Srebrenica bezien vanaf een uitkijktoren HET TRIESTE VERHAAL VAN DE FAMILIE CELIK IN BOSNIE

PRETTIGE LECTUUR is het niet, en zeker af te raden voor het slapengaan. Want er zijn foto's te zien van handen van dode mensen, schedels, skeletten....

Moeilijke namen, die we eigenlijk zouden moeten onthouden. Het voetbalveld bij Nova Kasaba. De school in het plaatsje Karakcij. Een pakhuis in Kravica, een kippenboerderij in Pilici. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Beschrijvingen van massagraven met dode mannen erin, van achteren neergeschoten, de handen nog gebonden op de rug.

De auteurs van het boek The Graves, Eric Stover en Gilles Peress, stellen zich ook de vraag wat er de zin van is om deze massagraven op te sporen en te onderzoeken. Ze vinden het zinvol, omdat het bewijsmateriaal oplevert dat de verhalen bevestigt 'van het handjevol mannen die op wonderbaarlijke wijze aan executie wisten te ontkomen'. Ook moet de historische werkelijkheid worden achterhaald. En ten slotte zou het goed zijn, als 'de familieleden van de vermisten eindelijk ingelicht konden worden over het lot van hun beminden en ze hen een passende begrafenis zouden kunnen geven'.

Stover en Peress werpen nog een andere fundamentele vraag op. 'Was het juist dat de VN en afzonderlijke regeringen stelling namen tegen etnische zuiveringen en 'veilige gebieden' in Bosnië instelden, als zij tegelijkertijd niet bereid waren het leven van hun peacekeepers op het spel te zetten om de mensen in die gebieden te beschermen?' Over die essentiële en ethisch zwaarbeladen vraag en over het dramatische fiasco van de aanwezigheid van Dutchbat in Srebrenica zal binnenkort hopelijk eindelijk de Nederlandse Tweede Kamer zich - door middel van een parlementaire enquête - gaan buigen.

Hoewel de titel Blood and Vengeance ('Bloed en wraak') minstens even onheilspellend klinkt, is het epos van de Amerikaans-Kroatische journalist Chuck Sudetic over de oorlog in Bosnië aanzienlijk leesbaarder dan The Graves. Een van de interessantste punten uit Sudetic' veelomvattende boek is zijn openhartige relaas over het dodelijke effect dat aanwezigheid tijdens een oorlog op het menselijk gevoel kan hebben.

Bij hemzelf bijvoorbeeld. Sudetic versloeg de Bosnische oorlog voor The New York Times, maar was er ook in meer persoonlijke zin bij betrokken. Op grond van zijn Kroatische origine, maar ook omdat de zuster van zijn Servische vrouw Liljana, Gordana, weer getrouwd is met een Moslim uit Bosnië, Hamed Celik. Het grootste deel van de familie Celik - Hameds vader Huso en zijn moeder Hiba, zijn jongere broer Paja en zusje Sanela - belandde tijdens de oorlog in Srebrenica. Over hun lotgevallen gaat het grootste deel van het boek.

Sudetic kon zolang de oorlog gaande was alleen functioneren en zijn werk voor The New York Times doen, als hij zijn gevoelens uitschakelde. Zelf beschrijft hij dat als 'het beklimmen van een uitkijktoren', van waaruit hij onaangedaan kon observeren wat zijn medemensen elkaar aandeden, 'alsof het om wilde dieren in de prairie' ging. 'Ik liep eens door een stad waar de straten vol lagen met paarsige en gele lichamen van mannen en vrouwen en een paar kinderen; sommigen waren doodgeschoten, anderen hadden geen hoofd meer; het deed me niets.'

I N EEN POGING aan dit emotionele coma te ontsnappen, besloot Sudetic in de herfst van 1995 weer naar Bosnië te gaan om uit de mond van de Celiks die nog in leven waren (moeder Hiba, dochter Sanela, zoon Paja) de familiegeschiedenis op te tekenen. Het is een verhelderend verhaal geworden, vooral vanwege de historische achtergronden die Sudetic schetst, en de pogingen die hij doet om de Joegoslavische broedermoord te verklaren.

Maar of het Sudetic is gelukt de emotionele distantie die hij zichzelf eerder uit zelfbehoud had opgelegd, geheel te overwinnen? Ik betwijfel het. Want gek genoeg is zijn boek, ondanks alle beschreven ellende en bizarre wendingen, geen ogenblik aangrijpend. Je leest het met verwondering, hoofdschuddend, het inspireert tot nadenken - dat is uiteraard verdienstelijk -, maar je kunt het met droge ogen uitlezen.

