Stukje bij beetje de taal ontleed

Er speelt zich heel wat af in brein, keel en mond van iemand die een gedachte uit. Psycholinguïst Pim Levelt ontrafelde deze processen en werd daarin baanbrekend....

Pim Levelt zet thee. Hij stalt een keur aan smaakjes uit op het aanrecht: het bezoek mag kiezen. ‘Simon Levelt’ staat er in sierlijke lettertjes op een theezakje. De Levelts zijn een oud Amsterdams geslacht van koffiebranders en theehandelaars. Inmiddels zit de zesde generatie in de branche. ‘Ja, die kant had ik ook nog kunnen kiezen, het handelen zit de familie in het bloed.’

Maar prof. dr. Willem Levelt (1938), ‘Pim’ in het dagelijks gebruik, koos niet voor koffie, maar voor wetenschap. Hij is sinds 1980 directeur van het Nijmeegse Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek (MPI). Tegelijkertijd was hij van 2002 tot 2005 president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, de KNAW. Op 2 juni gaat hij met emeritaat.

Al neemt hij afscheid, Levelt houdt wel een kantoor op het MPI. ‘Ik kan naar eigen goeddunken doorgaan met mijn werk, zij het dat ik helaas niet meer het laboratorium in zal gaan om experimenten te doen.’ Zijn wijsvinger schiet waarschuwend de lucht in: ‘Want dat is mijn basis voor serieuze wetenschapsbeoefening: het experiment. Experimenten houden je eerlijk. De bedoeling is dat je een haarscherpe theorie formuleert, die je vervolgens zelf probeert onderuit te halen. Uit experimenten komen nieuwe gegevens voort, en die bevestigen zelden precies wat je verwachtte. Het is natuurlijk niet leuk om erachter te komen dat je theorie niet helemaal klopt, maar zo leer je wel dat de werkelijkheid anders in elkaar zit dan je had verzonnen.’

Kom je zo uiteindelijk tot een waterdichte bewijsvoering, dan ben je wezenlijk een stap verder, is zijn boodschap. Vanuit dit beginsel leidde Levelt 55 promovendi naar de eindstreep. Een enkeling vloekend, maar het merendeel geeft hoog op van de inspirerende kracht van Levelt. Hij is een vrolijke, goedlachse man. Formuleert zorgvuldig, borduurt woord voor woord aan volzinnen.

‘De Max Planck-formule is dat je met zijn allen werkt aan een grote legpuzzel, in mijn geval de taalproductie. Elke promovendus werkt drie jaar aan een stukje ervan. De volgende die aantreedt, kan bouwen op de basis die de vorige heeft gelegd. Zo’n structuur hebben de normale universiteiten helaas niet. Er is daar geen hoogleraar die dertig jaar ruimte en geld krijgt om te bouwen aan zo’n puzzel. Die ruimte heeft het MPI mij wel gegund.’

Luxe

In het taalkundige landschap bevindt het MPI zich in een luxepositie. Vanwege teruglopende studentenaantallen bij de letterenfaculteiten is er voor universitaire taalkundigen bar weinig onderzoekbudget meer. Ook de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek heeft te weinig geld om de taalkunde echt aan de praat te houden. Levelt steekt de loftrompet over wat er aan de universiteiten desondanks nog gebeurt.

Levelt: ‘In Nijmegen wordt onder leiding van Pieter Muysken aan multi-lingualisme gewerkt. Zijn team onderzoekt onder andere codewisseling: het omschakelen van de ene taal naar de andere middenin een verhaal. In het verlengde daarvan ligt taalvergelijkend onderzoek: wat zijn de familiebetrekkingen tussen talen? Daarnaast loopt er een internationaal taalvergelijkend onderzoek naar gebarentalen. Een heel nieuw onderzoeksgebied, maar het neemt een grote vlucht.’ Die onderzoeken zijn voor de breinvorsers in de psycholinguïstiek ook van belang. ‘Daarmee onderzoek je de biologische basis van talen.’

Levelt is van huis uit psycholoog. Hij werd geboren als zevende kind in een gezin van tien. Die hebben allemaal doorgeleerd, gestimuleerd door een vader die chemicus, en een moeder die fysicus was. ‘Kinderen hebben expliciete bemoediging nodig om een belangstelling voor wetenschap te ontwikkelen.’

Pim ging in Leiden studeren. Hij promoveerde er cum laude, in 1965. Dankzij zijn opvallende publicaties kon hij vervolgens naar Harvard, later deed hij ook nog Princeton aan. In de Verenigde Staten werd zijn belangstelling gewekt voor de psycholinguïstiek, de talige kant van de psychologie.

