InterviewMidas Dekkers

‘Ras is een biologisch begrip’, zegt Midas Dekkers, en ook bij mensen mogen verschillen best worden benoemd

Hij weet dat hij een mijnenveld betreedt met zijn nieuwe boek. En toch wilde Midas Dekkers het als bioloog eens hebben over rassen bij mensen.

Midas Dekkers. Beeld Hilde Harshagen
Midas Dekkers.Beeld Hilde Harshagen

Natuurlijk is hij bang dat hij verkeerd begrepen zal worden, zegt schrijver/bioloog Midas Dekkers. Persoonsbeveiliging lijkt hem onnodig, maar waakzaamheid met mediaoptredens is geboden, nu hij zich in zijn boek Wat loopt daar? op de hem bekende prikkelende wijze uitspreekt over menselijke rassen en hun verschillen.

75 is hij nu. Met zijn jaren des onderscheids leek Dekkers de tijd rijp zich te uiten over onderscheid tussen mensen, zegt hij in zijn riante donkerbruine werkkamer, omgeven door zo’n duizend boeken (‘Allemaal gelezen’), opgezette dieren en de elektrische typemachine waarop hij nog altijd werkt. Al decennia zat het thema in zijn hoofd, maar verlamd door het steeds fellere ‘antiracisme-debat’ durfde hij het niet eerder aan. Tegelijk zou je kunnen zeggen: nu is het moment.

In zijn boek beschrijft hij 368 pagina’s lang de historie en het belang van de ‘fysische antropologie’, oftewel de rassenkunde. En pleit hij voor de terugkeer van deze tot taboe verklaarde tak van wetenschap, ‘nu we het zo hard nodig hebben om door nieuwe inzichten in de opbouw van de mensheid het racisme te bestrijden’.

Want laat het duidelijk zijn, voor wie er al aan mocht twijfelen: Dekkers is geen racist. Wel bioloog, en dus verbaast hij zich erover dat van alle tien miljoen diersoorten gedetailleerd de onderlinge verschillen in kaart worden gebracht, maar niet van de diersoort mens. ‘Ras is een biologisch begrip’, stelt hij nuchter vast. En: ‘In de biologie bestaat geen goed of slecht ras, geen betere of slechtere soort.’ Verschillen zijn er wel, en die mogen best benoemd, vindt Dekkers. Ze bieden houvast en overzicht, zoals een vogelaar of een plantenkundige ook eerst kijkt naar de specifieke kenmerken om vat te krijgen op de aanvankelijke chaos.

Wat hem steeds meer verbaasde in ‘op zichzelf prima boeken’ over hedendaags racisme: ‘Op pagina 1 van elk boek over racisme zou moeten staan: wat is een ras? Dat ontbreekt meestal. Vaak is de eerste zin: ‘Rassen bestaan niet.’ Of, modieuzer: ‘Rassen zijn een sociaal construct.’ Ik mis dan de biologie. Rassen vormen de basis van de evolutie. Als een hond luid blaffend op je af komt, is het heel verstandig in te schatten wat voor ras het is. Zonder rassen in land- en tuinbouw zouden wij allang van de honger zijn omgekomen. Verandering en variatie is een borrelende ketel waardoor het leven in stand blijft. Niet voor niets begint het allerbelangrijkste boek, The Origin of Species van Charles Darwin, met een hoofdstuk over variatie. Als je iets van de wereld wilt begrijpen, begin je met indelen. Een ras is een onderverdeling van een soort. In plaats van ras mag je ook variëteit, vorm of ondersoort zeggen. Zodra het om mensen gaat, mag je die verschillen niet meer benoemen. Dat stoort me. Mensen die er bezwaar tegen maken, zijn bang dat als je iets determineert, je ook iets categoriseert, in een hokje stopt. Dat is niet waar.’

Midas Dekkers Beeld Hilde Harshagen
Midas DekkersBeeld Hilde Harshagen

Ben je niet bang daarmee in het kamp te belanden van de ­verdedigers van de racistische karikatuur Zwarte Piet?

‘Ik heb me heilig voorgenomen me niet te mengen in die discussie. Je hebt altijd valkuilen in een discussieveld, als je daar eenmaal in bent gevallen, kom je er niet meer uit. Maar er valt genoeg in algemene termen over de kwestie te zeggen.’

Zoals?

‘Dat het hele probleem rond het thema rassen en racisme neerkomt op een biologisch principe: eenheid in verscheidenheid. Dat is waar het om gaat. Dieren in de dierentuin verschillen enorm van elkaar, maar er zijn ook overeenkomsten. Door die te benoemen, bouw je wetenschap op. Er zijn altijd mensen die zeggen: je moet bij mensen niet op de verschillen letten, want alle mensen zijn één. Ik zeg: mensen zijn één soort, de homo sapiens, maar er zitten verschillen in, onder te verdelen naar ras. Eenheid in verscheidenheid dus. De mens is een thema met variaties.’

U zoekt bewust het mijnenveld op met dit boek.

‘Je moet mijnen altijd vermijden, maar het mijnenveld wel durven betreden. Want iemand zal de mijnen moeten opruimen.’

De woke-beweging zal zich op u storten, of u afdoen als oude witte man – slechte papieren voor deelname aan het debat.

‘Het zou beslist schelen wanneer ik een indiaan was geweest. Ik heb wel mijn best gedaan niet op lange tenen te staan. Niet voor niets begin ik mijn boek met een lofzang op variatie. Het probleem is alleen: er zijn verschillen, maar alle mensenrassen hebben één kenmerk gemeen: lange tenen.’

Er zijn in de geschiedenis wat kwesties geweest die daarop van invloed waren: slavernij, genocide.

