Slapen zonder schaapjes tellen

'Blijf je slapen?' Afhankelijk van de toon van de vraag en de situatie is een bevestigend antwoord de voorbode van een frivole nacht tussen de lakens, dan wel de inleiding tot het slepen met beddengoed naar een logeerkamer....

Al gapend is dat een dankbaar onderwerp van conversatie. Praten over slapen doen we namelijk vooral als er iets aan schort. En dat laatste risico schuilt in een klein hoekje: de kinderen ziek, druk op het werk, een feestje bij de buren, de warmte, vliegtuigen, het bed te hard; noem alles maar op wat onze nachtrust kan bedreigen.

Gebrek aan nachtrust is echter niet het enige probleem dat ons slaap-waakritme bedreigt. In Een hoofd vol slaap maakt Hilbert Kamphuisen duidelijk dat extreem lang slapen of veelvuldig overdag in slaap vallen bij heel veel mensen minstens even grote problemen oproept. Veel slapen wordt bovendien geassocieerd met luiheid en geringe zelfdiscipline.

Emeritus-hoogleraar prof. dr. H. Kamphuisen is oprichter van het Centrum voor Slaap- en Waakstoornissen in het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag, het enige slaapcentrum in Nederland. De benaming 'slaapprofesor' die hij daarmee in de pers verwierf, beschouwt hij als een eretitel. En adeldom verplicht. Er is volgens Kamphuisen in Nederland nog maar weinig gepubliceerd op het gebied van slapen, terwijl de belangstelling ervoor overweldigend is. Een hoofd vol slaap is dan ook vooral bedoeld om zowel artsen als het brede publiek op weg te helpen.

De benodigde hoeveelheid slaap is, zo blijkt uit het boek, ongelijk over de mensheid verdeeld. De meesten van ons hebben acht tot negen uur per nacht nodig, maar zo'n 2 procent van de bevolking kan met vijf uur of zelfs minder per etmaal toe. En daar zitten extreme gevallen bij.

De kortste, behoorlijk gedocumenteerde slaap, zo blijkt uit Kamphuisens boek, is van een zeventigjarige verpleegkundige uit Londen die beweerde al haar hele leven lang slechts één uur per nacht te slapen. Ze begreep niet waarom de mensheid haar tijd zo verdeed in bed. Onderzoek bevestigde haar verhaal. Gemiddeld sliep ze 67 minuten per etmaal, zonder last van vermoeidheid te krijgen.

Maar ook het omgekeerde komt voor: mensen die extreem lang slapen, of die om de haverklap overdag wegdommelen. Soms gaat het het dan om ernstige aandoeningen, zoals bij het Kleine-Levin Syndroom dat vooral mannelijke adolescenten treft. De patiënten slapen weken achtereen en worden alleen zo nu en dan wakker om enorme hoeveelheden te eten.

Hersenontstekingen kunnen eveneens leiden tot ernstige vormen van bijna permanente slaap. Zo is de vaak dodelijke slaapziekte, die wordt overgebracht door de tseetseevlieg, terug te voeren op een hersenontsteking.

Maar behalve zeldzame of tropische aandoeningen zijn er in Nederland tienduizenden reguliere veelslapers. Zo zijn er naar schatting tien- tot vijftienduizend narcoleptici, mensen die zich permanent voelen alsof ze drie nachten niet hebben geslapen. Hun gewone nachtrust is vaak verstoord, daarentegen vallen ze overdag om de haverklap in slaap.

Bovendien lijden zij in bijna de helft van de gevallen aan kataplexie: het slap worden of verlamd raken bij emoties. Televisieprogramma's met een lach of een traan zijn voor deze patiënten taboe.

Veel vaker komt het zogeheten apneu-syndroom voor, de meningen zijn wat verdeeld, maar mogelijk gaat het om enkele honderdduizenden Nederlanders. Bij de slachtoffers stokt tijdens de slaap minstens vijf keer per uur de ademhaling voor een periode van twintig tot veertig seconden. De patiënten schrikken daardoor steeds even wakker en ontwaken vervolgens 's morgens gebroken. Overdag vallen ze makkelijk in slaap en over het algemeen snurken ze enorm.

Het boekje van Kamphuisen behandelt in vogelvlucht tal van dergelijke interessante wetenswaardigheden over de slaap. Wie wil weten wat bijvoorbeeld de REM-slaap ook weer inhoudt, hoe de processen van waken en slapen worden gereguleerd en wat er gebeurt tijdens dromen, kan goed terecht bij het wat brokkelig opgeschreven boekje van Kamphuisen.

De uitgever belooft op de achterflap echter ook dat de lezer na lezing in staat zal zijn 'slaapstoornissen op te lossen'. Dat is volkomen uit de commerciële duim gezogen. Van zelfredzaamheid is geen sprake. Klantjes winnen lijkt een betere aanduiding. De lezer wordt vooral aangeraden om niet te lang te wachten met een bezoek aan een slaapcentrum.

Dat wat we allemaal kennen, komt dan ook niet aan de orde: geen schaapjes tellen, yoga, oordopjes, een ander bed, het overbekende slaapmutsje en ook maar bitter weining over slaapmiddelen. Dat is een bijna onbegrijpelijk gemis. De lezer zou daarvoor kunnen uitwijken naar het in 1995 in België verschenen boek De gedroomde slaap (Lannoo) van Bart Leroy en Mark van Tongele, dat daar juist uitvoerig op in gaat.

Daar ook kan hij meer te weten komen over de werkelijke overeenkomsten tussen slapen en bijslapen, niet alleen als eufemisme of door de plaats van handeling, maar ook door het optreden van seksuele opwinding. Zowel mannen als vrouwen kunnen tijdens de REM-slaap opgewonden raken, gewoon op de logeerkamer.

Rik Nijland

Hilbert Kamphuisen: Een hoofd vol slaap

Uitgeverij Nieuwezijds; ¿ 29,90

ISBN 90 5712 006 2

Meer over