Solisten

EEN wetenschapper bedenkt zich tegenwoordig wel tweemaal voordat hij een gangbare wetenschappelijke opvatting in zijn gebied aanvecht. Zijn collega's zouden hem dat zeer kwalijk nemen....

Sprekers op wetenschappelijke conferenties volgen klakkeloos de mode en praten hun collega's naar de mond. In de vragenperiode die volgt op hun bijdragen, komen deze vakgenoten dan met loftuitingen als great, terrific, very deep en highly original.

Een paar maanden geleden heb ik bij Salt Lake City in de Verenigde Staten weer zo'n slijm-slijm-conferentie meegemaakt. De spreker over quantumcomputers kreeg als belangrijkste vraag vanuit het gehoor of hij dit fascinating werk al gepubliceerd had, en zo ja: of hij dan daarvan de referentie wilde geven. Ik vind zo'n chauvinistisch Amerikaans toneelstuk niet te pruimen.

De briljante natuurkundige Serge Haroche uit Parijs was niet uitgenodigd. Deze heeft het - een paar jaar geleden - als enige aangedurfd een kritisch artikel over quantumcomputers te publiceren. En dat hebben zijn vakgenoten hem tot op de dag van vandaag niet vergeven. Ik vroeg Haroche, toen ik een paar weken geleden in Parijs was, of hij nog achter zijn commentaar stond. Zijn antwoord was dat hij alleen maar negatiever was geworden.

Een andere kliek die gezaghebbende tegenspraak kan gebruiken, is de kongsie van klimaatwetenschappers, milieubeweging en milieupolitici. Gelukkig heeft nu ook hier een beroemde wetenschapper zo'n geluid laten horen. Het betreft Freeman Dyson (American Physical Society News van mei 1999).

Dyson is een beetje excentrieke Brit die als theoretisch fysicus in Princeton terecht is gekomen. Hij heeft altijd belangstelling gehad voor experimentele wetenschap. In de jaren tachtig kreeg hij driehonderdduizend dollar los van de Prudential Insurance Company voor een heel onpraktisch experiment. In de tuinen van de Universiteit van Princeton werd een grote kuil gegraven. In de winter werd deze met behulp van een sproeier van de brandweer gevuld met ijs. In de zomer lieten ze het ijs langzaam smelten om daarmee de airconditioning van de gebouwen te voorzien van koelvloeistof. Het werd een ongelooflijk smerige toestand van ijs en bagger.

Volgens Dyson is het zinloos om met de huidige computermodellen het klimaat te voorspellen. De aarde kent vier reservoirs van koolstof: de atmosfeer, de oceaan, de begroeiing en de grond. Deze reservoirs beïnvloeden elkaar sterk. In de modellen van het klimaat worden alleen de eerste twee in beschouwing genomen. Ook al worden die berekeningen op de grootste en snelste computers ter wereld gedaan; het blijft knoeiwerk. Die berekeningen kunnen volgens hem alleen maar gebruikt worden om te proberen het klimaat te leren begrijpen.

Een groot aantal mensen vertrouwt deze klimaatmodellen echter blindelings. Bij ons onder andere te vinden op het ministerie van VROM. Het ministerie trouwens, waar topambtenaren in kabouters geloven en waar de minister onlangs nog een meditatie-ruimte opende die vrij is gemaakt van aardstralen.

Ook VU-milieuhoogleraar Vellinga gelooft sterk in de voorspellende waarde van de modellen. Hij kan er zelfs uit aflezen dat door opwarming er nooit meer elfstedentochten zullen worden gehouden en dat de rivieren nog veel vaker dan nu buiten hun oevers zullen treden.

De mening van Dyson staat tegenover deze gigantische meerderheid. Gelukkig is wetenschap niet democratisch. Dyson heeft gelijk.

Meer over