sterrenkunde

Te heet, te nat, te koud deze zomer? Wees blij dat je tent niet op Venus of Mercurius staat

Te koud, te nat, te heet, te klam – elk jaar wordt er volop geklaagd over de zomer, vooral tijdens de vakantie. Maar wat als de tent of camper op een andere planeet zou staan?

null Beeld Getty Images / Studio V
Beeld Getty Images / Studio V

Venus: Eeuwige hittegolf

Op Venus, het zinderende zusje van de aarde, is het altijd zomer. Klinkt goed, totdat je hoort om wat voor temperaturen het gaat.

Lang geleden dachten sterrenkundigen dat Venus een soort tropisch paradijs zou zijn – het Hawaii van het zonnestelsel. Logisch, want de planeet staat een stuk dichter bij de zon dan de aarde. Maar Venus lijkt meer op het inwendige van een actieve vulkaan. De grond is er zo’n 475 graden heet – daar valt de recente hittegolf in Canada volledig bij in het niet. Daar komt bij dat de luchtdruk 90 keer zo hoog is als op aarde.

Naar adem happen in die onvoorstelbare hitte is geen goed idee, want de dampkring van Venus bestaat bijna helemaal uit koolzuurgas – CO2. Dat is ook de oorzaak van dat extreme klimaat: Venus is een broeikasplaneet, een schrikbeeld van wat ons in de verre toekomst te wachten kan staan.

En seizoenen? Die zijn er nauwelijks op Venus. Waar je ook zit en in welke tijd ook van het Venusjaar (ruim zeven aardse maanden), het is altijd en overal ondraaglijk. Zelfs ’s nachts daalt de temperatuur nauwelijks: de dikke dampkring werkt als een efficiënte thermostaat.

Niet zo gek dus dat er nauwelijks ruimtesondes op Venus zijn geland. De Russische Venera 13 gaf in 1982 na twee uur al de geest. Toekomstige missies, zowel van de Nasa als van de Europese Esa, richten zich voornamelijk op het onderzoeken van de atmosfeer.

null Beeld Getty / Studio V
Beeld Getty / Studio V

Mercurius: Wereld van extremen

De kleine planeet Mercurius heeft te weinig zwaartekracht om een dampkring vast te houden. Mooi, zou je denken, dan is er dus ook geen broeikaseffect, zoals op Venus.

Klopt, maar Mercurius staat van alle planeten wel het dichtst bij de zon. Die is aan de hemel een oogverblindende vuurbal, tweeënhalf keer zo groot en bijna zeven keer zo fel als in Torremolinos of Benidorm. Na zonsopkomst tikt de thermometer op Mercurius al snel 430 graden aan. En het is lang wachten op verkoeling, want het duurt bijna drie maanden voordat de zon weer onder de horizon verdwijnt.

En dan moet de bikini ook wel verruild worden voor de winterjas, want ’s nachts daalt het kwik tot 180 graden onder nul – er is immers geen dampkring die de zonnewarmte goed vast zou kunnen houden.

Die trage maar extreme temperatuurwisselingen zijn altijd gelijk; op Mercurius is geen sprake van een seizoenscyclus zoals op aarde. Bij ons worden de seizoenen veroorzaakt door de scheve stand van de aardas (kijk maar eens naar plaatjes van een globe), maar de kleine planeet Mercurius staat keurig rechtop.

Dat heeft als gevolg dat van een paar diepe kraters rond de noord- en de zuidpool van de planeet de bodem permanent in de schaduw ligt, door de extreem lage zonnestand ter plekke. Hoewel Mercurius de binnenste planeet is, behoren die ‘kraters van de eeuwige duisternis’ tot de koudste plekken in het zonnestelsel: het is er 230 graden onder nul en er liggen stijfbevroren ijsvlaktes. Elfstedentochtweer.

Uranus: Seizoenen op tilt

Onze seizoenen ontstaan doordat de draaiingsas van de aarde scheef staat. Hoe groter die zogeheten ashelling van een planeet is, hoe uitgesprokener de seizoenen. Vraag dat maar aan de (denkbeeldige) bewoners van de verre reuzenplaneet Uranus. Die wordt wel de omgevallen planeet genoemd: zijn draaiingsas ligt ongeveer horizontaal.

Als dat bij de aarde het geval was, zouden wij in Nederland dezelfde seizoenswisselingen ervaren als op de Noordkaap. In de zomer zou de zon dan drie maanden lang niet onder de horizon verdwijnen en in de winter was het drie maanden continu nacht. Tussendoor, in lente en herfst, zou er wel sprake zijn van dag en nacht, maar de hoeveelheid daglicht zou enorm variëren.

