Schriften vol rode strepen

’Officieel heb ik geen dyslexie. Ik ben zelfs nooit getest. Maar het was een openbaring voor me toen bij mijn zoon dyslexie werd vastgesteld....

‘Er zijn ook positieve kanten’
‘Toen ik op school zat werd er nog geen naam gegeven aan zaken als dyslexie, hoogbegaafdheid of adhd. Je werd slordig gevonden, en slecht geconcentreerd. Achteraf gezien was mijn lagereschooltijd heel vervelend. Ik was altijd zo onzeker over wat ik daar deed. Mijn teksten waren rommelig en stonden vol fouten. Ik had geen enkel gevoel van controle, en voelde me vaak incompetent.

‘Er zijn ook positieve kanten’
‘Dyslexie is een handicap, je kunt het niet overwinnen. Maar er zijn ook positieve kanten. Omdat ik niet gemakkelijk schreef, ben ik dat verbaal gaan compenseren. Ik ben altijd een goede prater geweest, presentaties gingen me goed af. En lezen heb ik heel efficiënt leren doen. Ik ben wat je noemt een radende lezer, ik pik de woorden eruit die ik herken en vul de gaten zelf in. Ik zie snel de essentie van een tekst, leg gemakkelijk verbanden. Toen ik studeerde, hadden studiegenoten soms veel tijd nodig om een onderwerp onder de knie te krijgen, ik had aan een half woord genoeg. Dat is de winst van worstelen met taal vanaf je vierde.’

‘Er zijn ook positieve kanten’
‘Mijn belangrijkste hulpmiddel is de spellingscontrole op de computer. Nu ik zelf de fouten eruit kan halen, is de onzekerheid weg. Dat was tijdens mijn studie wel anders. Uiteindelijk heb ik met veel hulp en ondersteuning van mijn vrouw mijn scriptie geschreven. Op een typemachine.

‘Er zijn ook positieve kanten’
Voor mijn vrouw waren mijn problemen heel wezensvreemd, zij spreekt zes talen en leest ontzettend veel. De discussie ging er altijd over dat ik alles heel kort en bondig opschreef, en zij juist veel aandacht besteedde aan mooie zinnen. Uiteindelijk was zij degene die mij het beste handvat gaf om beter te gaan schrijven: ik moest het opschrijven zoals ik het ook zou zeggen. Werkwoordvervoegingen en zinsverbanden zeggen me niets, maar als ik mijn spreektaal op papier kan zetten, heb ik geen problemen. Nu krijg ik juist complimenten dat ik zo toegankelijk schrijf voor een wetenschapper.

‘Er zijn ook positieve kanten’
‘Mijn dyslexie is voor mij geen genant onderwerp. Maar het komt ook niet vaak ter sprake. Veel van mijn collega’s op de universiteit weten het volgens mij niet eens. Niet belangrijk genoeg. Ik publiceer in het Engels en Nederlands, ik doe eindredactie en ik lees veel. Je moet accepteren dat je nooit zult lezen en schrijven zoals anderen dat doen, maar je eigen stijl ontwikkelen. Ik denk anders. Dat heeft zo zijn voor- en nadelen. Als ik een artikel schrijf, maak ik bijna altijd wel vijf of zes versies, waar een ander misschien al in twee keer klaar is. Dat kost tijd, en moeite. Maar het lukt me wel, en dat is waar het om gaat.’

‘Het werd dus geen talenpakket’
‘Eigenlijk merkten ze het op de middelbare school vrijwel meteen. Mijn lerares Nederlands liet me in de eerste maand of zo een test doen en de uitslag was dat ik inderdaad dyslectisch was.

‘Het werd dus geen talenpakket’
‘Maar ik maakte te weinig fouten om een dyslexieverklaring af te kunnen geven. Het waren twee of drie fouten, geloof ik. Dat betekende dus geen speciale maatregelen als laptops bij het maken van toetsen of extra tijd. Ik moest alles doen zoals de rest het deed. Ze zeiden tegen me: ‘Je bent dyslectisch, maar we kunnen er niets aan doen.’