De personages - de leden van de familie Celik, hun partners, buren, vijanden - blijven een soort van marionetten, lege hulzen, slechts van buitenaf getypeerd. Wat zij doormaakten, wat hen bewoog, wordt niet of nauwelijks verteld, en zeker niet invoelbaar gemaakt. Daardoor blijft Blood and Vengeance - anders dan bijvoorbeeld de qua opzet vergelijkbare, vier jaar geleden verschenen, zeer ontroerende familiegeschiedenis van de hand van Alfred van Cleef, De verloren wereld van de familie Berberovic - een treurig verhaal uit een andere wereld. En dat is jammer, een gemiste kans.

Wat Sudetic wel probeert, en waarin hij tot op zekere hoogte ook slaagt, is het aanreiken van een verklaring voor de cyclus van bloedvergieten in Bosnië. Hij grijpt daartoe terug op bekende theorieën over de Balkan - de periodiek uitbarstende, historisch gewortelde animositeit tussen Serviërs, Kroaten en Moslims -, maar weet die aanzienlijk te verfijnen en te concretiseren.

De sleutelwoorden zijn 'kad tad', eens is het zover, dan zal het moment van de wraak gekomen zijn. Wraak van de Serviërs op de Moslims en Kroaten, van wie een deel tijdens de Tweede Wereldoorlog als Ustasja's met veel genoegen Serviërs over de kling joeg. Wraaklust van de Moslims jegens de Cetniks (Servische nationalisten), die in diezelfde oorlog Moslims afslachtten. Een behoefte aan revanche die volgens Sudetic ook in de vreedzame Tito-jaren in stilte bleef voortwoekeren; in een afgedwongen stilte, want over de broederstrijd die de Tweede Wereldoorlog in Joegoslavië óók was, mocht van de partizanen niet gesproken worden. 'Broederschap en Eenheid' was het nieuwe parool. Tot Slobodan Milosevic het taboe doorbrak.

Sudetic weet dit in stilte koesteren van de haat vrij aannemelijk te maken aan de hand van de geschiedenis van het gehucht Kupusovici, woonplaats van de familie Celik, waar Servische en Moslim-gezinnen naast elkaar woonden (vóór de jongste oorlog) en zelfs soms bevriend raakten, zonder dat er ooit een woord gesproken werd over de massamoord door Cetniks (onder wie sommige Servische dorpsbewoners) op Moslims in 1944, in een naburige grot.

De Moslim-vrouwen 'vertelden hun kinderen over de Serviërs uit Odzak en de andere naburige dorpen, die hadden meegedaan aan de moordpartijen. Elke Servische moeder vertelde haar kinderen over de Moslims die Ustasja waren geweest. En de kinderen van de Serviërs en de Moslims speelden met elkaar, bijna elke dag.' Inderdaad, dit maakt het (bijna) te begrijpen hoe de lont van de haat, aangestoken door het vuur van het weer oplevende nationalisme, een ontploffing veroorzaakte.

E N TOCH OOK weer niet. Want wat bewoog Milan Lukic, een schoolvriend van een van de broertjes Celik, een man wiens oom zijn Moslim-buren juist tegen de Cetniks had beschermd, om zich meteen na het uitbreken van de oorlog in 1992 aan het hoofd van een Servisch moordcommando te stellen? En hoe is anderzijds de reactie te verklaren van Mihailo Eric, kleinzoon van een van de twee broers Eric, beruchte Cetniks, die na 1944 jarenlang in Tito's kerkers zuchtten?

Door vroegere Servische buurjongens uit Kravica, een plaatsje waar tijdens de Tweede Wereldoorlog door Ustasja's was huisgehouden en dat in de laatste oorlog het toneel van wraakacties door Moslims was, werd Mihailo Eric op zekere dag stralend begroet. Het was de dag na de val van Srebrenica. De opgeschoten jongens deelden geweren uit. Ze vroegen Eric of hij mee wilde komen naar het voetbalveld in Bratunac. Daar stond iets te gebeuren. 'Kad tad.' Het moment van de wraak was aangebroken. Maar Mihailo Eric draaide zich om, spuugde op de grond en zei: 'Ik schiet niet op gevangenen.'

Ook dat bestond dus, dat beetje menselijkheid, dwars tegen de historische logica en etnische groepsverbondenheid in. Het ondergraaft Chuck Sudetics theoretische model enigszins, maar ik ben blij dat hij in zijn trieste epos ruimte voor die twijfel laat.

Anet Bleich

Chuck Sudetic: Blood and Vengeance - One Family's Story of the War in Bosnia.

Norton; 393 pagina's; * 74,60.

ISBN 0 393 04651 6.

Eric Stover & Gilles Peress (foto's): The Graves - Srebrenica and Vukovar.

Scalo, import Nilsson & Lamm; 334 pagina's; * 67,25.

ISBN 3 931141 76 4.

Meer over