Russische literatuur

Arthur Langeveld is docent Russisch aan de Universiteit van Utrecht. Hij vertaalde werk van Brodsky, Gogol, Gontsjarov, Pilnjak, Maximov en Boenin....

1. Een echte aanrader voor beginners is Vaders en zonen van Toergenjev. Niet te dik, zo'n driehonderd pagina's. Een prachtig boek, geschreven in 1862, maar nog altijd actueel omdat het thema, de kloof tussen de generaties, universeel is. De innemende hoofdpersoon Bazarov zet zich af tegen de kerk, de tsaar en alle andere instituties waar de ouderen in geloven, en houdt zich bezig met kikkers. Hij is zelfverzekerd en voor niemand bang, maar Toergenjev, de feminist avant la lettre, beschrijft hoe een vrouw hem uiteindelijk de baas wordt. Het boek eindigt met de mooiste sterfscène uit de wereldliteratuur.

2. Wie nog dunner wil beginnen, leest eerst een van de novelles van Toergenjev, bijvoorbeeld Eerste liefde of Asja. Psycho logische portretten van eigenaardige vrouwen die de mannen naar hun hand zetten, maar op hun beurt ook weer slachtoffer van de liefde worden. Hoewel veel vertalingen van de Russische Bibliotheek van Van Oorschot wat sleets beginnen te raken, zijn die van Toergenjev nog goed te lezen.

3. Dat wijdlopigheid een onveranderlijk kenmerk is van Russische romans wordt gelogenstraft door een boek als De kapiteinsdochter van Poesjkin uit 1830. Een roman met veel actie, sec en bondig beschreven. Het heeft een nogal onwaarschijnlijk plot, maar dat stoort niet omdat Poesjkin het allemaal zo leuk en ironisch weet te vertellen. Het verhaal speelt rond 1770 in Oost-Rusland, dat in die tijd in vuur en vlam stond. Bij toeval komt een Russische officier terecht in een door opstandelingen ingenomen vesting, waar zijn garnizoenscommandant en diens dochter gevangen worden gehouden. Poegatsjov, de rebellenleider, spaart het leven van de officier die vervolgens een poging onderneemt om de dochter van de commandant, op wie hij uiteraard verliefd is, te bevrijden. En dat allemaal in minder dan tweehonderd bladzijden!

4. De toneelstukken van Tsjechov (1860-1904), vooral de 'grote vier' - De kersentuin, Oom Wanja, De meeuw en Drie zusters - zijn zeer de moeite waard om voor naar de schouwburg te gaan, maar alleen in een goede uitvoering! Tsjechov had een hekel aan het conventionele theater. Zijn toneelwerken hebben weinig plot en moeten het hebben van de dialoog en de spanning tussen de personages, van datgene wat niet gezegd wordt. Als er niet heel goed wordt gespeeld, is het stomvervelend. Zelf heb ik goede herinneringen aan de Oom Wanja van Erik Vos, alweer zo'n twintig jaar geleden, waarbij levende kippen over het toneel heen en weer renden.

5. De verhalen van Tsjechov (hij heeft er enkele honderden geschreven) zijn zeer geschikt voor de korte-baan-lezer. De Russische Bibliotheek heeft ze allemaal uitgegeven, in ver talingen van Charles B. Timmer. Een degelijke vertaler, die bij Tsjechov de juiste toon echter niet altijd heeft getroffen. Vooral voor Tsjechovs cynisme had hij weinig oog. Beter zijn de vertalingen van Marja Wiebes en Yvonne Bloemen (Veen) en, hoewel oud, die van Aleida Schot.

6. Een van de geniaalste schelmenromans uit de wereldliteratuur is Dode zielen van Gogol (1842). Een dik boek, maar de beginner kan zich beperken tot het eerste deel. Komisch, maar tegelijk treurig en troosteloos is het verhaal van Tsjitsjikov, die dode lijfeigenen opkoopt. Als een lijfeigene overleed, bleef hij administratief gezien leven en werd de landheer tien jaar lang fiscaal voor hem aangeslagen. Alleen als hij - dood of levend - werd verkocht ging de belastingplicht over op de nieuwe eigenaar. Tsjitsjikov was tuk op dode lijfeigenen omdat ze als hypotheekonderpand konden dienen. Daarvan kon hij dan weer de bloemetjes buiten zetten. In Gogols tijd leefde tachtig procent van de boeren als blanke slaven. Linkse intellectuelen bestempelden Dode zielen dan ook graag als een aanklacht tegen deze misstand, maar zo heeft Gogol dit werk niet echt bedoeld.

