Tijd, herinnering en liefde

OVER Christopher Wilkins, schrijver van de roman The Horizontal Instrument, wordt niet meer vermeld dan dat hij in 1945 in Oxford is geboren, dat hij Engels gestudeerd heeft in Cambridge, en dat hij met zijn vrouw in rurale afzondering leeft in het zuiden van Engeland....

'The horizontal instrument' verwijst naar het meest betrouwbare van alle aardse uurwerken, een 'volmaakt nauwkeurig' instrument, te bezichtigen in het wetenschapshistorisch museum in Oxford. Het bestaat uit een gegraveerde, ronde koperen schijf, waarmee met behulp van slechts één bewegend deel - een liniaal die om een spil draait - op elk moment van de dag de precieze positie van de zon kan worden bepaald. In de ogen van de hoofdpersoon, de jonge en briljante horlogemaker Robert Garret, is het object van een 'woeste schoonheid' en bezit het een soort 'glorieuze juistheid'. Dit simpele instrument, 'waarvan de aarde zelf het uurwerk is, vertelt altijd de waarheid'.

'Tijd is herinnering, zonder herinnering is er geen tijd, geen voor en geen na, geen vroeger of later, geen nu en geen dan.' Zo begint Roberts verhaal, dat in twee delen uiteenvalt. In het ene deel vertelt hij over de ziekte en dood van zijn intens geliefde vrouw Elizabeth, in het andere doet hij verslag van zijn poging na haar dood een volmaakt exact uurwerk te maken. Het is zijn diepste wens haar nagedachtenis te eren door een mechanisch horloge te maken waarin natuurlijke imperfecties van allerlei aard (afwijkingen veroorzaakt door de effecten van zwaartekracht, magnetisme en temperatuur) zodanig worden gecorrigeerd dat een volmaakt instrument ontstaat.

De jonge Robert, telg uit een oud horlogemakersgeslacht, ontmoet als student in Cambridge de vijftien jaar oudere Elizabeth en wordt verliefd op haar. Ze trouwen, Robert breekt zijn studie af en gaat het vak van zijn vader uitoefenen. Het echtpaar staat aan het begin van wat het tegendeel van een lang en gelukkig leven blijkt te worden. Na luttele jaren krijgt Elizabeth een zeldzame ziekte, een vroege vorm van Alzheimer, waaraan zij al snel bezwijkt. Robert vertelt nauwgezet het verhaal van haar mentale en fysieke aftakeling in korte hoofdstukken, die afgewisseld worden door even korte hoofdstukken die het proces van het maken van het horloge tot onderwerp hebben. Het boek eindigt met de dood van Elizabeth en de voltooiing van het uurwerk.

Aan de basis van de roman ligt het besef van het allesomvattende belang van tijd en ons geringe inzicht in wat tijd eigenlijk is. Alles is tijd. Wie, zoals Elizabeth, de draad van het lineaire tijdsverloop kwijtraakt, raakt alles kwijt, ook zichzelf. Tegelijkertijd weten we niet goed wat tijd is en is het, zo blijkt uit Roberts uiteenzettingen, veel minder exact dan algemeen wordt aangenomen. De tijdspanne van een uur lijkt een onwrikbaar gegeven, maar is dat niet altijd geweest. Bovendien blijkt de rotatiesnelheid van de aarde, waarvan alle tijdmeting is afgeleid, niet strikt gelijk te blijven: in de loop der tijd is de aarde langzamer gaan draaien.

Robert gaat in zijn minutieuze verslag over het maken van het horloge tevens in op de geschiedenis van de tijdmeting. Daardoor raak je diep doordrongen van het fundamenteel onvatbare van tijd. Stap voor stap, met groot didactisch vermogen, neemt hij je mee op zijn wetenschappelijke zoektocht naar wat tijd is, zaait hij twijfel over hoe wij heden, verleden en toekomst moeten begrijpen, en in samenhang daarmee komt ook het begrip causaliteit op losse schroeven te staan. Doordat Robert zijn vorsingen impliciet in verband brengt met wat er met Elizabeth gebeurt, kun je op verschillende punten in het betoog zowel tot het besef komen dat tijd misschien helemaal niet bestaat als hoe ongelooflijk angstaanjagend het is om hem kwijt te raken.

