InterviewBuitengewoon hoogleraar Liesbeth Bakker

‘Rewilding is een uitgelezen mogelijkheid voor het herstel van natuur en biodiversiteit’

Natuur laten verwilderen biedt mogelijkheden om de biodiversiteit te herstellen, zegt de kersverse hoogleraar Liesbeth Bakker. ‘Dit is niet het moment om het hoofd te laten zakken.’

Europese zeearend in natuurreservaat Verdronken Land van Saeftinghe.  Beeld Frans Lemmens / Hollandse Hoogte
Europese zeearend in natuurreservaat Verdronken Land van Saeftinghe.Beeld Frans Lemmens / Hollandse Hoogte

Toen haar oratie wéér moest worden uitgesteld vanwege corona, verzon Liesbeth Bakker een list. De kersverse buitengewoon hoogleraar ‘Rewilding Ecology’ aan de Wageningen Universiteit (WUR) organiseert aanstaande donderdag een onlinesymposium over haar vakgebied − bij wijze van alternatief, niet ter vervanging van de officiële ceremonie. Het onderwerp, het laten verwilderen van de natuur, leeft: er hebben zich nu al 1.457 deelnemers aangediend, uit 48 landen.

Wat was de boodschap geweest van uw oratie?

‘Dat het weliswaar slecht gaat met de natuur in de wereld, maar dat er ook dingen goed gaan. En dat ‘rewilding’ een uitgelezen mogelijkheid is voor herstel van natuur en biodiversiteit. Het heeft zin om actie te ondernemen. Nu is het momentum bij uitstek, er komt een enorme beweging op gang. In Nederland bestaat het Deltaplan biodiversiteitsherstel, in Europees verband de Green Deal, en vanaf volgend jaar loopt de zogeheten ‘UN Decade of Ecosystem Restoration’. Rewilding kan in al die gevallen een grote rol spelen. Dit is niet het moment om het hoofd te laten zakken.’

Wat onderzoekt een hoogleraar Rewilding precies?

‘De centrale vraag is wat het effect is van rewilding, en of dat de biodiversiteit vooruithelpt. De natuur gaat z’n eigen gang. De bever is na een zetje weer helemaal terug. Terwijl in Nederland nog werd gediscussieerd over het herintroduceren van de zeearend, vestigde de vogel zich al in de Oostvaardersplassen. De grote zilverreiger is ook begonnen door de aanleg van dat moerasgebied; nu struikel je er haast over in het hele land. De visarend ging uit eigen beweging broeden in de Biesbosch.

Dat kan mooie en nuttige effecten hebben. In Zuid-Europa zijn steeds meer natuurbranden. Grote grazers als herten zouden een deel van het brandbare materiaal kunnen eten, en dus het brandgevaar kunnen verminderen.

Met studenten zijn we in Nederland de invloed van uitgezette wisenten op de Veluwe gaan bestuderen. Ze kunnen nogal ruig tekeer gaan tegen boompjes en struiken. Wat blijkt: ze zijn dol op de Amerikaanse Vogelkers, een exoot die daar nogal veel voorkomt. Naaldbomen zijn weinig voedzaam voor ze. Dat is wetenschappelijk interessant, en praktisch gezien een mooi neveneffect in de strijd tegen exoten. Sommige mensen zijn bang dat ongebreidelde rewilding zal leiden tot meer exoten in de natuur. Dat het net zo goed andersom kan zijn, kun je als wetenschapper alleen aantonen met feiten. Die wil ik leveren. Wilde natuur is niet alleen maar romantisch en ‘goed’: hij is ook onvoorspelbaar. Er zijn geen garanties voor de toekomst. Juist daarom wil je wel weten hoe iets uitpakt.’

Als u morgen minister was, wat zou uw eerste actiepunt dan zijn?

