Seksistische wetenschap

Beoordelaars van wetenschappelijk onderzoek zijn seksisten. Als er geld voor research moet worden toegekend, is niet alleen de kwaliteit van het onderzoeksvoorstel doorslaggevend; het geslacht van de onderzoeker speelt ook een grote rol....

Vrouwelijke wetenschappers hebben daarbij onevenredig vaak het nakijken, stellen twee Zweedse onderzoeksters van de universiteit van Göteborg in een commentaar in Nature (22 mei 1997). Ze plozen de beoordelingen na van 114 sollicitaties naar twintig beschikbare fellowship-aanstellingen die de Zweedse Medical Research Council (MRC) in 1995 had te vergeven.

Die beoordelingsrapporten kregen ze niet zonder slag of stoot. De MRC weigerde in eerste instantie de gegevens beschikbaar te stellen. De rechter moest eraan te pas komen voordat de organisatie door de bocht ging.

Om in aanmerking te komen voor een fellowship moesten de 114 sollicitanten een curriculum vitae inleveren, een lijst met publicaties en een onderzoeksvoorstel. De aanvragen werden vervolgens beoordeeld door één van de elf commissies van de MRC, elk met een eigen specialisme.

Ieder voorstel werd bekeken door vijf commissieleden, die een drietal aspecten moesten beoordelen: de wetenschappelijke competentie van de aanvrager, de relevantie van het voorstel en de methode waarmee het onderzoek zou worden uitgevoerd.

De commissieleden gaven vrouwelijke onderzoekers systematisch lagere cijfers voor de drie beoordeelde aspecten, zo turfden de twee onderzoeksters. Het eindoordeel kwam tot stand na vermenigvuldiging van die drie cijfers met elkaar, waardoor de achterstelling flink werd versterkt. Het resultaat: in 1995 kregen vier vrouwen en zestien mannen een fellowship.

Seksistisch, stellen beide onderzoeksters, omdat bijna de helft van de 114 indieners - allen gepromoveerd - vrouw was. De commissieleden beoordelen de wetenschappelijke kwaliteit van de vrouwelijke onderzoekers systematisch lager dan die van hun mannelijke collega's.

Dit is niet terug te voeren op bijvoorbeeld een kleiner aantal publicaties, blijkt uit citatie-onderzoek dat de twee uitvoerden aan de hand van de ingediende publicatielijsten. Tot eenzelfde conclusie komen ze na ingewikkelde vergelijkende berekeningen voor de twee andere criteria: relevantie en methodiek.

En dus, concluderen beide universiteitsonderzoeksters, moet het geslacht van de sollicitanten een meer dan evenredige rol hebben gespeeld. Nota bene in Zweden, stellen ze, dat recent nog door de Verenigde Naties werd uitgeroepen tot het meest vooruitstrevende land waar het gaat om gelijke kansen voor mannen en vrouwen.

Kun je nagaan, schrijven ze in Nature, in andere landen zal het dus nog wel veel erger zijn. Dit seksistisch gedrag van beoordelingscommissies zou weleens de oorzaak kunnen zijn dat minder vrouwen carrière maken, suggereren ze.

Want hoe kan het toch dat hoewel 44 procent van de gepromoveerden in de biomedische wetenschappen in Zweden vrouw is, in post-doc posities dat percentage 25 bedraagt en onder professoren nog maar 7. Jaren-zeventig-discussies herboren dus; in de ivoren toren van de wetenschap gebeurt alles wat later. Daar kan het debat nu ook beginnen.

De redactie van Nature gooit bij voorbaat de handdoek in de ring met een daad van positieve discriminatie. In een naschrift meldt ze - tegen de gewoonte in om ook maar iets naar buiten te brengen over haar eigen peer review-team - dat het Zweedse artikel ter beoordeling is voorgelegd aan drie vrouwen.

Broer Scholtens

Meer over