Tot 133 graden verhit varken 'absoluut veilig'

'Een varken dat aan een hartaanval overlijdt, daar is niks mis mee', beweert een varkensboer in Best. 'Ja, het dier is dood....

Van onze verslaggever Peter de Graaf

Langs de weg ligt de groene kadaverkap, een vertrouwd beeld in het Brabantse landschap. Er ligt vandaag niets onder. Maar maandag was het nog raak: zeug dood, kadaverlijn van Rendac gebeld, het lijk naar de weg gesleept, kap erover. Binnen een dag werd het kadaver afgevoerd naar het destructiebedrijf in Son en Breugel.

De jonge boer, die zijn naam niet in de krant wil, heeft driehonderd zeugen en gemiddeld 1400 biggen. Acht tot tien keer per jaar gaat er 'een zog kapot', meestal van ouderdom of door een hartinfarct. De biggen sterven massaler, te zwak om te overleven, ongelukkig doodgedrukt door moeder of doodgeboren. Gemiddeld verdwijnen 25 biggen per week in de kadaverton. Die ton wordt elke week geleegd en moet per 1 mei, wettelijk verplicht, worden gekoeld om de risico's van rotting en bederf te beperken.

De Boer betaalt ruim vijfhonderd gulden per jaar aan destructor Rendac om de kadavers af te laten voeren. Maar als de plannen van Faber doorgaan, is hij een veelvoud kwijt, vermoedelijk een paar duizend gulden. Want het destructiebedrijf scheidt de dooie beesten in water (70 procent), vleesmeel (20 procent) en vet (10procent). Meel en vet worden door de mengvoederindustrie verwerkt tot diervoeder. Kadavers vormen kortom waardevolle grondstoffen. Als ze straks alleen maar verbrand worden, zijn ze voor iedereen een kostenpost.

'Het is toch zonde om zulke hoogwaardige producten zomaar te vernietigen', meent Rendac-directeur W.Vonk. Al zeventig jaar verwerkt het Sonse bedrijf kadavers tot hapklare brokken voor de voederindustrie. De dierenlijken worden eerst vermalen tot kleine stukjes en gepasteuriseerd om rotting tegen te gaan. Daarna volgt de belangrijkste stap: gedurende twintig minuten worden de stoffelijke resten onder hoge druk (drie bar) tot 133 graden verhit, waardoor alle mogelijke ziektekiemen worden gedood. Na de scheiding in vleesmeel en vet resteren 'absoluut veilige grondstoffen'.

Maar Vonk beseft ook dat de consument steeds meer moeite heeft met de wetenschap dat 'varkens hun eigen soortgenoten opvreten'. Fabers plannen komen voor hem niet als een verrassing. Vonk wil het liefst zo snel mogelijk duidelijkheid, opdat zijn bedrijf tijdig kan inspelen op de nieuwe wetgeving.

Rendac is het enige bedrijf in Nederland waar kadavers worden vernietigd en verwerkt, met vestigingen in Son en het Friese Bergum. Kadavers vormen slechts 15procent van de omzet. De rest is slachtafval.

'Als kadavers echt moeten worden verbrand, gebruik ze dan als brandstof. Dan heb je er nog wat aan', oppert Vonk. Want louter verbranding van 150 duizend ton aan dierenlijken kost de boeren naar schatting 40 tot 50miljoen gulden per jaar extra. Volgens hem zijn er echter al proeven aan de gang om het diermeel en vet, gescheiden van het water, te gebruiken als energiebron. Vonk: 'Brandstof voor elektriciteitscentrales bijvoorbeeld, of voor de cementindustrie.'

Terwijl Rendac zich al voorbereidt op nieuwe wetgeving, keren de boerenbonden zich voorlopig nog fel tegen Fabers plannen. LTO-Nederland vindt het verwerkingsprocédé om dode beesten weer in de voedselketen voor dieren te krijgen 'volkomen veilig'.

LTO ziet een eenzijdig verbod in Nederland uit concurrentie-overwegingen niet zitten. De boerenorganisatie wil alleen praten over een totaal verbod op diermeel als dat in Europees verband plaatsvindt. NVV-voorzitter W.van den Brink noemt het plan 'ingegeven door angst, niet door wijsheid'. Hij vindt dat Faber zich laat leiden door de publieke opinie.

Meer over