Topsport, maar met beperking

Het stadion in Eindhoven ziet er tijdens de WK zwemmen voor gehandicapten gelikt uit. De duizend zwemmers en begeleiders kijken hun ogen uit....

Paralympisch zwemster Mirjam de Koning heeft even geen tijd voor een interview. Ze heeft WK-zilver gewonnen in de S6-klasse, 100 meter vrije slag, maar nu moet ze ‘snel, snel, rap, rap’ naar de dopingcontrole. Fysiotherapeut Joyce van Keulen duwt de rolstoel de catacomben in. Er is geen tijd te verliezen, want er moet bloed worden afgenomen.

Een uur later hangt de tweevoudig paralympisch kampioene van 2008, die een dwarslaesie heeft, ontspannen in haar rolstoel. De huldiging is achter de rug. Er was het Britse volkslied voor winnares Eleanor Simmonds, een lilliputter met een groeistoornis van de ledematen. De foto’s zijn genomen en De Koning komt met een brede lach naar de andere kant van het zwembad voor het interview. Ze wordt geduwd door teammanager Marco van den Brink.

Er zijn bij deze WK voor gehandicapten in Eindhoven alle verplichtingen van de topsport. Dus zijn er ook de interviews na afloop. Een Britse en een Duitse cameraploeg flankeren ons in de mixed zone van het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion. Boven ons zitten de mensen van de Australische tv. De NOS is er niet.

De Koning is een sportvrouw die in Nederland in de schaduw staat van paralympisch icoon Esther Vergeer, gelauwerd uit het rolstoeltennis. Ze doet zonder mankeren haar verhaal. Dat bloed afnemen hoort er bij, zegt ze. ‘Twee buisjes liefst.’

De mensen om haar heen vinden het wel heel streng. Urinecontrole is blijkbaar niet genoeg. De IPC, de wereldbond van paralympische sporten, controleert strenger dan de bonden in het valide zwemmen, de Europese LEN en wereldfederatie FINA. Die kregen vorige week van het anti-doping agentschap WADA een vermaning. Weer geen bloed afgenomen, net als in 2009.

De Koning vertelt van haar malheur van de voorbije twee jaar, na de Spelen van Peking waar ze tweemaal goud veroverde op de rugslag plus twee keer zilver op de vrije slag. Haar schouders schoten in het verleden telkens uit de kom. ‘Ja, ook bij het zwemmen.’

Een operatie kon niet uitblijven. ‘De eerste in januari 2009. En de tweede op 20 augustus 2009. Precies een jaar geleden’, zegt ze. Dat ze hier nu zit, is een klein wonder. Ze brak drie maanden geleden ook nog eens drie ribben. Dat kon er nog wel bij. ‘Bij het hoesten. ’s Nachts gebeurd. Pas na acht weken hebben we foto’s gemaakt. We dachten dat er een spiertje gekneusd was. Het was erger.’ Ze liet zich niet uit het veld slaan. ‘Voor januari van dit jaar heb ik niet aan zwemmen willen denken.’

Toen was ze volgens de overlevering twintig kilo boven haar ideale gewicht. Nu ziet ze er weer strak uit. Met dank aan Heliomare, waar ze haar revalidatie deed, en aan Mark Faber, de bondscoach paralympisch zwemmen, die haar in Amersfoort en Zeist begeleidt bij de dagelijkse trainingen. ‘In zes weken viel ik twee maten af.’ Manager Van den Brink: ‘Ze moest telkens andere kleren.’ De Koning: ‘Ik mag trots op mezelf zijn.’

Het zijn de kleine en grote verhalen uit de sport die in Eindhoven passeren. Die boven het gemiddelde uitstijgen. Mirjam de Koning zegt dat ze niet moet klagen, als ze het verhaal aanhaalt van Pieter Gruijters, de paralympisch kampioen speerwerpen van 2008. Diens dwarslaesie is naar boven gekropen, met grotere lichaamsuitval ten gevolge. Hoe veel pech kan de mens verdragen?