The Horizontal Instrument bevat een uitvoerige verantwoording, waaruit blijkt dat Wilkins zich goed gedocumenteerd heeft op het terrein van het klokkenmaken en ook op dat van de geschiedenis, de filosofie en de techniek van de tijdmeting. Zijn betoog reikt tot de meest recente bevindingen met atoomklokken en pulsartijd. Hij heeft zich ook grondig verdiept in de medische literatuur over dementie. Nergens in de roman wordt een expliciete poging gedaan de gebieden met elkaar te verbinden, maar ze raken met elkaar verbonden door de manier waarop Robert je deelgenoot maakt van zijn gedachten.

Het boek bevat heel mooie beelden. Vooral de vergelijkingen afkomstig uit de werkplaats van de horlogemaker zijn bijzonder aantrekkelijk. Zo vertelt Robert dat onderdelen van het mechaniek in een bepaalde volgorde 'gewassen' moeten worden met diamantpoeder, dat eerst moet bezinken in olie. Hij vergelijkt dat proces met de wijze waarop wij ons dingen herinneren in verschillende fasen van ons leven. Ook leert de techniek van het horlogemaken dat metaal bijna zoiets als herinnering kent.

In een bepaald stadium van de mentale desintegratie van Elizabeth blijkt een meer primitieve vorm van tijdmeting een oplossing te bieden. Als zij niet langer in staat is te bevatten wat een uur is, raakt ze in paniek als Robert even een boodschap gaat doen en maakt zij hem soms de bitterste verwijten over zijn langdurige afwezigheid. Robert haalt dan een grote zandloper in huis, die hij gebruikt bij zijn korte uitstapjes. Elizabeths paniek verdwijnt. Uiteindelijk lukt het Robert een perfect instrument te maken. Alle metingen wijzen uit dat het horloge inderdaad de graad van exactheid bezit die hij zich wenste. Maar juist die precisie gaat hem zorgen baren en vervult hem met een soort 'bijgelovige onrust, grenzend aan een gevoel van angst'. Die precisie is een verraad aan Elizabeths nagedachtenis. De conclusie waartoe hij komt, gehurkt aan haar graf - gelegen op de meridiaan van Greenwich -, is even eenvoudig als magistraal.

The Horizontal Instrument is naast, of liever mét de zoektocht naar herinnering en tijd, ook een poging de liefde te verkennen en te doorgronden. Het zal wel niet verbazen dat Robert in de laatste regels tot de slotsom komt dat liefde herinnering is en dat herinnering 'alles is wat wij weten'. Maar die uitspraak op het eind is, door alles wat je dan geleerd hebt, veel diepzinniger geworden dan voordat je dit verhaal kende.

Helemaal onberispelijk is deze prachtige roman niet, tot je opluchting haast. Veel van de strikt technische uiteenzettingen zijn alleen al door de vaktaal voor gewone mensen niet te volgen. Een overwegend bezwaar is dat niet, want ook al begrijp je niet steeds wat er staat, die delen behouden hun aantrekkingskracht door de kalme precisie en passie waarmee ze geschreven zijn. Maar door de afwisseling van de hoofdstukken wordt de lezer nooit te lang op de proef gesteld.

Een iets groter bezwaar is het gebrek aan context van het leven dat Robert en Elizabeth leiden, de relatieve ongeloofwaardigheid van enkele bijfiguren en de relatie die zij met hen onderhouden. Bij zo'n knappe en ontroerende roman neem je die zwakke plekken op de koop toe. Het is bijna of Wilkins ermee heeft willen aantonen dat de volmaakte roman al evenmin bestaat als het volmaakte uurwerk.

Meer over