ColumnDe huisarts

Voor de man zonder papieren bestaat er geen terug naar normaal, ik geef hem maar een paar pillen

null Beeld

Op weg naar mijn spreekuur voor mensen zonder papieren zie ik naast een vuilniszak op de gracht afgekloven spareribs en patat- en frikadelbakjes. Ook voor de Amsterdamse meeuwen en ratten is covid-19 voorbij. De afvalbergen groeien en er lopen weer toeristen. Deze ramp lijkt over. Terug naar normaal? Niet voor de grote groep mensen zonder papieren. Die kennen altijd alleen abnormaal.

‘Vorige week ben ik ontslagen, ik had ruzie met collega’s die me uitscholden.’ Geen werk in het distributiecentrum betekende meteen geen onderdak. Op de foto in zijn Oost-Europese identiteitskaart staat hij keurig in pak, nu zit een van de acht halve liters 12 procent-bier die hij dagelijks drinkt in zijn zak. Binge-drinken tot je neervalt, je zult het maar als nooduitgang uit je ellende hebben. Hij bezweert dat hij met steun van wat pillen kan stoppen. ‘Morgen heb ik ander werk, maar met zo’n dronken kop kan ik daar niet aankomen.’ Kloppend verhaal? Geen idee. Het is niet ons beleid om verslavingen te behandelen, te ingewikkeld, maar ik geef hem een paar pillen. Als hij anders dronken in de gracht valt, is er ook een probleem. Gezondheidszorg is vaak een lapmiddel voor sociale ellende veroorzaakt door de combinatie van lieden met het moreel kompas van een kikker – zoals pandjesbazen en de 14.000 uitzendbureaus voor arbeidsmigranten – én krakkemikkige wetgeving.

Er is niets veranderd sinds de kok Tos, de vader van Otje, in het kinderboek van Annie M.G. Schmidt uit 1980, zonder papieren in handen van malafide hoteliers belandde. Daar liep het goed af, in werkelijkheid nooit. Opeengestapelde Oost-Europeanen in de vleesverwerkende industrie lopen corona op, uitgebuite Roemenen met een verstandelijke handicap raken zoek na een inspectie door de gemeente. Wel een gebouw afkeuren maar niet zorgen voor de mensen zelf, want dat was niet meer hun verantwoordelijkheid. Jammer, zoek. Net als de arbeidsmigranten wier Haagse konijnenhokjes affikten. Die migranten ontbenen uw vlees, steken uw asperges, plukken uw tomaten, doen de afwas in uw favoriete restaurant, maken uw huizen en kantoren schoon, maar ze lijken pas te bestaan als het misgaat. Eventjes dan. Die ramp is niet over. Net als de ramp van de toenemende ongeletterdheid niet over is. Die draagt bij aan de ongezondheid van mensen en geeft amorelen de mogelijkheid overal mee weg te komen, want de van hen afhankelijken kunnen hun onbegrijpelijke papieren simpelweg niet lezen. Nu al meer dan een kwart van de jongeren nauwelijks kan lezen, is dat een aantrekkelijke groeimarkt voor uitbuiting door amorele boeven.

Na zijn eerdere betoog in deze krant riep Adriaan van Dis zondag in Buitenhof opnieuw gloedvol op om meer te lezen. En hij richtte zich tot de kinderen en tot de vreemdelingenvrezende politici als Wilders. Als we nu eens beginnen met Otje voor te lezen aan onze kinderen en kleinkinderen en als politici dat ook doen. Twee vliegen in een klap: taalvaardig worden en compassie ontwikkelen. Heb je Sywerts ‘moreel kompasadviseur’ niet voor nodig en je kunt er vandaag al mee beginnen.

Joost Zaat is huisarts

Meer over