InterviewRowan Marijnissen

‘Soms ben je al blij als je aan het einde van je dienst de patiënt in leven hebt gehouden’

Rowan Marijnissen (links) op de ic van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Rowan Marijnissen (links) op de ic van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Deze winter zijn er fors minder ic-bedden beschikbaar dan afgelopen jaar. Het maximum van 1.350 wordt uiterst lastig, en is hooguit een paar weken vol te houden. Bovendien is de werkdruk nu al zo hoog dat fouten onvermijdelijk zijn, zegt Rowan Marijnissen, voorzitter van de beroepsvereniging van ic-verpleegkundigen. Woensdag moet een opschalingsplan bij de minister liggen.

Als de coronagolven hoog worden, gaan verpleegkundigen ‘in de verdunning’. Niet langer zijn zij verantwoordelijk voor één of twee patiënten, maar wel voor drie of vier. Voldoende toezicht houden op studenten wordt dan bijna onmogelijk.

En dan gebeurt het zomaar dat een patiënt – onbewust – de beademingsbuis eruit trekt. De ademweg is niet meer veilig, waarop een stressreactie volgt bij de patiënt, die zo uit zijn kunstmatige slaap kan ontwaken. Artsen en gespecialiseerde verpleegkundigen moeten razendsnel handelen om blijvende schade of overlijden te voorkomen.

In deze casus, die Marijnissen kreeg doorgestuurd van een collega, is niet alleen de impact voor de patiënt groot. De student besloot de opleiding te staken, omdat de leeromgeving onveilig zou zijn, en de toezichthoudende verpleegkundige kwam met een burn-out thuis te zitten. En zo verloor de zorg weer twee krachten.

Het afgelopen anderhalf jaar is het vaak zo gegaan, zegt Marijnissen, zelf ic-verpleegkundige in het Elisabeth TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. ‘Dit gebeurt zo veel, dat is in deze crisis onderbelicht gebleven. We registreren lang niet alles wat er misgaat. Verpleegkundigen vinden het vervelend om het hierover met elkaar te hebben. We zijn opgeleid om kwaliteit te leveren, maar nu zijn we alleen maar bezig capaciteit te creëren. Soms ben je als verpleegkundige al blij als je aan het einde van je dienst de patiënt in leven hebt gehouden.’

Gevolg: ic-verpleegkundigen verlaten het vak of zitten ziek thuis. Op elke 100 verpleegkundigen die nodig zijn, zijn er 11 vacatures. Verzuimpercentages lopen op tot 15 procent. Van de 140 ic-verpleegkundigen in het Rotterdamse Erasmus MC zitten er 20 ziek thuis, aldus ic-hoofd Diederik Gommers.

Geen onwil

Afgelopen zomer pasten de V&VN, de beroepsvereniging van verpleegkundigen, en de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC), daarom het opschalingsplan voor de ic’s aan, in overleg met zo’n beetje alle partijen in de zorg. De boodschap: alleen in uiterste nood kunnen er in Nederland voor een korte periode van vier weken maximaal 1.350 bedden beschikbaar zijn.

‘Met dat getal zitten we al in ons maag. Onze achterban zegt namelijk: met 1.150 bedden is de grens al bereikt’, zegt Marijnissen.

Dat weerhield het ministerie van Volksgezondheid er niet van om twee weken geleden een brief te sturen. Of er toch niet een plan kon komen voor een grotere capaciteit. ‘De toon van die brief stond ons absoluut niet aan’, zegt Marijnissen. ‘We hebben ons al in zo veel bochten gewrongen, het is echt geen onwil. Nu werd het wéér ons probleem. Het is een probleem van de hele maatschappij.’

Vorige week ging Marijnissen bij minister De Jonge op bezoek. Om hem te overtuigen dat zijn wens tot opschaling onmogelijk is, besloot ze haar collega’s naar hun ervaringen te vragen om die met hem te kunnen delen. Ze schrok van de verhalen die ze terugkreeg. ‘Wat steeds terugkomt, is dat verpleegkundigen voor meer patiënten zorgen dan ze eigenlijk aankunnen; er is een structureel tekort.’

Heropnamen

‘We zien daardoor veel heropnamen. Patiënten verlaten te vroeg de ic, om zo plaats te maken voor nieuwe patiënten. Eenmaal op een gewone afdeling krijgen deze patiënten niet de specialistische zorg die ze nodig hebben, waardoor ze terugvallen en weer – en zieker dan eerst – op de ic terechtkomen.

‘Een ander probleem is dat we te weinig tijd hebben om de patiënten te mobiliseren, uit bed te halen of van ligging te laten wisselen. Dat is goed voor de bloedsomloop, voor de ademhaling en bevordert het herstel van de patiënten. Doe je dat niet, dan is de kans op doorligwonden groter, met een langer verblijf op de ic tot gevolg. Zo neemt de druk alleen maar verder toe.’

En dan zijn er nog de verhalen over medicatiefouten, pijnstilling pas aan het eind van de ochtend, ondersteuners die per ongeluk het geluid van de alarmen op stil zetten waardoor bloeddrukdalingen bij patiënten ongemerkt plaatsvinden, of over de patiënt die toch werd geopereerd terwijl de ic al vol lag. ‘Zo’n bed wordt dan gewoon naar binnen geschoven. En succes ermee.’

Zelf ondervond Marijnissen het afgelopen vrijdag aan den lijve. Ze had een kantoordag, want ze leidt ook nog verpleegkundigen op. ‘We leiden nu veel op. Dat is natuurlijk positief, al verhoogt dat óók de werkdruk. De rek in nieuwe sollicitaties is er nu wel uit, trouwens. Elke verpleegkundige die op de ic wil werken, werkt er nu.’

Die vrijdag ging op de ic één patiënt snel achteruit, een ander moest gereanimeerd en de volgende had de beademingsbuis losgewrikt. ‘Toen heb ik ook maar mijn uniform aangetrokken. Stond ik daar met mijn zwangere buik en rugklachten. En dit is nog binnen de gewone capaciteit van 950 bedden. Zelfs dan moeten er mensen van kantoor worden geplukt om de zorg bij te staan. Ik merk het dan ook bij mezelf: o man, daar gaan we weer. Dat kost zo veel energie.’

Meer over