De seizoenen op Uranus duren ook nog eens enorm lang. De planeet doet 84 jaar over één rondje om de zon. Lente, zomer, herfst en winter duren dus elk ongeveer 21 jaar. En ‘woon’ je in de buurt van de noord- of de zuidpool, dan is het 42 jaar lang dag en 42 jaar lang nacht. Eén zonsopkomst in een mensenleven – dat vergt zorgvuldige planning als je daar op vakantie wilt.

Door de extreme seizoenen op Uranus ontstaan grote temperatuurverschillen en krachtige luchtstromingen. Zo kwam het dat de planeet er zo rustig uitzag in 1986, toen de Amerikaanse Voyager 2 er langs vloog: het was toen zomer op het zuidelijk halfrond. Eén Uranusseizoen later, in 2007, waren er met de Hubble Space Telescope juist veel krachtige stormen te zien.

’s Zomers warm is het er overigens nooit: gemiddeld zo’n 210 graden onder nul.

Pluto: Ultiem wintersportgebied

Aan de rand van het planetenstelsel cirkelt het dwergplaneetje Pluto. Niet echt een aantrekkelijke bestemming voor een zonnige zomervakantie: door de enorme afstand tot de zon vriest het er altijd ruim 220 graden.

Sinds de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons ruim zes jaar geleden op kleine afstand langs Pluto vloog, weten we dat wintersporters er wél enthousiast van worden. Op Pluto zijn steile ijshellingen waar de flanken van de Mount Everest bij verbleken, terwijl je er zou kunnen schaatsen op gletsjers van bevroren stikstofgas. En dat alles bij een zwaartekracht die 16 keer zo zwak is als op aarde.

Net als Uranus ligt Pluto ongeveer op z’n kant. Maar de seizoenen worden veel meer bepaald door de bijzondere baan van de planeet dan door zijn ashelling. Pluto’s baan is geen mooie cirkel, maar een ellips. Aan de ene kant van zijn baan staat hij op ‘slechts’ 4,4 miljard kilometer van de zon; een half Plutojaar later (124 aardse jaren) is de afstand 7,3 miljard kilometer – 66 procent groter.

Tijdens die lange ‘baanwinter’ daalt de temperatuur tot 250 graden onder nul. De zeer ijle dampkring van het dwergplaneetje vriest vast op het oppervlak, en bijna twee eeuwen lang gaat Pluto atmosfeerloos door het leven. Tot rust komen lukt er trouwens wel. Elk etmaal op Pluto duurt ruim zes aardse dagen. En bang voor sneeuwblindheid hoef je er niet te zijn: de zon schijnt er tweeduizend keer zo zwak als op de Zwitserse pistes.

null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Mars: Asymmetrische seizoenen

Is er dan geen enkele planeet waar de seizoenen een beetje lijken op die van ons? Jawel: Mars. Al is ‘lijken op’ een relatief begrip.

Mars staat verder van de zon dan de aarde en heeft een veel ijlere dampkring. Er is dus minder zonnewarmte en vrijwel geen natuurlijk broeikaseffect. Resultaat: de gemiddelde temperatuur op Mars ligt rond de 60 graden onder nul.

Maar de draaiingsas van Mars staat ongeveer net zo scheef als die van de aarde. De rode planeet kent dus ook seizoenen. Die duren wel veel langer dan bij ons, omdat de omlooptijd van Mars 1,88 jaar bedraagt.

En er is nog een belangrijk verschil. Net als Pluto beweegt Mars in een ellipsbaan om de zon, zij het veel minder extreem. Als op het noordelijk halfrond de zomer begint, is de afstand tot de zon het grootst: 249 miljoen kilometer. Een half Marsjaar later is dat nog maar 207 miljoen kilometer en ontvangt de planeet 40 procent meer zonnewarmte.

Op het noordelijk halfrond zijn de zomers dus relatief koel en de winters relatief warm. Op het zuidelijk halfrond is dat net andersom, en zijn de seizoenen dan ook extremer. Daar komt bij dat een planeet in het verste punt van zijn baan langzamer beweegt. Ten zuiden van de Marsevenaar heb je daardoor te maken met lange, koude winters en korte, warme zomers.

Nou ja, warm… Héél af en toe stijgt het kwik op Mars tot een graadje of 20, maar meestal ligt de temperatuur ver beneden het vriespunt, en ’s nachts kan het er soms 140 graden onder nul zijn.

Die aardse zomers zijn zo gek nog niet.

Meer over