Vlammen om een beetje aandacht

Pyromanen, zoals die in Rotterdam vorig weekend, slaan vaak toe na uitvoerig cafébezoek, zegt de psycholoog. Het zijn meestal zielige mannen die contact zoeken....

HANDENVOL werk had de brandweer in Schiedam en Rotterdam afgelopen zondagmorgen. Auto's, loodsen en bedrijfspanden gingen in vlammen op. 'Een typisch moment voor de activiteiten van een pyromaan. Vaak slaat hij toe als de kroegen sluiten en hij met een flinke slok op van het café naar huis loopt', constateert drs. Ernst Ameling, psycholoog bij het Pieter Baancentrum in Utrecht.

'Van de Rotterdamse branden heb ik begrepen dat de stichter ervan ook hier een soort handtekening, een kenmerkende manier van doen, heeft achtergelaten. Want in feite wil hij graag gevonden worden. Deze mensen zijn vaak ziek en schreeuwen eigenlijk om aandacht', meent de 51-jarige klinisch psycholoog, die een proefschrift voorbereidt over pyromanie.

Bij het Pieter Baancentrum, de psychiatrische observatiekliniek van het gevangeniswezen, komen jaarlijks tien tot vijftien ziekelijke brandstichters binnen. Ameling ziet een deel van hen, en anderen bezoekt hij in diverse huizen van bewaring. Pyromanen vormen slechts een deel van de gevangenen over wie hij observatierapporten maakt.

'Niet elke brandstichter is een pyromaan', zegt Ameling. 'Het kan ook gebeuren om financiële, politieke en ideologische redenen of uit wraak. Zo heb ik ooit een rapport gemaakt over de twee mannen die indertijd een aantal vrachtwagens in brand staken uit verzet tegen de vleesindustrie. Dat zijn totaal andere types dan pyromanen. Ook krijgen we wel mensen met een psychische stoornis, meestal vrouwen, die zichzelf door brandstichting van het leven willen beroven. Ook dat zijn geen pyromanen.'

De drangmatige brandstichters zijn mensen die doelbewust een delict plegen om er een fijn gevoel door te krijgen. De politie schat dat 70 tot 80 procent van de branden waaraan zij te pas komt, wordt gepleegd door pyromanen. Drangmatig handelen is overigens iets anders dan dwangmatig handelen, zoals het overmatig handen wassen of de leefomgeving willen controleren. Die handelingen vervullen de patiënten juist met afkeer in plaats van lust. Maar ze kunnen niet anders.

'Er zijn weinig andere aandoeningen die verwant zijn met pyromanie', denkt Ameling. 'Wellicht kleptomanie, drangmatige diefstal, overigens vooral gepleegd door vrouwen. En misschien de pathologische oplichters, de hoogintelligente flessentrekkers.

'Pyromanen zijn meestal mannen. We hebben ooit de dossiers van alle pyromanen uit het archief van het Pieter Baancentrum gelicht. Het opvallendste is niet dat het bijna allemaal mannen zijn, want dat is bij de meeste geweldsdelicten het geval, maar wel dat ze zo verschrikkelijk veel drinken. Gemiddeld is bij 30 tot 40 procent van de delicten alcohol in het spel. Maar bij pyromanie is dat aandeel 70 procent.'

Dat bracht Ameling ertoe eens wat dieper in de dossiers van de ziekelijke brandstichters te duiken. Hij vergeleek er honderd met evenveel dossiers van andere in het Pieter Baancentrum gearchiveerde geweldsdelicten. Waarom hebben ze zo vaak drank nodig voordat ze tot hun daad komen? Heeft dat iets te maken met hun persoonlijkheidsstructuur?

Ameling: 'Pyromanen blijken vooral introverte jongemannen tussen de twintig en dertig jaar oud. Ze hebben weinig sociale contacten, wonen veelal nog thuis, werden op school gepest en hebben een niet al te hoge intelligentie. Dan kom je tot een groep jongens die aandacht te kort is gekomen en geen macht heeft of had ten opzichte van ouders, school en vriendjes. Ze hebben ontdekt dat het aandacht trekt als je iets in de fik steekt.

'De alcohol hebben ze nodig omdat ze anders niet durven. Ze doen het alleen, vaak als ze van de kroeg naar huis gaan. Dat laatste helpt bij hun opsporing, maar dat ze alleen werken en nogal teruggetrokken zijn, maakt het weer moeilijker een pyromaan te vinden.

'Het helpt wel dat ze vaak een handtekening achterlaten, omdat ze, diep in hun hart, gevonden willen worden. Hun tragiek is immers dat hun branden wel aandacht krijgen, maar dat niemand weet dat zij het gedaan hebben. Sommige pyromanen bellen zelfs de politie, of sturen een brief dat zij de ''pyromaan van zus of zo'' zijn.'

De oude, freudiaanse opvatting over pyromanie had een seksueel karakter. De jongens zouden lang in bed geplast hebben en dingen in de fik steken om ze zelf uit te kunnen plassen. En de naar boven lekkende vlammen zouden een fallische betekenis hebben. 'Onwaarschijnlijk', meent Ameling. 'Er zullen best wat bedplassertjes en nagelbijtertjes bij zijn, maar dan vooral vanwege hun persoonlijkheid en de toestand thuis. Het is geen stoornis van de seksualiteit.'

Ameling: 'Vuur is fascinerend. Ik heb thuis ook een open haard. Mensen maken vuren op het strand, zingen om het kampvuur en lopen uit voor een goeie fik. Voor de één betekent vuur iets meer dan voor de ander, en toevallig merken deze mensen dat er een soort beloning in de vorm van aandacht aan verbonden is. Pyromanen gooien wellicht ook ruitjes in of spuiten graffiti. Het geeft hun een ontlading van spanning, om iets te doen dat verboden is.'

Er lopen in Nederland misschien tweehonderd pyromanen rond, schat Ameling. Die kunnen echter wel flink wat angst en schade veroorzaken. Er zijn erbij die wel tachtig auto's in brand staken. Ameling: 'Als gebrek aan aandacht een thema is voor veel pyromanen, dan zou je ze moeten negeren. Maar dat is, gezien de persvrijheid, onmogelijk.'

Voor afwijkingen in de hersenen van een pyromaan zijn geen aanwijzingen, noch voor een erfelijke aanleg. Behandeling met medicijnen heeft weinig zin, meent Ameling, tenzij een pyromaan een zware depressie heeft over de gevolgen van zijn brandstichting. 'Psychotherapie om de ziekelijke hang naar aandacht en het gebrek aan eigenwaarde weg te nemen, is de aangewezen weg. Je moet je realiseren dat pyromanie vanzelf over gaat. Pyromanen boven de 35 zijn uitzonderlijk.'

Meer over