7. Met enige schroom, omdat ik het zelf onlangs heb vertaald, noem ik de bundel kindergedichten Een stinkdier is een prachtig beest van Daniil Charms.

Als dissident kreeg Charms in de eerste helft van de vorige eeuw zijn werk voor vol wassenen niet gepubliceerd. Wan neer het om kinderen ging was men minder streng, waardo0r in verscholen hoekjes van een communistisch jeugdtijdschrift uit de jaren dertig - vol met brave verhalen over Vadertje Stalin - Charms' absurdistische kindergedichten verschenen. Voor de prille beginners.

8. Nu komen we dan toch echt aan de pillen. Om te beginnen Oorlog en vrede van Tolstoj. Voor mij is dit een soort oerboek, de moeder van alle boeken. Het bestrijkt vele terreinen van het leven: oorlog, liefde, familie-intriges, en het wordt bevolkt door de meest uiteenlopende personages. Weids is het boek ook letterlijk, door zijn enorme scope: het omspant vele jaren en half Europa. De omvang van dit boek (zo'n 1500 pagina's) hoeft niemand af te schrikken omdat het is opgezet als een soapserie, met korte scènes, telkens vanuit een andere hoek beschreven. De huidige soapschrijvers hebben beslist de kunst afgekeken van Tolstoj. Een drijfveer van Tolstoj om Oorlog en vrede te schrijven was te laten zien dat de geschiedenis veel grilliger is dan de historici doen voorkomen. Zijn ongenoegen over de geschiedschrijving zat zo diep, dat hij het eigenlijke verhaal afwisselt met bladzijden lange theoretische beschouwingen. Gewoon overslaan. Wat voor sommigen wel een serieus struikelblok kan zijn bij het lezen van dit boek, zijn de vele passages in het Frans, de taal die de Russische adel sprak in de negentiende eeuw.

9. Waar tolstoj ons deelgenoot maakt van het wel en wee van de hogere kringen, is de wereld van Dostojevski er een van prostitutie, dronkenschap en treurige personages die voortdurend de verkeerde keuzes maken. Dostojevski gaat heel ver in het opstapelen van leed. Volgens Karel van het Reve moeten we het ongeveer zo zien: 'Wanneer een willekeurige auteur verhaalt over een man die plotseling oog in oog staat met een leeuw, zal hij diens reactie beschrijven als: "Hij trok wit weg en deed een stap achteruit". Zo niet Dostojevski. Bij hem wordt het: "Hij kreeg een kop als vuur en deed een stap naar voren".'

De meest toegankelijke van zijn romans is Misdaad en straf (soms vertaald als Schuld en boete) uit 1866. Het is een ontwikkelingsroman en een detectiveroman tegelijk. Toch zal misschien niet iedereen erdoor gegrepen worden. Begin er gewoon aan en kijk of het wat voor je is.

10. De russische literatuur van de negentiende eeuw sluit aan bij onze gedachtenwereld. De personages zijn figuren van vlees en bloed, met wie je je kunt identificeren. In de twintigste eeuw is daar geen sprake meer van. Behalve de onleesbare sociaal-realistische literatuur is er het modernisme, dat de doorsnee- lezer niet snel zal aanspreken vanwege de vele vormexperimenten, de absurdistische vertelwijzen en de frequente verwijzingen naar typisch Russische verschijnselen. Dit alles geldt niet voor de meeslepende, helder vertelde memoires van Paustovskij, geschreven tussen 1945 en 1963. Het mooist zijn Verre jaren, de herinneringen aan zijn vroegste jeugd, Begin van een onbekend tijdperk, over de Russische revolutie en De tijd van de grote verwachtingen, over het hongerjaar 1920-1921.

Meer over