Variaties op een tennisbal

VAN Money tot Einsteins Monsters en van London Fields en Time's Arrow tot The Information worden de boeken van Martin gekenmerkt door de menselijke drang tot zelfvernietiging....

HANS BOUMAN

Het zal de trouwe lezers dan ook niet verbazen dat in Amis' korte roman Nachttrein - waarvan het Engelse origineel pas in oktober in de Britse boekhandels ligt - zelfvernietiging eveneens het onderwerp is, alleen ligt het er nu, op het eerste gezicht, nogal dik op. Verteller en hoofdpersoon is rechercheur Mike Hoolihan, een vrouw, die zichzelf als volgt omschrijft: 'Een 44-jarige politie met dik blond haar, krachtpatsertieten ('bruiser's tits') en brede schouders, en in haar hoofd lichtblauwe ogen die alles hebben gezien.'

Ze heeft acht jaar op de afdeling moordzaken gezeten, maar werkt nu op de afdeling 'confiscatie'. In de loop der jaren is ze specialist op het gebied van de zelfmoord geworden, een onderwerp dat haar collega's nauwelijks interesseert, omdat het geen overwerk of positieve aantekening oplevert. Toch is het niet iets voor doetjes. Hoolihan: 'Ik heb lijken gezien die al zo lang dood waren dat je het tijdstip van overlijden alleen kon schatten door de maden te meten.' Ze voegt eraan toe: 'Maar van alle lijken die ik heb gezien is er niet één dat zo'n diepe indruk op me heeft gemaakt als het lijk van Jennifer Rockwell.' En daarmee zitten we midden in de sores.

Hoe en waarom heeft Jennifer Rockwell zelfmoord gepleegd? Daar draait alles om in Nachttrein. Jennifer is de dochter van 'kolonel Tom', het hoofd van de recherchedienst. Hij is een persoonlijke vriend van Hoolihan. Hij nam haar onder zijn hoede toen ze op het punt stond zich dood te drinken. Hoolihan wordt gevraagd het bericht van Jennifers dood - ze is naakt op een keukenstoel aangetroffen, met een pistool in haar mond - aan Tom Rockwell over te brengen.

De ontdane Rockwell kan niet geloven dat zijn dochter zichzelf heeft gedood en vraagt Hoolihan de zaak te onderzoeken. En inderdaad: wanneer je de feiten van Jennifers leven nagaat, wijst niets in de richting van suïcide. Jennifer was wonderbaarlijk mooi en hoogst intelligent ('to-die-for briljant'; 'drop-dead beautiful'), gelukkig getrouwd en kerngezond, had een zeer bevredigende baan bij een sterrenwacht en ook in materieel opzicht ging het haar naar den vleze. In politietermen: geen 'juist-ja-zelfmoord', maar een 'nee-toch-zelfmoord'. Of helemaal geen zelfmoord.

Hoolihan stuit op twee veelzeggende gegevens, althans zo lijkt het. Ten eerste blijkt Jennifers echtgenoot, Trader Faulkner, hun etage kort voor de ontdekking van haar lichaam in een kwade bui te hebben verlaten, en ten tweede blijkt, uit het autopsierapport, dat ze maar liefst drie kogels door haar hoofd heeft gejaagd. Geen zelfmoord dus; Trader is de meest logische verdachte.

Het verhaal verloopt vervolgens geheel volgens de regels van de politieroman. Hoolihan neemt verhoren af, bespreekt de autopsierapporten, gaat op bezoek bij Jennifers werkgever, achterhaalt een man met wie ze een merkwaardige afspraak heeft gemaakt, spreekt met haar arts, een voormalig vriendinnetje, en zo verder. Maar hoewel alle ingrediënten van de klassieke politieroman aanwezig zijn, wordt al vrij snel duidelijk dat Amis het genre eerder pasticheert dan imiteert. Dat komt vooral tot uiting in de talrijke bespiegelingen van Hoolihan, over het vak, maar vooral over de manier waarop de tv avond aan avond een beeld van het politiewerk geeft.

'De tv, en wat daarbij hoort, heeft een vreselijk effect gehad op daders', merkt Hoolihan op. 'De tv heeft ze stijl gegeven. En de tv heeft het Amerikaanse jurysysteem voorgoed naar zijn moer geholpen. En de Amerikaanse advocatuur. Maar de tv heeft ook ons, politie, naar de klote geholpen. Geen beroep is op zo grote schaal gefictionaliseerd.' Verderop in het boek verklaart ze zich nader. Door de tv, stelt Hoolihan, verwacht men tegenwoordig dat alles klopt. 'De misdaad valt binnen het psychologische profiel van de misdadiger. Het alibi blijkt vals. De revolver rookt. De gesluierde vrouw verschijnt plotseling in de rechtzaal.' En er moet een motief zijn - dat heeft de jury nodig. Bewijzen alleen zijn niet genoeg. 'De juryleden willen een waarom. Ze willen herhalingen van Perry Mason, The Defenders en Car Fifty-Four Where Are You? Ze willen elke tien minuten reclame, anders is het niet echt.'

Kortom: waar ooit fictie de werkelijkheid beoogde weer te geven, geeft nu de werkelijkheid fictie weer. Omdat het anders niet klopt, niet geloofwaardig is. Men ziet wat men wil zien, of het er nu is of niet. Wetenschapsfilosoof Trader duidt het fenomeen in tennistermen: 'De bal is in, maar jij geeft hem uit omdat je wilt dat hij uit is. Je wilt zo graag dat hij uit is dat je hem uit zíet.'

Hoewel Nachttrein de vorm van een politieroman heeft, snijdt het boek in feite een discussie aan over de vraag in hoeverre we onze werkelijkheid zelf scheppen. Wanneer de lezer in die vraag belang stelt, wordt hij gedwongen niet alleen Hoolihans speurtocht naar wat er werkelijk is gebeurd te volgen, maar moet hij ook de hele speurtocht, ja Hoolihans hele relaas, ter discussie stellen. Immers, Hoolihan en Jennifer zijn zo volledig elkaars spiegelbeeld dat ze heel goed projecties van elkaar zouden kunnen zijn. Anders gezegd: is Jennifer Hoolihans ideale zelf? Zijn zij variaties op dezelfde tennisbal, de ene als je hem uit ziet gaan, de ander als je hem duidelijk ín ziet?

In Nachttrein dolen individuen door een wereld die woest en leeg is, en waarin iedereen maar zelf zijn waarheid moet scheppen. Dat is een zo herculische bezigheid dat je je kunt voorstellen dat het iemand te veel wordt.

Hans Bouman

Martin Amis: De nachttrein.

Vertaald uit het Engels door Gerrit de Blaauw.

Contact; 141 pagina's; ¿ 29,90.

ISBN 90 254 2114 8.

Meer over