'Rol vrouw in verzet bleef onderbelicht'

Het belang van Nederlandse vrouwen in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog is door historici stelselmatig uit de geschiedenisboeken gehouden. Dat komt doordat de eerste geschiedschrijving na de oorlog door mannen is vastgelegd. Dat schrijft directeur Marjan Schwegman (64) van het NIOD, het instituut voor oorlogsdocumentatie, in een essay dat afgelopen weekend door het dagblad Trouw is gepubliceerd.

Wil Thijssen
Jacoba van Tongeren, leidster van de verzetsbeweging Groep 2000, geschilderd door Max Nauta. Beeld Collectie stichting 1940-1945
Jacoba van Tongeren, leidster van de verzetsbeweging Groep 2000, geschilderd door Max Nauta.Beeld Collectie stichting 1940-1945

De mannen die de geschiedschrijving na de oorlog verzorgden gingen als kind van hun tijd destijds uit van de klassieke rolverdeling: mannen verrichtten het echte verzetswerk, vrouwen deden slechts ondersteunend, 'verzorgend' werk.

Verzetsvrouwen komen bijvoorbeeld in Loe de Jongs standaardwerk over de Tweede Wereldoorlog vrijwel niet voor. De reden, schrijft Schwegman, is dat De Jong 'de zorg voor onderduikers niet rekent als verzetsdaad'.

De Jong en vele historici na hem hadden dan ook niet veel oog voor vrouwen als Jacoba van Tongeren, die opereerde onder de codenaam '2000' en leidster was van de verzetsbeweging Groep 2000. Deze verzetsgroep beschikte over een knokploeg en pleegde overvallen om aan bonkaarten te komen. Van Tongerens hulp aan talloze onderduikers bleef in de geschiedschrijving onderbelicht.

Als vrouwen al voorkomen in literatuur over het verzet, is dat doorgaans in een ondersteunende rol, constateert Schwegman, die hier specifiek onderzoek naar doet. Op uitzonderingen als Hannie Schaft, Truus van Lier en Reina Prinsen Geerligs na, wordt verzetsvrouwen doorgaans een bijrol als koerierster of verzorgster toegedicht.

Marjan Schwegman, directeur van het NIOD. Beeld
Marjan Schwegman, directeur van het NIOD.Beeld

Potige dames

Zo wordt Esmée van Eeghen, die door de SD werd vermoord, afgeschilderd als koerierster, hoewel zij in het Friese verzet op voet van gelijkheid werkte met knokploegleider Krijn van der Helm. Potige dames als Van Eeghen en Van Tongeren raakten in de geschiedschrijving uit het zicht, en zo werden mannen als H.M. van Randwijk de belichaming van het leiderschap van het verzet tijdens de oorlog.

Dat beeld verandert, stelt Schwegman. Vrij onbekend gebleven, belangrijke verzetsvrouwen als Marie Anne Tellegen en Frieda Belinfante zijn onlangs biografisch vastgelegd, en Van Tongerens memoires werden onlangs gepubliceerd. Die brengen clichés over het verzet en de rol van vrouwen daarin aan het wankelen, stelt de NIOD-directeur. Het NIOD heeft nieuw onderzoek opgezet naar het verzet, waarin onder meer de samenwerking tussen mannen en vrouwen en hun houding ten aanzien van geweld wordt bestudeerd.

Rollenpatroon

Directeur Liesbeth van der Horst (53) van het Verzetsmuseum Amsterdam erkent dat historici van weleer onderhevig waren aan het toen geldende rollenpatroon. Volgens haar hanteert Loe de Jong in zijn standaardwerk een veel te beperkte definitie van verzet. 'Hij richtte hij zich te veel op mannen die fulltime met het verzet bezig waren, terwijl daar pas laat tijdens de bezetting sprake van was.'

Het onderzoek naar het verzet vertoont volgens Van der Horst nog altijd grote hiaten. 'Sinds Loe de Jong is er geen integraal onderzoek meer naar het verzet gedaan. Een hedendaagse herwaardering is noodzakelijk.' Niet alleen de rol van vrouwen, maar ook die van bijvoorbeeld Joden is volgens Van der Horst onderbelicht.

Daarbij speelt onder meer mee dat de archieven van de Stichting '40-'45 alleen toegankelijk zijn voor betrokkenen en nabestaanden. 'Het is hoog tijd dat ze voor onderzoek worden opengesteld.'

Meer over