Lisette Teunissen zwemt in de S5, een klasse met een fysieke beperking. Die varieert in Eindhoven van S1, het ergste, tot S10, het minste. Teunissen komt uit de S6 en wilde eigenlijk in de S4. Door een progressieve spierziekte kan ze haar handen niet meer strekken. Ze zwemt met half geklemde vuisten, waarmee ze minder greep heeft op het water. In de keuring te Berlijn waren de keuringsheren onverbiddelijk. Geen S4. Teunissen, rolstoeler, verliest deze donderdagavond in de finale van de 200 vrij de bronzen medaille aan een Chinese. Het is een verhaal in de marge.

Grootste sport
Zwemmen is de grootste sport voor gehandicapten in Nederland. Het land telt honderd clubs, met in totaal zesduizend leden: gehandicapten die willen of moeten bewegen. Waar gaat dat gemakkelijker dan in het water?

De integratie van sport voor ‘mensen met een beperking’ met de valide takken is sinds de Spelen van Sydney in 2000, volop in beweging. In 2008 is de vroegere koepelorganisatie Nebas NSG opgegaan in de grote sportorganisatie van Nederland, NOC*NSF. Bonden hebben naar het tennismodel de gehandicaptensport onder de hoede genomen. NOC*NSF doet onder de vlag van NPC Nederland de inschrijving voor de Paralympische Spelen, het zusterevenement van de Olympische Spelen.

In die nieuwe structuur van gelijkheid is een compleet topsportprogramma opgetuigd voor de Nederlandse paralympiërs, inclusiefeen fulltime in dienst zijnde chef de mission, André Cats. De vroegere bondscoach van de nationale zwemploeg (2002-2004) heeft voor het zwemmen, via zwembond KNZB, een bondscoach mogen aanstellen. Die coach, Mark Faber, geeft centrale trainingen in Amersfoort en Zeist en is met zestien zwemmers in Eindhoven verschenen.

Cats, op de tribune in Eindhoven: ‘Je krijgt ook in de paralympische sport niets meer in de schoot geworpen. Je moet echt werken voor je medailles. Er bestaat nog te veel het beeld dat als je meedoet je al een medaille hebt. Dat je hem bij de inschrijving krijgt opgestuurd.’

Dat beeld stamt uit de tijd van de Paralympische Spelen van Seoul (1988). Toen waren er 34 zwemklassen. Dat aantal is nadien meer dan gehalveerd. In Eindhoven wordt er gezwommen volgens het paralympisch programma van 2012 (Londen). Er zijn veertien klassen, tien voor fysieke handicaps en drie voor visuele problemen. De veertiende klasse, verstandelijk gehandicapten (IQ-plafond van 75), is omstreden. Nederland heeft tegengestemd toen de Britse lobby deze klasse terug wilde in het programma. S14 was in het verleden een categorie waarin bedrog werd gepleegd.

Cats: ‘Maar toen de klasse er kwam, hebben we er als goed IPC-lid alle aandacht aan besteed.’ De enige wereldkampioen van Nederland komt deze week uit zo’n S14-wedstrijd. Het is Marlou van der Kulk.

Het lijkt een magere oogst, maar het past bij de ontwikkelingen van de sport. Rutger Sturkenboom, lid van het organisatiecomité: ‘Hoe minder Nederlandse medailles, hoe beter het met de wereldwijde ontwikkeling van het paralympische zwemmen gaat.’

Sturkenboom, zelf oud-wereldkampioen, spreekt de woorden met een lach uit. Hij mag de vips toespreken in Eindhoven. Hij kan tevreden zijn. Het WK-toernooi ziet er gelikt uit. Het toernooi is ‘een kopie van de EK van 2008’, zegt toernooidirecteur Henny Smorenburg. Er is nergens op bespaard. De aankleding is werkelijk super. Dat mag ook wel, want het heeft twee miljoen euro gekost, inclusief de productiekosten van een tv-signaal, een internationale verplichting.

De 650 zwemmers en 386 begeleiders uit 54 landen kijken in het stadion hun ogen uit. Dit is Nederlandse public relations. Sturkenboom: ‘Dit toernooi is de maatstaf voor alle komende toernooien.’

In de arena heerst een bijna gewijde sfeer. Bij het volkslied, 212 keer deze week, valt de vaste tekst van de omroepster op. Het is een standaard tekst bij toernooien voor gehandicapten. ‘If you can, please rise for the national anthem.’ ‘Als u kunt, wilt u dan gaan staan voor het volkslied.’

Meer over