Nieuws

Tropisch bosgebied herstelt zich relatief snel na kaalslag

Nadat ze zijn gekapt, kunnen tropische bossen zich in veel opzichten herstellen – en dat al binnen enkele decennia. Na tien jaar is de bodem alweer bijna als voorheen. Na 25 jaar hebben de bladeren en het hout hun oude dichtheid terug. En na 25 tot 60 jaar zijn de dikte van de bomen en de soortenrijkdom weer als vanouds.

Maartje Bakker
Een jong herstellend bos (met palmboom) naast een weiland in Brazilië. 
 Beeld Rens Brouwer
Een jong herstellend bos (met palmboom) naast een weiland in Brazilië.Beeld Rens Brouwer

Dit blijkt uit nieuw onderzoek van een internationale groep ecologen dat vrijdag is gepubliceerd in Science. Volgens de wetenschappers, onder meer van Wageningen University & Research, duurt het langer voordat alle vroegere boomsoorten zijn teruggekeerd en de biomassa van het bos weer nagenoeg op peil is: minstens 120 jaar.

Nog altijd wordt er wereldwijd veel tropisch bos gekapt om plaats te maken voor landbouw. Soms zijn dat grote plantages, soms gaat het ook om landbouw op kleine schaal. Lokale boeren gebruiken hun akkers en weilanden meestal tijdelijk: de grond wordt gaandeweg minder vruchtbaar, ze vertrekken naar de stad of krijgen ander werk. Als vanzelf keert het bos dan terug. De zaden zitten immers nog in de grond of komen aanwaaien vanuit naburige wouden.

Nu blijkt dat nieuw bos al vrij snel weer de karakteristieken heeft van oud bos in dezelfde omgeving. De onderzoekers keken naar hergroeiend bos op 77 plekken in Amerika en Afrika, en zagen dat die na 20 jaar voor 78 procent waren hersteld. ‘Verrassend snel’, vindt Lourens Poorter, hoofdauteur van de studie en hoogleraar functionele ecologie in Wageningen.

Volgens de ecologen is dit reden om zulke ‘secundaire’ bossen beter te beschermen. Ze nemen volop koolstof op en gaan op die manier klimaatverandering tegen. En de bodem bevat na korte tijd evenveel stikstof en koolstof als voorheen. Dat betekent dat de vruchtbaarheid van de grond op een natuurlijke manier kan terugkomen.

null Beeld

Natuurgebied van de toekomst

Bovendien verschilt het aantal boomsoorten na verloop van tijd weinig meer van dat van oude bossen. Dat maakt de secundaire bossen tot ‘een belangrijk reservoir voor biodiversiteit’, stellen de onderzoekers. Een bruikbaar inzicht in een tijd waarin de rijkdom van het leven op aarde snel achteruitgaat – en meer dan honderd landen zich vastlegden op de doelstelling dat 30 procent van het land en de oceanen in 2030 beschermd moet zijn. Dat is nu slechts 16 procent. Wellicht zijn deze herstellende bossen de natuurgebieden van de toekomst.

‘De meeste aandacht gaat altijd uit naar de oude bossen, dus het is goed dat deze onderzoekers laten zien dat secundair bos ook zijn waarde heeft’, meent Marijke van Kuijk, universitair docent tropische bosecologie in Utrecht (en niet betrokken bij de Science-studie). ‘Maar deze bossen kunnen nooit in de plaats komen van de oude bossen. In een nieuw bos duiken veel boomsoorten weliswaar snel weer op, maar de soorten die een oud bos tot een oud bos maken, zijn niet zomaar terug. En qua koolstofopslag blijft zo’n nieuw bos ook nog lang achter.’

Van Kuijk denkt verder dat de Wageningse auteurs een tamelijk optimistisch beeld schetsen van de hergroeiende bossen. ‘Ze hebben voor hun analyse bossen geselecteerd waarvan de bodem nog redelijk intact was. Zelf heb ik gewerkt in Vietnam, waar tijdens de oorlog Agent Orange (ontbladermiddel, red.) is gebruikt. Dat zit nog steeds in de bodem, en daar gaan bomen niet bepaald harder van groeien. Of neem Indonesië, waar tropische bossen hebben plaatsgemaakt voor palmolieplantages en de bodem ontzettend is verarmd. Op dat soort plekken zal het bos zich veel moeilijker herstellen.’

Meer over