Vakantie in de IJzertijd

Amateurs zijn de ogen en oren van de professionele archeologie. Ze signaleren. En ze graven mee tijdens speciale zomerkampen. Naar de IJzertijd bijvoorbeeld, in de Broekpolder bij Beverwijk, waar de prehistorie tastbaar wordt....

DE FELLE ZON schijnt al urenlang op de hoofden van de amateur-archeologen en toch spitten ze onverdroten door. Dikke kluiten vette klei, zojuist opgegraven, liggen te glanzen langs de randen van de put. Allemachtig zwaar werk, klagen de gravers. Maar veelbelovend lijkt het wél.

Want aan het eind van deze bijna tropische maandagmiddag is in de put van 13 bij 25 meter een patroon goed zichtbaar geworden. Een decimeters brede verkleuring, diagonaal over de bodem, duidt op een greppel of sloot uit de prehistorie. Ze kruist de sporen van twee sloten uit latere tijd. Ronde vlekken in de grond geven mogelijk de plaatsen aan waar palen zijn geslagen en een grotere verkleuring daar vlakbij kan een schuurtje zijn geweest.

Het is nog maar de eerste dag van de graafweek die de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN) hier houdt, in de Broekpolder, op de grens van Beverwijk en Heemskerk. We zijn in één van de archeologische kampen die de AWN, de grootste organisatie van amateur-archeologen in Nederland, 's zomers organiseert in eigen land en daarbuiten - één van de vier dit jaar.

Zaterdagavond zijn zestien AWN'ers, tien mannen en zes vrouwen, bijeengekomen op hun logeeradres, een oude boerderij in Heemskerk. De hele week zullen ze in de Broekpolder spitten naar sporen van bewoning, vooral uit de IJzertijd: de laatste eeuwen voor de komst van de Romeinen.

De onderzoekers mogen graven voordat de bouw begint van 3200 woningen in deze hoek tussen de oude en de nieuwe snelweg naar Alkmaar. Het is een researchproject van formaat. Tot het jaar 2001 zullen amateurs en al dan niet afgestudeerde universitaire archeologen er vijf miljoen gulden opmaken van rijk, provincie en de twee gemeenten, alles onder verantwoordelijkheid van de Universiteit van Amsterdam.

De hulp van de AWN'ers is welkom. In de loop van maandagmorgen begint een deel van de ploeg op een halve meter diepte met het laagje voor laagje afschrapen van de kleibodem, met het blad van de schop bijna horizontaal. Scherven uit de IJzertijd, voelbaar minder hard gebakken dan aardewerk uit latere episoden, komen te voorschijn en worden gemarkeerd met gele bordjes. Dat het kleurpatroon op de bodem herkenbaarder is geworden, is ook een gevolg van het schraapwerk.

De preciese plaatsen van verkleuringen en vondsten worden opgemeten en vastgelegd op grote, geruite vellen, waarop langzamerhand een nauwkeurige tekening van het bodempatroon ontstaat. Dan begint ook het 'coupeerwerk': verkleurde plekken worden deels afgegraven, zodat de onderzoekers een verticaal beeld krijgen van de situatie.

Het is deze zomer niet voor het eerst dat oudheidkundigen zich met de Broekpolder bezighouden. Hun belangstelling voor het terrein dateert uit 1989, toen er de eerste sporen van bewoning uit de IJzertijd werden ontdekt. Proefboringen en -sleuven wijzen later uit dat er méér moet zitten. De archeologen weten dat ze er vroeg bij moeten zijn: actie is geboden voordat de oude resten worden weggedrukt of vernield door zandopspuitingen en heipalen voor de nieuwe woningen. De overheden willen wel meewerken en komen met geld.

Niet ver van de put met het slotenpatroon zijn op vier niveaus tekenen van bewoning gevonden. De oudste zijn ploegsporen uit 400 voor Christus. Van tweehonderd jaar later dateert een huis. In de Romeinse tijd is, blijkens gevonden resten, op dezelfde plek een paard begraven en hebben koeien hun voetafdrukken achtergelaten. Daaroverheen zijn er weer ploegsporen.

Door steeds meer elementen van vroegere bewoning bloot te leggen hopen de onderzoekers zich een beeld te vormen van de inrichting van het landschap. 'Het gaat niet meer om nederzettingen alleen', vertelt de uit Duitsland afkomstige Leidse student Christian Nockemann, één van de 'beroeps' die meewerkt in de Broekpolder. 'Hopelijk kunnen we straks iets zeggen over hoe de mensen uit de IJzertijd de wereld zagen. Want het landschap was voor hen niet alleen functioneel; het moet ook symbolische betekenis hebben gehad, zoals dat nog het geval is bij Aboriginals in Australië.

