psychologie

Terreurplegers hebben vaak psychische stoornissen, zegt nieuwe studie, en die zijn gelinkt aan hun misdrijf

Persoonlijkheidsstoornissen, autisme, laag IQ. Terroristen hebben meer psychische stoornissen dan gedacht, volgens een Nederlandse studie. En ze blijken ook nog samen te hangen met hun daden.

Maurice Timmermans
null Beeld Connie Stewart
Beeld Connie Stewart

Een greep uit het nieuws: in een Noors stadje loopt een man met pijl en boog over straat en doodt vijf willekeurige voorbijgangers. In een kerk brengt een geradicaliseerde Brit van Somalische afkomst een parlementariër met vele messteken om het leven. En dan is er nog de Amsterdammer die premier Rutte wilde neerschieten. ‘Gwn vanuit een auto. Raam open. Gun naar buiten. En knallen maar.’

Wat bezielt deze mannen? Moet je geestelijk gestoord zijn om toevallige passanten of politici om te leggen? Of om in groepsverband een aanslag te beramen waarbij tientallen mensen het leven laten? Onlangs zijn negen terreurverdachten in Eindhoven gearresteerd die het volgens het Openbaar Ministerie gemunt hadden op Rutte, Wilders en Baudet. In 2018 is bij Weert een groep van zes aangehouden onder leiding van Hardi N.. Deze jihadist zag het helemaal voor zich: hij zou ‘schieten als een gek’ op een festival.

Uit wetenschappelijk onderzoek volgt meestal dat de doorsneeterrorist niet anders in elkaar steekt dan de gemiddelde wereldburger. En als er al sprake is van psychische problemen, dan zijn die nauwelijks van invloed op de terreurdaad. Dat geldt voor terroristen die in groepen werken en in iets mindere mate voor lone actors.

Onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) komen tot andere conclusies. En dat heeft te maken met hun aanpak. De meeste wetenschappers spitten politiedossiers door of nemen een duik in de vakliteratuur, terwijl het NIFP beschikte over persoonlijkheidstesten en diagnostiek, uitgevoerd door psychologen en psychiaters.

Het draait om 26 terreurplegers, die tussen 2012 en 2018 in Nederland zijn gearresteerd. Van hen – meest jihadisten, onder wie Syriëgangers – zijn er twintig veroordeeld en zes nog steeds verdacht van voorbereidende, terroristische handelingen of van deelname aan een terroristische organisatie.

Persoonlijkheidsstoornissen

Deze 26 hebben na hun arrestatie meegewerkt aan een gedragswetenschappelijk onderzoek, beschreven in zogeheten pro-justitiarapportages. Hierin tellen de onderzoekers bij elkaar 71 psychische stoornissen, dus gemiddeld twee à drie per persoon. Persoonlijkheidsstoornissen komen het meest voor, gevolgd door autisme, verstandelijke beperking en cannabisverslaving.

Nog opmerkelijker: bij tweederde van de stoornissen zagen de rapporteurs een link met het misdrijf. Bij autisme, verstandelijke beperking, borderline en schizofrenie springt dat het meest in het oog, helemaal als wordt ingezoomd op de afzonderlijke symptomen en trekken. ‘Als autisme zich uit in een gebrek aan empathie en een neiging tot obsessies’, zegt projectleider en psychiater Nils Duits, ‘dan kan dat in combinatie met extremistische overtuigingen flink ontsporen.’

Bij borderline persoonlijkheidsstoornis keren symptomen als identiteits- en hechtingsproblemen vaak terug, zegt Duits. ‘Dan hebben we het over daders die, simpel gezegd, niet weten wie ze zijn, waar ze bij horen, en die zoeken naar bevestiging. Dat zijn trekken die je bij meerdere stoornissen ziet, net als beïnvloedbaarheid door een leider of groep. Geweldplegers met een verstandelijke beperking zijn makkelijk voor het karretje te spannen.’

Het onderzoek toont tegelijk dat een terreurdaad nooit alleen voortvloeit uit een psychische stoornis, zegt Maaike Kempes, hoofd onderzoek bij het NIFP en bijzonder hoogleraar neuropedagogiek aan de Universiteit Leiden. ‘Die is altijd verweven met de radicale ideeën en boosheid over ervaren grieven en onrecht. Maar psychopathologie kan die boosheid en onvrede aanwakkeren, vergroten en in stand houden. En speelt als katalysator een belangrijkere rol bij terreur dan we denken.’

De studie laat zien dat het beeld van de terrorist als louter boze man tekortschiet, zegt senior onderzoeker bij het Amsterdam UMC Thimo van der Pol. Beeld Esther van der Pol
De studie laat zien dat het beeld van de terrorist als louter boze man tekortschiet, zegt senior onderzoeker bij het Amsterdam UMC Thimo van der Pol.Beeld Esther van der Pol

Broze identiteit

Volgens Thimo van der Pol, hoofd onderzoek van tbs-kliniek Inforsa en senior onderzoeker bij het Amsterdam UMC, laat de studie zien dat het beeld van de terrorist als louter een boze man tekortschiet. ‘Daarachter schuilt een broze identiteit en een psychische kwetsbaarheid, die wij ook zien bij geradicaliseerde jongeren in Amsterdam, inclusief de verstandelijke beperkingen, persoonlijkheidsstoornissen en autisme.’