‘Het werd dus geen talenpakket’
‘Ik heb er op zichzelf geen last van dat ik dyslectisch ben. Voor Maurice was het geloof ik belangrijker dan voor mij. Ik was twaalf, en bezig met de middelbare school. In mijn klas was ik de enige dyslect, maar dat had weinig invloed op mijn positie in de klas. Het is niet iets dat je van buiten kunt zien. Ik hielp een vriend met aardrijkskunde, hij hielp mij met Nederlands. En ik ga naar een Montessorischool, dus dan heb je best veel tijd voor alles.

‘Het werd dus geen talenpakket’
‘Toen ik mijn profiel moest kiezen, werd het geen talenpakket. Dat was duidelijk. Dus werd het Economie en Maatschappij. Ik heb er zelf nog maatschappijleer bij genomen, dat vind ik echt interessant.

‘Het werd dus geen talenpakket’
‘Voor mijzelf is mijn dyslexie geen handicap, maar met het leven dat ik wil leiden is het dat wel. Ook al ben ik goed in een vak, dat zie je niet terug in mijn cijfers. Ik schrijf alles te kort op, en dat kost weer punten.

‘Het werd dus geen talenpakket’
‘Ik zal altijd veel moeten schrijven, ook als ik straks politicologie ga studeren. Maar het zal wel helpen dat ik dan op een computer kan gaan werken, want ik typ twintig keer sneller dan dat ik schrijf.

‘Het werd dus geen talenpakket’
‘Ik ben goed in Engels, dat is eigenlijk vanzelf gekomen. Er kwamen bij ons altijd buitenlandse vrienden van mijn ouders over de vloer, en ook van de televisie heb ik wel wat opgestoken. Maar het is vooral de muziek die me heeft geholpen. Ik luister veel naar hiphop, en daar zijn de teksten belangrijk.

‘Het werd dus geen talenpakket’
‘Mensen denken altijd dat er bij hiphop zomaar wat gezegd wordt, maar die teksten zijn echt wel diep.

‘Het werd dus geen talenpakket’
‘Als bijbaantje geef ik bijles Engels aan havo- en vmbo-leerlingen. Ik ben nog wel een beetje aan het zoeken hoe ik die jongens moet lesgeven. Engels spreken is voor mij geen probleem, en bij luisteronderdelen ben ik vaak de beste van de klas. Maar met een dictee heb ik van de veertien woorden er negen fout. Gelukkig kunnen mijn leerlingen goed schrijven, hun probleem is juist het spreken.

‘Het werd dus geen talenpakket’
‘Het helpt wel dat mijn vader ook dyslectisch is. Ik heb ouders die het begrijpen als het niet goed gaat op school. Maar als ik naar mijn zusje kijk, dan doet het me pijn. Zij moet er nog helemaal doorheen, en ik weet nog goed hoe dat is. ‘Zeb, je doet slordig. Zeb, je moet meer werken.’ Gelukkig is er nu wel meer aandacht voor, maar voor mensen die het niet hebben, blijft dyslexie een raadsel. Dan blijven ze maar vragen of ik mijn teksten misschien in grote letters wil. Terwijl ik best kan lezen. Ik kan alleen niet goed schrijven.’

‘Ik leer met kleuren lezen’
‘Een vriendin leest zo snel, dat ik het niet eens kan verstaan. Ik ben slecht in lezen en schrijven, ik moet alles spellen, omdat ik dyslexie heb. ‘Op school, als we dingen hebben opgeschreven, kunnen we het eerst nog met nakijkbladen nakijken. Maar als ik het dan inlever, heb ik toch heel veel fout, omdat ik het verschil tussen letters en woorden niet zie.

‘Ik leer met kleuren lezen’
Soms kan ik mijn eigen handschrift niet lezen. Ik had een keer op mijn verlanglijstje voor Sinterklaas om een huisdier gevraagd. Maar toen dacht ik daarna: hè, wat staat daar nou? Er stond huisbier in plaats van huisdier. Mijn vader heeft het toen voor me verbeterd, anders snapte Sinterklaas het natuurlijk niet.

‘Ik leer met kleuren lezen’
‘Ik oefen veel, en het gaat nu wel beter. Ik heb een onthoudboekje, daarin schrijf ik ook mijn wachtwoorden voor de schoolcomputer en zo. En ik heb van de juf geleerd om met kleuren te lezen. Dan zijn de oe en de au een kleur, en de t en de s ook. Dat gaat wel goed, behalve met de d en de b, want die zijn allebei blauw en die kan ik niet uit elkaar houden.

