INTERVIEW

'Roosevelt kon zijn eigen rol in de oorlog niet boekstaven'

Franklin Roosevelt heroverde Europa op de Duitsers - niet Winston Churchill, zoals wordt gedacht. Dat betoogt zijn biograaf: 'Hij wist zijn kracht goed te verbergen.'

Sander van Walsum
President Roosevelt bekijkt een semi-automatisch wapen in 1940 tijdens zijn bezoek aan het 'laboratorium' van het leger in de Amerikaanse plaats Aberdeen, waar militaire voorraden werden opgeslagen. Beeld ap
President Roosevelt bekijkt een semi-automatisch wapen in 1940 tijdens zijn bezoek aan het 'laboratorium' van het leger in de Amerikaanse plaats Aberdeen, waar militaire voorraden werden opgeslagen.Beeld ap

Dat de Duitse Wehrmacht in 1940 niet héél Europa kon bezetten, hebben we aan Winston Churchill te danken. Maar dat het continent vervolgens op de Duitsers werd heroverd, is niet de verdienste van de Britse oorlogspremier, maar van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt. Dat betoogt de Amerikaanse (van oorsprong Britse) historicus Nigel Hamilton (1944) in de zogenoemde deelbiografie van Roosevelt, waarop hij onlangs promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Commander in Chief heet dat boek. Het spitst zich toe op de strategische verschillen van inzicht tussen Roosevelt en zijn voornaamste bondgenoot, Churchill, in 1943. Churchill wilde de Wehrmacht zo snel mogelijk oprollen vanuit het zuiden van Europa. Roosevelt wilde de Duitsers om te beginnen in Afrika confronteren, zodat de Amerikanen - onervaren op het moderne krijgstoneel - in een later stadium Europa konden bevrijden. En zo gebeurde het, uiteindelijk. Het nageslacht kan zich daarmee gelukkig prijzen, zegt Hamilton. 'Om met de Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery te spreken: geen andere man dan Churchill had in 1940 kunnen standhouden, maar geen andere man had de zege vervolgens zo kunnen verspelen.'

Nigel Hamilton. Beeld Frank Monkiewicz
Nigel Hamilton.Beeld Frank Monkiewicz

Hoe komt het dan toch dat Churchill als strateeg zoveel meer krediet krijgt dan Roosevelt?

'Churchill heeft zijn eigen monument kunnen bouwen. Daar was hij al tijdens de oorlog mee bezig. Met het oog op de geschiedschrijving bewaarde hij elk memorandum en elke oekaze die hij deed uitgaan. Daarmee heeft hij ná 1945 zijn uitgebreide oeuvre - goed voor de Nobelprijs voor de literatuur - kunnen documenteren. In overeenstemming met zijn eigen uitspraak dat de geschiedenis door de overwinnaars wordt opgetekend. Roosevelt heeft de oorlog niet overleefd. Hij heeft zijn eigen rol in de oorlog niet kunnen boekstaven. Daardoor wordt hij tot op de dag van vandaag vooral geassocieerd met de New Deal en met de vier vrijheden die naar hem zijn vernoemd, maar niet met de geallieerde overwinning in de Tweede Wereldoorlog.'

Roosevelt 1882 - 1945

Franklin Delano Roosevelt was van 1933 tot zijn dood in 1945 de 32ste president van de Verenigde Staten.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij onderminister van Marine. In 1921 werd hij getroffen door kinderverlamming, waarna zijn onderlichaam blijvend verlamd raakte. Met zijn New Deal maakte Roosevelt een einde aan de Grote Depressie van de jaren dertig. Voordat de Verenigde Staten door de Japanse aanval op de marinebasis op Pearl Harbor (1941) bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakten, voorzag hij Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie van wapens.

Hadden historici vóór u dat monument voor Roosevelt dan niet kunnen oprichten?

'Dat vereiste een zekere moed. Wie de president recht wilde doen, moest de verdiensten relativeren van Churchill en van al die Amerikaanse generaals die hun prestaties na de oorlog breed hebben uitgemeten. Roosevelt kon hun geen weerwerk meer bieden.'

Maar waren Roosevelts verdiensten voor zijn tijdgenoten niet gewoon zichtbaar?

'Hij wist zijn kracht goed te verbergen, wat wellicht ook samenhing met het feit dat hij gehandicapt was. Hij consulteerde zijn generaals, big ego's, en hij luisterde ook werkelijk naar hen. Anders dan Churchill bedreef hij democratisch leiderschap. Daardoor kon het misverstand ontstaan dat hij geen eigen opvattingen had. Maar niets is minder waar. Roosevelt had een ijzeren wil. Hij was een koppige Zeeuw (zijn voorouders, en die van president Theodore Roosevelt, kwamen uit Zeeland, red.). En uiteindelijk nam hij de beslissingen. Bijna discreet, en met de kaarten tegen de borst. Het exhibitionisme van Churchill was hem vreemd.'

Premier Churchill probeert een Tommy gun, 1940. Beeld ap
Premier Churchill probeert een Tommy gun, 1940.Beeld ap

Het klinkt alsof u een hekel hebt aan Churchill.

'Verre van dat. Ik heb grote eerbied voor hem, en ik koester de herinnering aan een weekend dat ik in 1963 in Chartwell, het buitenhuis van Churchill, heb doorgebracht. Ik was 19 jaar oud, de gastheer moet 89 zijn geweest. Natuurlijk was ik mij ervan bewust dat ik een ontmoeting had met de geschiedenis. We waren we met z'n zessen, onder wie Churchill, zijn vrouw Clementine en veldmaarschalk Montgomery, een bekende van mijn vader die mij had geïntroduceerd.

Churchill 1874 - 1965

Winston Leonard Spencer-Churchill was minister-president van Groot-Brittannië van 1940 tot 1945 en van 1951 tot 1955.

Daarnaast bekleedde hij ministersposten in verschillende kabinetten. Zo was hij tijdens de Eerste Wereldoorlog minister van Marine en van Munitie (in die hoedanigheid gaf hij de aanzet tot de ontwikkeling van de tank). Hij schreef meerdere boeken en duizenden tijdschrift- en krantenartikelen (zijn voornaamste bron van inkomsten). Hij was fel gekant tegen concessies aan nazi-Duitsland. In 1953 werd de Nobelprijs voor de literatuur aan hem toegekend.

Is u nog veel bijgebleven van de conversatie?

'Eigenlijk niet zo veel. Churchill was hoogbejaard, hij was allang niet meer de sprankelende figuur van weleer. Hij gromde naar me, kijkend door zijn wijnglas, nadat Montgomery had gezegd dat ik een socialist was. Maar eigenlijk had ik meer oog voor de Zweedse verpleegsters die de oude man verzorgden.'

U bent de 70 gepasseerd. U bent een gelauwerd biograaf, onder anderen van Montgomery en de jonge Kennedy. Waarom promoveert u pas nu en waarom in Groningen?

'Het antwoord ligt ten dele besloten in uw vraag: ik ben biograaf. Dat is een hoedanigheid die in de academische wereld nog niet erg serieus wordt genomen. Behalve in Groningen, waar een Biografie Instituut is gevestigd dat zijn gelijke in de wereld niet kent. En dat is het antwoord op het tweede deel van uw vraag.'

Meer over