postuumPieter Muysken (1950-2021)

Taalkundige Pieter Muysken (1950-2021) reisde door Latijns-Amerika om kleine talen in kaart te brengen

Het uitsterven van talen ging Nederlands invloedrijkste taalkundige Pieter Muysken aan het hart, die graag zei dat taal ‘ook een manier is om je identiteit uit te drukken’. Sinds zijn afstuderen reisde Muysken de wereld over om oorspronkelijke talen vast te leggen voor het te laat was.

Pieter Muysken (rechtsboven) onderzocht uitstervende talen in Latijns-Amerika.  Beeld
Pieter Muysken (rechtsboven) onderzocht uitstervende talen in Latijns-Amerika.

Op reis zijn, dat vond taalkundige Pieter Muysken een stuk spannender dan zijn universitaire leerstoel warm houden. Zijn taakopvatting en interesses waren ongekend breed en omvatten meerdere werelddelen. Muysken (Oruro, 1950) was gefascineerd door de talen van oorspronkelijke bewoners van Latijns-Amerikaanse landen zoals Ecuador en Bolivia, door de talen in het Caribisch gebied en in Suriname, maar ook door de complexe taalsituatie in Zuid-Afrika. Afgelopen dinsdag overleed Muysken, emeritus hoogleraar Taalwetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen, aan de gevolgen van kanker.

Zijn fascinatie voor de talen van de Latijns-Amerikaanse oorspronkelijke bewoners weet Muysken zelf aan zijn vroege jeugd in Bolivia. Vader Muysken was er mijningenieur. De kleine Pieter werd er mede verzorgd door een dienstmeisje dat Quechua (spreek uit als: ketsjwa) sprak. Daarmee was het zaadje geplant voor een loopbaan waarin hij talen bestudeerde waarvan een aantal nooit eerder waren onderzocht.

Muysken was een taalkundige duizendpoot. Hij behaalde in 1972 aan de universiteit Yale zijn bachelor Spaans, Portugees, antropologie en geschiedenis. In 1974 studeerde hij aan de UvA af als taalkundige, met Quechua en Papiamento als bijvakken. Vervolgens moest hij eigenlijk in dienst, reden om direct zijn biezen weer te pakken. Met zijn toenmalige Noord-Amerikaanse echtgenote trok hij liftend door Latijns-Amerika. Onderweg kwam hij een antropologe tegen die hem naar haar project in Ecuador doorstuurde. Daar verrichtte Muysken taalkundig veldwerk onder de oorspronkelijke bevolking. Dat werd bestempeld als ‘ontwikkelingswerk’, waardoor het telde als vervangende dienstplicht.

Taal als cultuurdrager

Het Quechua had direct zijn grote belangstelling. Quechua is een grote familie van talen die worden gesproken van Noord-Argentinië tot Zuid-Colombia. Zijn onderzoeksresultaten stuurde Muysken naar wijlen Simon Dik, hoogleraar algemene taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Daardoor kon hij na terugkeer in 1977 snel promoveren.

Een langdurige wetenschappelijke carrière volgde, aan diverse universiteiten. Muysken was een aimabel man, maar ging conflicten niet uit de weg. Hij werkte aan de universiteiten van Amsterdam, Leiden en uiteindelijk Nijmegen. Daarnaast was hij onder andere bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Stellenbosch, waar hij zich verdiepte in de complexe taalsituatie in het veeltalige Zuid-Afrika.

Muysken werd onder taalwetenschappers beroemd met zijn logisch-taalkundige analyse van de volgorde van betekenisdragende elementen in het Quechua. Die talen kennen woorden met een rits voor- en achtervoegsels eraan die zó slim en ingewikkeld in elkaar zitten dat ze een complete Nederlandse zin kunnen vervangen.

Veel oorspronkelijke talen in Latijns-Amerika werden vroeger gezien als uniek, ieder op zichzelf staand: zogeheten isolaten. Samen met zijn onderzoekers heeft Muysken de verwantschappen tussen die talen onderzocht. Vaak gaat het om ‘kleine’ talen die door nog maar enkele, doorgaans bejaarde mensen worden gesproken en dus niet meer worden doorgegeven aan kinderen. Muyskens maakte zich grote zorgen over het uitsterven van kleine talen. ‘Taal is niet alleen een communicatiemiddel, maar ook een manier om je identiteit uit te drukken, een drager van jouw specifieke cultuur’, zei hij over het belang van het behoud van talen in een interview met de Volkskrant in 2017.

Expert in tweetaligheid

Als gevolg van zijn uitgebreide ervaring met oorspronkelijke bewoners die zowel een Quechua-taal als Spaans spraken, werd Muysken specialist op het gebied van de consequenties van tweetaligheid. Mensen die van kindsbeen af meerdere talen spreken springen bijvoorbeeld makkelijk heen en weer van de ene taal naar de andere, zelfs binnen één zin. Muysken en zijn medeonderzoekers verdiepten zich in dit verschijnsel, of het nou ging om Zuid-Amerikaanse oorspronkelijke bewoners of Turkse Nederlanders.

Muysken mocht vele prijzen, eretitels en subsidies in ontvangst nemen. Zo kreeg hij in 1985 de Prins Bernard Cultuurfonds Prijs, in 1990 de Prix des Ambassadeurs en in 1998 de Spinozapremie. Bij de uitreiking van die laatste premie van drie miljoen gulden, noemde de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek Muysken ‘een van de productiefste en invloedrijkste Nederlandse taalkundigen’. Dat soort loftuitingen interesseerde Muysken maar matig. Al vond hij het prachtig om prijzen en subsidies te krijgen wanneer die hem in de gelegenheid stelden om onderzoek te doen, te reizen, promovendi te begeleiden of andere onderzoekers een duwtje in de rug te geven. In zijn productiefste jaren was hij feitelijk meer op reis dan in Nederland. In Bolivia werkte hij ooit met de allerlaatste spreker van een taal. Ze overleed in 2002. Het uitsterven van talen ‘gaat hard’, zei Muysken al eens. Door verspreiding van gemeenschappen, aanleg van wegen. Muysken was er vaak net op tijd bij om met zijn bandrecorder de talen voor de eeuwigheid vast te leggen.

QUECHUA VOOR BEGINNERS

1. Ik ben Pieter

Pedromi kani (Bolivia)

ñuka Pedro mini (Centraal-Ecuador)

2. Waar ga je heen?

mayman rinki? (Bolivia)

maymu ringi (Centraal-Ecuador)

3. Ik zag je

rikusurqayki (Bolivia)

kanda rikurkani (Centraal-Ecuador)

Meer over