‘Ik zou eerst naar ons waterbeheer kijken. Het project ‘Ruimte voor de Rivier’ opschalen, en bijvoorbeeld de IJsselvallei beter verbinden met de Veluwe. Ook met klimaatbuffers valt veel winst te halen. Daarnaast zou ik de grootschalige natuur bevorderen. Veel mensen vinden de Veluwe al “mooie natuur”. Maar dat kan veel beter. Nu is de Veluwe nog versnipperd door vele verschillende grondeigenaren en veel hekken om terreinen. Als eigenaren meer zouden samenwerken en hun hekken zouden verwijderen, kunnen dieren veel vrijer bewegen, zonder de smalle corridors van nu. Het wrange is: de herten op de Veluwe kampen met een mineralengebrek. Aan de oevers van rivieren is volop voedsel voor ze te vinden, maar daar staan ze niet. Het meest natuurlijk zou het zijn wanneer ze in de zomer aan de rivieren staan en ‘s winters de hogere gronden opzoeken. Voor zwijnen geldt hetzelfde. Wij kennen ze van de voedselarme naaldbossen. Maar als je ze de keuze zou geven, zouden ze allemaal aan de rivieren zitten. Dat zou je best kunnen herstellen. Ook elders in Europa liggen kansen: de verstedelijking in veel landen leidt tot grote ontvolkte gebieden. Daar heeft rewilding een goede kans, wat ook klimaatoplossingen zou bieden.’

Leuk, wilde dieren terug. Maar wat zegt u tegen de schapenhouder wiens dieren zijn gedood door een wolf of goudjakhals? Of tegen de automobilist die een bever of een grote grazer tegen zijn bumper krijgt?

‘Schapenhouders in heel Europa hebben hetzelfde probleem. De kunst is dat wij nu leren van anderen die hier al langer mee te maken hebben. Je kunt betere omheiningen plaatsen, ook zijn bepaalde honden te trainen om te beschermen tegen wolven − in Portugal is daar ervaring mee. Los daarvan: schapen zijn bergdieren, op ons laagland leven ze buiten hun context en zijn ze dus een gemakkelijke prooi. Moeten we misschien minder schapen houden? Nederland is een kleine en drukbevolkte delta, we willen wel heel veel tegelijk.

Je kunt tunnels en afscheidingen aanleggen om bevers te beschermen, dat zou ook voor de verkeersveiligheid beter zijn. Af en toe een aanrijding bewijst ironisch genoeg tegelijk dat het goed gaat met de beverstand. Als verkeersveiligheid boven alles gaat, moet je geen grote grazers als elanden in het wild willen. Aan de andere kant: met je smartphone aan het stuur zitten is een groter risico dan de kans dat je tegen een grote grazer rijdt. Om op voorhand te zeggen dat we dan maar geen grote dieren in de natuur moeten willen, gaat mij te ver.’

Europese bizons, losgelaten in het Zeeuwse natuurgebied Slikken van de Heen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Europese bizons, losgelaten in het Zeeuwse natuurgebied Slikken van de Heen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Uw leerstoel wordt ondersteund door Rewilding Europe, een beschermingsorganisatie. Hoe onafhankelijk kunt u zijn?

‘We zijn daar geheel transparant over. Een van mijn missies is wetenschap en praktijk bij elkaar te brengen. Dan is het mooi dat je direct met een organisatie kunt werken die alles over je onderwerp weet. Maar mijn salaris wordt geheel betaald door het Nederlands Instituut voor Ecologie, NIOO-KNAW, waar ik vier dagen in de week werk; ik ben één dag in de week buitengewoon hoogleraar. Academische onafhankelijkheid is als hoogleraar je hoogste goed. Als een initiatief niet leidt tot verbetering van de biodiversiteit, zal ik niet zeggen dat het wel zo is. Mijn onderzoeksplannen worden ook beoordeeld door de WUR, niet door Rewilding Europe.’

Ondervindt u veel weerstand bij het idee van verwildering?

‘We leven in een gepolariseerde samenleving, mijn werkveld valt op en trekt aandacht, en ontlokt dus ook kritiek. Met politieke kritiek kan ik als wetenschapper niets. Serieuze, inhoudelijk kritiek neem ik mee in onderzoek. Zoals in het geval van de Marker Wadden. De visserij was tegen de aanleg van die eilanden; dat betekende alleen maar minder water voor ‘hun’ vissen. Ik heb het onderzocht: de ondieptes tussen de eilanden leverden veel moerasplanten, zo ontstond een goed paaigebied voor diverse vissoorten. Het idee is natuurlijk dat die gaan uitzwermen over het hele Markermeer. Nu al zie ik opmerkelijk veel vissers rond de Marker Wadden vissen. Hun aanvankelijke bezwaren lijken dus niet terecht.’

Het onlinesymposium is gratis te volgen. Vooraf aanmelden.

Meer over