Taal

Waarom schreef de dichter 'Ik wil in uwen haren mantel slapen'? Ik heb het niet over de inhoud, ik heb het over de vorm....

Hij schreef het op deze manier, omdat mantel een manlijkzelfstandig naamwoord was, en dan moest 'uw' na het voorzetselworden verbogen met de naamvals-n. Had de dichter in iemandswarme viskraam willen slapen, dan zou hij hebben moetenschrijven: 'Ik wil in uwe warme viskraam slapen', want viskraamwas een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, en vrouwelijkezelfstandige naamwoorden brachten geen naamvals-n met zich mee.

Vraag me niet hoe de dichter zulke dingen wist. Hij leefdevan 1899 tot 1940, dus in een Groen Boekje kon hij nog niksopzoeken.

Op de lagere school had hij de viskraam trouwens nog alsvischkraam leren spellen. De eenvoudigste woorden die op een seindigden, moest je in die tijd met sch schrijven.

Je wandelde toen bijvoorbeeld in het bosch, zag groteaantallen musschen fladderen en hapte onderweg in een meegenomenversch kadetje. Maar een uur later was je weer gewoon thuis, jepakte een mes om een abrikoos te schillen en je begon een nieuwvers te schrijven.

Spelling was zo ingewikkeld dat je zo met twee o's moestschrijven.

De man die in 1934 helemaal in z'n eentje (want er was noggeen Taalunie met een eigen pennenlikkersapparaat) eenvereenvoudiging tot stand bracht, was de liberale ministerHendrik Pieter Marchant.

Een groot schrapper.

Ik herinner me nog het bruinige omslag van de brochurewaarin hij, alsof het om een nieuw zorgstelsel ging,postbuséénenvijftiggewijs uitlegde dat we het oude Nederlandsverder konden vergeten, en dat we het voortaan met een enigszinskaalgeslagen editie mochten doen.

Het boekje heette Niet zoo, maar zo, en maakte niet alleeneen eind aan de dubbele o van zoo, maar ook o.a. aan de dubbelee van deelen, aan vrijwel alle slot-sch's (zodat het verschilverdween tussen vers van een broodje en vers van 'Ik wil inuwen haren mantel slapen') - en bovenal aan de naamvals-n.

In 1954 kreeg de spelling kracht van wet, en was de taaldefinitief ongeslachtelijk geworden. Marchant had haar, zijn tijdvooruit, geandrogyniseerd. Of je nou met een matroos of met eenmarva naar bed wilde - aan zijn of haar haren mantel zou niemandgrammaticaal meer kunnen zien waar je seksuele voorkeur naaruitging.

De edities van Van Dale hebben na '54 nog een poosje gedaanalsof ze niet helemaal met de mode meegingen. Achter mantel stonddus nog een poosje de m, van manlijk. Vanaf de elfde druk (1984)hebben ze het opgegeven. Mantel noemen ze sindsdien een'de-woord'. Maar de enige woorden waarachter ze nog wel een m,of bij onmiskenbare vrouwelijkheid een v zetten, zijn eigenaardiggenoeg naamwoorden waarvan het geslacht als een paal boven waterstaat: hengst, m; geit, v. Lexicografie werkt voor randdebielen.

Veel populistische geleerden heb ik de afgelopen dagenhoren roepen: 'De taal is van ons allemaal!' Maar welke taalbedoelden ze dan? Al langer dan een halve eeuw is in Nederlandhet onderscheid tussen manlijke, vrouwelijke en onzijdige woordenopgeheven. Daarom kun je Maria van der Hoeven en haar veertienmedebewindslieden, plus vrijwel alle leden van de Tweede Kamereen keer of tien per jaar deftig horen verklaren: 'Het kabinetmoet haar verantwoordelijkheid nemen.'

Overigens heb ik als actievoerder weinig recht van spreken.Zolang ik schrijf, heb ik tegen alle denkbare spellingsregelsgezondigd in de wetenschap dat de eindredactie m'n ergste zondener wel uit corrigeert.

Maar in het kader van de protestactie zou ik ze toch willenaanraden: kieper alle Groene Boekjes (ook die van 1995) het raamuit, en kijk alleen maar of het taal is wat je leest. Spellingis voor pennenlikkers.

Meer over