geneesmiddelen zijn.’

Sinds 1 april 2020 ligt er dus een vergunning voor het gebruik van maximaal 358 resusapen en/of Java-apen voor het covid-onderzoek door het BPRC. Twee daarvan zijn Chips en Dip, de apen die in dit verhaal centraal staan.

Meer over