‘Ik leer met kleuren lezen’
Met mijn moeder lees ik heel veel verhaaltjes, zij gaat op school het kerstverhaal voorlezen uit Het kleine huis in het grote bos, mijn lievelingsboek.

‘Ik leer met kleuren lezen’
‘Als ik later groot ben, zal ik wel lezen en schrijven, maar het wordt niet mijn hobby. Ik kan andere dingen beter. Ik wil modeontwerpster worden. Ik kan goed tekenen, beter dan het meisje naast mij. Ik help haar met tekenen, en zij helpt mij met schrijven. En ik kan tot tien tellen in het Chinees, het Engels en het Duits.

‘Ik ben thuis de dyslexie-expert’
‘De dyslexie van Maurice en de kinderen heeft mijn visie op taal compleet veranderd. Ik ben zelf gek op lezen, en ik was best fanatiek over spelling. Het irriteerde me in het begin dan ook dat Maurice dezelfde dingen keer op keer fout deed. Maar sinds ik me in dyslexie ben gaan verdiepen, heb ik bijna een weerzin gekregen tegen het belang dat aan spelling wordt gehecht. Dat is enorm beperkend gebleken voor mijn geliefden.

‘Ik ben thuis de dyslexie-expert’
‘Toch had het ook positieve kanten toen we hoorden dat Zeb dyslectisch is. Het is niet leuk om te denken dat je kind slordig en lui is. Ik heb me vreselijk schuldig gevoeld dat ik dat dacht. Maar we hadden gewoon geen benul. Van Maurice dacht ik ook vaak dat hij gewoon de moeite er niet voor wilde doen. En toen kreeg ons gezin er in een klap twee dyslecten bij. Ik maakte me zorgen om onze zoon, maar Maurice was in die tijd vooral met zijn eigen herinneringen aan zijn nare schooltijd bezig. Het was voor hem een enorme eyeopener.

‘Ik ben thuis de dyslexie-expert’
‘Grappig genoeg ben ik thuis de expert op het gebied van dyslexie. Ik ga naar studiedagen, ik lees er alles over. Ik ben de belangenbehartiger van mijn gezin. Ik schrijf alle briefjes, kijk alle werkstukken van Zeb en de artikelen Maurice na. Dat is ook alles wat ik kan doen. Het probleem gaat nooit over, ze kunnen alleen leren om er goed mee om te gaan.

‘Ik ben thuis de dyslexie-expert’
‘Bij Vera wisten we het eigenlijk al toen ze drie jaar was. We herkenden alles wat Zeb ook had. Letters interesseerden haar niets, kleuren kon ze niet benoemen, tijd en geld waren vreselijk moeilijke begrippen. En dan denk je: shit. Natuurlijk. Maar ik zie ook welke kwaliteiten ze wel heeft. Ze is fantasierijk, creatief, dol op tekenen, muziek en kan goed schaatsen en zwemmen. Ze is altijd van alles aan het maken. Zij ziet in haar hoofd hoe dingen eruit moeten zien, en voert dat dan precies zo uit. Ik zie de nieuwe Vivienne Westwood in haar.

‘Ik ben thuis de dyslexie-expert’
‘Ik maak me geen zorgen om mijn kinderen. Maurice is een goed voorbeeld dat je ook met dyslexie succesvol kunt worden. De wereld houdt niet op bij taal, als je maar doorzettingsvermogen hebt. Vera en Zeb zullen hun plek wel vinden. Ik vind het wel erg van hun schooltijd. Er is zo weinig creatieve omgang met dyslexie, en zo veel nadruk op lezen en schrijven. Het is jammer dat ze zo gekreukeld door hun schooltijd heen moeten. Laatst kwamen Zeb en ik zijn oude lagere schoolschriften tegen. Elke pagina stond vol rode strepen. Toen hebben we samen even gehuild.

‘Ik ben thuis de dyslexie-expert’
‘Ik heb een tijdje geleden al mijn oude kinderboeken weggedaan. Ik had ze bewaard voor mijn kinderen, maar nu weet ik: het gaat niet gebeuren. Ik ben een lezer, zij niet. Als er geen duidelijk verhaal in zit, hoeft het van hen niet meer. En gedichten worden hier al helemaal voor geen meter gewaardeerd.’

Meer over