'Hoe bijvoorbeeld hebben de mensen zich beschermd tegen de boze buitenwereld? Kijk naar wat er rond die oude huizen gebeurt. Bij de ingang van het huis hier uit 200 voor Christus zijn abnormaal veel scherven gevonden. Betekent dit dat er offers zijn gebracht om kwade geesten buiten te houden? Zo moet je associëren. Het is interpretatie, ja. Er zijn dan ook archeologen die dit allemaal veel te veel speculatie vinden en zich beperken tot beschrijven.'

H OE HET OOK ZIJ, eindconclusies zijn er pas als de AWN'ers allang weer weg zijn. Wat bezielt deze amateurs dan om dagenlang de modder te trotseren in de brandende zon? Wat drijft hen ertoe een vakantieweek lang te slapen op veldbedden en luchtmatrassen, hutje en mutje in een oude boerderij, waarvoor ze - inclusief catering - 225 gulden per persoon moeten betalen? Waarom zijn ze überhaupt bij de AWN?

'Het leuke is dat je niet weet wat eruit komt', zegt deelneemster Annie Slokkers-Wagemakers (47), huisvrouw uit Bergen op Zoom. 'Hier voeg je echt iets toe aan de wetenschap. En die dient ertoe om te achterhalen waar we vandaan komen. Dat fascineert me.'

Ook Paul Baarslag (43) uit Den Haag, werkzaam op het ministerie van Justitie, zit achter het verleden aan. Hij las alles wat hij te pakken kon krijgen over de periode 1500 vóór en 1500 na Christus. Die studie gaf hem grond onder de voeten, had hij het gevoel. 'En door dat graven kom je onder de mensen, wat beter is dan almaar bij de computer te blijven zitten.'

De AWN'ers in de Broekpolder hebben allemaal ervaring met archeologisch werk, anders zouden ze hier niet mogen graven. Minimaal hebben ze vorig jaar een instructiekamp bijgewoond; de meesten hebben daarvóór al jarenlang gespit in kampen of in de eigen woonplaats en omgeving.

'De amateurs zijn de ogen en de oren van de beroeps-archeologen, die geen tijd hebben om alle potentiële vindplaatsen na te lopen', stelt mede-graver dr. ir. Pieter van der Voorde (73), die vroeger als bodemkundige de wereld afreisde om te adviseren bij onder meer irrigatie. 'Heel veel archeologisch onderzoek komt tot stand na observaties door amateurs. En wij worden vaak bij verdere research betrokken. Het is niet meer zoals vroeger, toen deftige geleerden met hoge hoeden op en vadermoordenaars om vreemd opkeken tegen die eigenwijze amateurs.'

T OCH GAAT HET de AWN minder naar den vleze dan eigenlijk zou moeten, erkent Van der Voorde, die tot 1 januari zes jaar lang AWN-voorzitter was. Het ledental van de club is de afgelopen jaren gedaald van 2650 naar 2500. 'Tsja, de mensen doen dan zo'n AWN weg en worden dan ergens anders lid van. Daar ondervinden we de concurrentie van, vooral van de natuurorganisaties. Een zeehondje is natuurlijk ook veel aandoenlijker dan onze spullen; dit heeft aaibaarheidsfactor nul.'

Dat verhindert niet dat in de Broekpolder met veel doorzettingsvermogen wordt gegraven. Ook in de andere put waar

AWN'ers te werk zijn gesteld, hoewel daar geen sprake is van IJzertijd. Hier, op een bescheiden verhoging in het landschap, mogen de amateurs het gras openspitten om brokken huisraad uit de vorige en deze eeuw te bergen. Ieder heeft een vierkante meter toebedeeld gekregen

De voorwerpen zitten er massaal, vlak onder het gras: glazen flesjes, een inktpot, een sleuteltje, een ring, een lepel en een vork, en scherven, heel veel scherven van aardewerk uit diverse delen van Europa. 'We stuiten zo direct op grootmoeders servies', zegt deelneemster Emke van Berkel (28) uit Alkmaar.

En al lijkt het waardeloze rommel, de AWN'ers verzamelen de voorwerpen alsof het kostbaarheden zijn, zo lijkt het dikwijls. Soms is er een vondst die menigeen nader wil bekijken, zoals de cent uit vermoedelijk 1879. Ondanks de warmte en de aanwezigheid van een muizennest ('de grond beweegt hier') schrapen ze door tot ze op een laag stuiten waar niets meer te halen is.

De leider van het Broekpolderproject, drs. Linda Terkorn van de Universiteit van Amsterdam, komt even kijken. 'Het gaat hier om de relatie tussen het materiaal en de eigenaar', zegt ze. 'Is hier voornamelijk klein huisraad te vinden en waarom is dat dan zo? Waarom hebben ze juist dit materiaal gedumpt? Hebben ze de grond willen ophogen? Als je zulke dingen over betrekkelijk kort geleden niet kunt verklaren, moet je je afvragen hoe je dan uitspraken kunt doen over de prehistorie.'

Eric Hendriks

Meer over