Hij maakte er als een van de eerste Nederlanders kennis met Noam Chomky’s revolutionaire theorie dat alle talen ter wereld eenzelfde grammaticale basis moeten hebben, een ‘generatieve grammatica’. Hoe anders zou te verklaren zijn dat elke baby in principe even vloeiend Nederlands als Japans kan leren?

Ergernis

Tot ergernis van Chomsky wordt zijn erfenis nu overvleugeld door inzichten die verder reiken. ‘Ray Jackendoff bijvoorbeeld, ooit student van Chomsky, heeft het principe veel breder getrokken. Het generatieve van taal steekt niet alleen in de syntaxis, de grammatica, zoals Chomsky poneerde. Ook de semantiek, dus de betekenisleer, en de fonologie, de klankleer, maken er een essentieel deel van uit. Syntaxis, semantiek en fonologie: die drie generatieve systemen samen maken een coherent product. Dat is een universeel gegeven. Van daaruit kun je gaan kijken wat afzonderlijke talen gemeen hebben.’

Terug van zijn Amerikaanse opleiding werkte Levelt aan diverse universiteiten. In Nijmegen was hij grondlegger van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek. Een zeer uitzonderlijk initiatief. Want er zijn buiten Duitsland nauwelijks Max Planck-instituten, en psycholinguïstiek was op dat moment in Duitsland zelf nog goeddeels onontgonnen terrein.

Levelts specialiteit is de productie van taal en spraak. Simpel gesteld: er vormt zich in het brein van de spreker een gedachte. Om van die gedachte gesproken woord te maken is een keten van psychologische en fysiologische processen nodig, van het vinden van het juiste woord in het ‘woordenboek’ in de hersens, tot het produceren van klanken. Zijn Speaking: From intention to articulation uit 1989 is een baanbrekende publicatie op dit gebied. Levelt en zijn onderzoekers nemen dat proces van spraakproductie fragmentje na fragmentje onder de loep.

De laatste jaren heeft Levelt zijn werk deels een andere richting gegeven, weg van de wetenschappelijke praktijk. Tijdens zijn jaren als KNAW-president ventileerde hij regelmatig kritiek op de opstelling van de Nederlandse overheid ten aanzien van de wetenschap. ‘De aanpak van de overheid is vaak amateuristisch, simplificerend. Een voorbeeld is de omgang met FES-gelden, najaar 2005 (meevaller uit de aardgasbaten, aangewend voor een investeringsimpuls – red). Toen kreeg NWO opeens honderd miljoen euro te verdelen om de infrastructuur in de wetenschap te verbeteren. Dat besluit kwam in september, en op 7 december moest de toewijzing rond zijn. Dat was onzinnig snel. Dik drie maanden voor wetenschappers om voorstellen in elkaar te zetten, om die internationaal te laten reviewen en om indieners van de beste projecten te interviewen.’

Topprojecten

‘De commissie die ik mocht voorzitten, heeft haar best gedaan om dat zo zorgvuldig mogelijk af te handelen; we zijn er zeker van dat het topprojecten zijn die de eindstreep gehaald hebben. Maar er zijn zeker ook topprojecten uit de boot gevallen. Waarom die haast en die kortademigheid? Als die FES-gelden structureel zouden zijn, zou je in vijf of tien jaar daadwerkelijk een goede infrastructuur kunnen opbouwen.

‘Ander voorbeeld van ondoordacht overheidsoptreden. Mark Rutte, staatsecretaris van Onderwijs, wil nu een nieuw universitair onderwijssysteem door de Tweede Kamer jagen. Studenten krijgen een rugzakje met studiecoupons, waarmee ze een half jaar college aan een universiteit naar keuze kunnen kopen. Daarmee kunnen ze her en der een flardje van dit, een flardje van dat opsteken.

‘Dat idee is stupide. Zo is er geen garantie meer dat een student gestructureerde kennis opbouwt in zijn hoofd. Elke goede opleiding biedt de student een geïntegreerd programma aan, toenemende specialisatie vanuit een brede, hechte basis. Aan losse fragmenten heb je weinig. De overheid gaat vaak slordig om met de universiteiten: eerst de slechte, overhaaste investering in de infrastructuur van de wetenschap. En nu weer dit ondoordachte onderwijsplan.’

Vanuit zijn uitkijkpost in het MPI blijft Levelt de ontwikkelingen volgen, emeritaat of niet. Wel is hij van woonplaats veranderd. Na jaren in Nijmegen, is hij pas verhuisd naar de Amsterdamse binnenstad. ‘Nu ga ik ten langen leste toch een handeltje beginnen’, lacht de telg uit de oude Amsterdamse koopmansfamilie. Zijn vrouw heeft op een steenworp van hun huis een kleine galerie voor textiele kunst. Daar is Levelt vanaf nu geregeld te vinden. ‘Geen handeltje in koffie, maar in kunst.’

Meer over