Van der Pol, niet betrokken bij het onderzoek van het NIFP, verbaast zich over de studies die geen relatie vinden tussen terrorisme en geestelijke gezondheid. ‘Uit onderzoek onder criminelen blijkt dat verreweg de meesten een of meer psychische stoornissen hebben, wat ook geldt voor zo goed als alle jongeren in de jeugdgevangenissen. Van hen heeft 40 procent een verstandelijke beperking. En dan zou met terroristen, die extreem delictgedrag vertonen, niets aan de hand zijn? Lijkt mij onlogisch.’

Wat alle verschil maakt, zegt Duits, zijn de onderzoeksdata. ‘Tot nog toe beschikte niemand over de primaire bronnen, over de psychologische rapportages. Als je het moet doen met politiedossiers of interviews met betrokkenen, krijg je echt een ander verhaal.’

Met de nieuwe inzichten over de mentale gezondheid van terroristen worden overigens geen aanslagen voorkomen, zeggen de onderzoekers. Potentiële terreurplegers tref je zelden in de wachtkamer van een psycholoog en al helemaal niet als het om Nederlanders met een migratieachtergrond gaat.

Pas als ze in hechtenis belanden, accepteren sommigen een gedragswetenschappelijk onderzoek en komen de psychische gebreken in beeld, zegt Kempes. Dat gebeurt via een intelligentietest en een reeks vragenlijsten die de karaktereigenschappen blootleggen, maar ook met persoonlijke gesprekken over de levensloop, het ouderlijk gezin en de thuissituatie, eventueel in het bijzijn van familie.

Kempes: ‘Onze bevindingen zijn vooral van belang als de straf erop zit, bij het inschatten van de risico’s op recidive. Daarbij moeten psychische problemen, die in de praktijk onderbelicht blijven, zwaarder wegen dan tot nu toe.’

De drie W’s

Bij de terugkeer in de samenleving gaat de aandacht onder meer uit naar de zogeheten drie W’s: woning, werk en wederhelft. ‘Wie een eigen plek heeft, een baan en een vaste relatie, gaat minder snel opnieuw de fout in. Maar eenmaal behept met extremistische overtuigingen, een persoonlijkheidsstoornis en de woede die daarmee gepaard kan gaan, staan die baan en de relatie misschien binnen de kortste keren op de tocht. Om dat beter in te schatten zou de reclassering meer moeten samenwerken met psychologen en psychiaters.’

Waar een gebrekkige risicotaxatie toe kan leiden, bleek uit twee incidenten in Engeland en Oostenrijk. Duits: ‘In Engeland zijn twee terroristen vervroegd vrijgelaten, een van hen heeft daarna twee reclasseringsmedewerkers doodgestoken. Een schutter in Wenen schoot vorig jaar vijf mensen dood, ook nadat hij vervroegd vrij was gekomen.’

Een van de Engelse terroristen gedroeg zich in detentie voorbeeldig en deed mee aan allerlei programma’s, zegt Duits. ‘Terroristen spelen vaak een rol, camoufleren hun overtuigingen en ontkennen hun boosheid. Dat is iets om rekening mee te houden, net als met de stoornissen. In Engeland en Oostenrijk gaan de risicotaxaties op de schop en zullen de psychische problemen zwaarder meewegen. Ze hebben dit jaar contact met ons gezocht.’

Recidivegevaar

Hierbij loopt het NIFP voorop. Duits heeft een bestaande lijst van 45 risicofactoren (VERA-2R) vernieuwd waarmee het recidivegevaar van terroristen en extremisten beter kan worden gepeild. Niet via een simpele score maar met behulp van scenario’s, die laten zien hoe het de gedetineerde kan vergaan en hoe je mogelijke risico’s kunt verkleinen. Ruim zeshonderd forensische specialisten zijn hierin getraind.

Ook beheert het instituut een Europese database waarin honderden terroristen en extremisten, hun terreurdaden en de persoonlijke voorgeschiedenis zijn opgenomen. Hoe meer casussen, hoe betrouwbaarder het onderzoek naar terreur, is het idee.

De resultaten van het NIFP zijn niet gepubliceerd in een vaktijdschrift, mede omdat het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Justitie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). De bevindingen zijn dus niet ter beoordeling voorgelegd aan vakgenoten, wat een zwakke plek is van de studie. Wel hebben hoogleraren uit verschillende vakgebieden over de schouders van de onderzoekers meegekeken.

Ander minpunt: de groep van 26 is aan de geringe kant. Waarom niet aangevuld met terroristen uit de Europese database? Duits: ‘Omdat alleen in Nederlandse rapportages aandacht wordt besteed aan de ‘doorwerking’ van de stoornissen in de daad. Ja, onze studie heeft inderdaad haar beperkingen, maar tegelijk is die uniek.’

En goed getimed. De komende jaren lopen de gevangenisstraffen van veel Syriëgangers en andere jihadisten af, schrijft de NCTV op zijn website, en keren ze onder begeleiding terug in de samenleving.

Meer over