Talenkennis

Er bestaat voor Nederlanders geen heerlijker moment dan dat waarop een Amerikaan ze complimenteert met hun Engels. Zelfs een compliment van Britten - wier Engels doorgaans vrijwel onverstaanbaar is - nemen Nederlanders meestal met nauw verhulde zelfgenoegzaamheid in ontvangst....

Ach, gun iedereen toch zijn moment van glorie, ben je geneigd te zeggen, ware het niet dat veel Nederlanders maar al te gretig de veronderstelling van buitenlanders bevestigen dat ons volk tal van talen even vloeiend spreekt als zijn moedertaal. En het moet gezegd, wanneer je tegen buitenlanders hierover iets relativerends probeert op te merken, wordt dat al snel gezien als zo'n typisch Nederlandse uiting van bescheidenheid.

De geïmponeerde buitenlanders moesten eens weten dat de wijdverbreide beheersing van het Engels in Nederland misschien in belangrijke mate het gevolg is van het niet nasynchroniseren van films en tv-programma's.

Het onvolprezen blad Onze Taal heeft laten zien hoe droevig het is gesteld met onze talenkennis en met ons talenonderwijs. Zo maakt het bedrijfsleven zich ernstige zorgen over het gebrek aan kennis van het Duits, kan zeker de helft van de exportbedrijven een telefoontje in het Frans niet beantwoorden, en hoeven leerlingen in de basisvorming voor de tweede verplichte vreemde taal zo weinig te kunnen dat ze misschien, als het meezit, net een broodje kunnen bestellen in die taal. Dat kan een normaal mens met een taalgids in elk land.

Met de invoering van de Mammoetwet heeft de handels- en distributienatie Nederland dertig jaar geleden een poging tot economische suïcide gedaan. Zeker, voordien was de situatie ook niet ideaal. Niet omdat er te veel, maar juist omdat er te weinig talenkennis verplicht was. Zo leerde ik tijdens mijn gymnasiumopleiding nauwelijks Frans, Duits en Engels spreken. Want ter voorbereiding op onze rol als studeerkamergeleerden hoefden wij op het eindexamen slechts te vertalen uit die talen.

Maar ik kan mij nog troosten met de gedachte dat destijds het begrip internationalisering nog niet was uitgevonden, terwijl dat nu voor het hele onderwijs een belangrijke nieuwe trend is. De Europese Unie - waar zowaar ook iets zinnigs uit voortkomt - wil dat elke Europeaan drie talen uit de unie spreekt, inclusief de eigen taal. Nederland lijkt op dit punt slachtoffer te worden van de Wet van de Remmende Voorsprong, want in landen als de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is men al wél hard bezig met een inhaalslag wat betreft het vreemdetalenonderwijs.

Bij nader inzien is dat verlangen van de EU natuurlijk kortzichtig, want de unie zou economisch en politiek heel wat meer baat hebben bij ingezetenen die Chinees of Japans spreken in plaats van Grieks of Deens. Nederland zou wat talenkennis weer voorop kunnen gaan lopen, en zijn economisch succes handhaven, door het vloeiend spreken en schrijven van ten minste twee vreemde talen (naast Engels) tot eindexameneis voor het gehele voortgezet onderwijs te verheffen. Daarbij zou slechts de keuze moeten worden geboden uit talen die economisch interessant zijn zoals Frans, Duits, Chinees, Japans en Spaans.

Dat gaat veel verder dan de huidige plannen voor het voortgezet onderwijs waarin iets meer talenkennis wordt geëist dan voorheen. Het zal natuurlijk wel moeilijk worden nu alle aandacht uitgaat naar modieuze zaken, zoals het studiehuis. Ik ben misschien wat ouderwets, maar als je een taal leert spreken, dan leer je tenminste iets, en daar ben ik met veel vakken in het huidige voortgezet onderwijs allerminst zeker van.

Direct al op de basisschool zal met het vreemdetalenonderwijs moeten worden begonnen. Misschien moet er een kringgesprekje minder worden gevoerd. En laten we in het hoger onderwijs ook onderwijs in een vreemde taal (en dan geen Engels, want dat is daar al een officieuze voertaal) verplicht stellen. Dat zou bovendien de verdere neergang van de letterenfaculteiten stoppen, zodat die niet langer genoodzaakt zijn studenten te trekken met allerlei modieuze kundes.

Het imago van Nederland als het land-waar-mensen-zoveel-talen-spreken lijkt vooralsnog niet meer dan het product van knappe marketing. Ik hoop dat we niet binnenkort door de mand zullen vallen wanneer we ons wat dit betreft in misplaatste zelfgenoegzaamheid blijven koesteren.

Meer over