‘Lastige kwesties, ja. De uitgeverij had me voorgesteld beide onderwerpen geheel onbesproken te laten. Dat leek mij onverstandig: dan wordt me verweten dat ik wel erg makkelijk over die zaken heen stap. De Tweede Wereldoorlog was het absolute dieptepunt in de menselijke beschaving. Het ene niet-bestaande ras – Ariërs – jaagt op een ander niet-bestaand ras – Joden – uitgerekend op basis van rassenwetten. De oorlog bestond op het biologische misverstand dat Joden en Germanen rassen zouden zijn.’

U beschrijft in uw boek hoe na de oorlog een hele tak van wetenschap verdween: de fysische antropologie.

‘De antropologie was lang opgesplitst in de fysische en de culturele, wat al raar was: er bestaat geen culturele ornithologie, terwijl biologen als Frans de Waal toch prima duidelijk maken dat ook dieren een geest hebben.

‘Omdat het zo besmet was geraakt, lieten de fysische antropologen na de oorlog onmiddellijk hun schedelmetertjes uit handen vallen en zijn ze weggeslopen uit de musea voor volkenkunde. Voor dit boek wilde ik weten hoe de klassieke schedelmeters, de antropologen van de 19de en de eerste helft van de vorige eeuw, vreemde volkeren opmaten. Bibliotheken hebben ze volgeschreven. Hun boeken zijn nu nauwelijks meer te vinden.

‘Het Amsterdamse Tropenmuseum heeft de hele bibliotheek opgeheven. Een klein deel is verpatst aan nota bene Egypte! In het Volkenkundig Museum van Leiden staat nog één oud gebouwtje met boeken. Professor Brugmans was er een van de laatste fysisch antropologen. Zijn boeken waren verdwenen, zoals die hele wetenschap is uitgewist. Ja, er zijn wat racistische uitgevertjes in Amerika die herdrukken maken, maar dat is toch een glibberig pad. Uiteindelijk werd ik gebeld door ‘Leiden’: ze hadden de bibliotheek van Brugmans teruggevonden. Ik mocht alle boeken hebben, de rest zouden ze weggooien. Doodzonde. Fysische antropologie is een taboe, maar taboes zijn altijd tijdelijk.’

U citeert in uw boek ook Piet Emmer, de hoogleraar die volgens sommigen racistische uitspraken doet, uitspraken waarmee hij de mensonterende omstandigheden in de slavernij lijkt te relativeren.

‘Als het aan de uitgever had gelegen, was hij buiten het boek gevallen. Omdat het dan al snel over slavernij gaat en niet over biologie. Maar ik citeer hem toch graag. Of hij gelijk heeft, weet ik niet, maar ik geloof dat hij oprecht is in zijn poging zich aan de feiten te houden en dan pas te oordelen. Of hij daarin geslaagd is, is aan historici. Wat mij raakt in zijn betoog, is dat mensen in de loop der geschiedenis niet tot slaaf werden gemaakt om hun kleur, maar omdat ze machtelozen waren.

‘Zo ging dat steeds, al bij de Grieken en Romeinen: wie de oorlog verloor, werd doodgestoken of tot slaaf gemaakt. Of je wit, geel of groen was, deed er niet toe. In oorsprong hebben slavernij en huidskleur niets met elkaar te maken. Omdat de witte mensen in Amerika de machthebbers waren en zwarten de machtelozen, werd de huidskleur symbool voor de hoeveelheid macht die je had.’

Kan de wetenschap iets betekenen in kwesties rond racisme?

‘Bert Keizer schreef eens: de wetenschap brengt wel licht, maar geen warmte. De wetenschap heeft nooit schuld. Ik vind dat fysische antropologie een normaal, waardenvrij vak moet kunnen zijn. Omdat je daarmee de mens gelijk behandelt als een pinguïn of een walvis.

‘In boeken van racismebestrijders lees ik geregeld dat de indeling in menselijke rassen is uitgevonden om het ene ras hoger te kunnen achten dan het andere. Daar word ik als taxonoom nijdig van. Linnaeus bracht dierenrassen in kaart, Johann Friedrich Blumenbach heeft dat met mensen gedaan. Juist die twee benadrukten dat hun indelingen niet bedoeld waren om waardeoordelen te vestigen. Steeds wordt beweerd dat Linnaeus de witte mens bovenaan plaatste. Dat is niet waar. Hij heeft wel de mens de eerste van alle diersoorten genoemd.’

Wat is het praktisch nut van onderscheid maken?

‘Er zijn goede redenen de verschillen tussen mensensoorten te benoemen. Op medisch vlak bijvoorbeeld: wie bij orgaantransplantaties het bestaan van rassen negeert, speelt met mensenlevens. De kans op een geslaagde transplantatie neemt toe als je de organen tussen de leden van dezelfde etnische en raciale groep matcht.

‘Zo is er meer. Primair openkamerhoekglaucoom, de ernstigste vorm van glaucoom, komt bij zwarte Afrikanen driemaal zoveel voor als bij Europeanen en Aziaten. Waarschijnlijk doordat het oog van een Afrikaan een dunner hoornvlies heeft.

‘Ik citeer in mijn boek Amade M’charek, hoogleraar antropologie. Als een arts ziet dat driekwart van zijn patiënten met sikkelcelziekte van Ghanese afkomst blijkt, zou je bij andere Ghanezen met soortgelijk ziektebeeld eerder kunnen uitgaan van dezelfde ziekte. Daarom pleitte ze voor etnische registratie in de zorg. Dat is in Nederland verboden, terwijl er goede redenen zijn om het wel te doen.’

Tot slot: heeft u nog meer gevoelige thema’s in de la liggen?

‘Ik denk al jaren aan een boek over schaduw, maar ik weet niet of dat er ooit nog gaat komen. Dit wilde ik in elk geval ooit nog eens gezegd hebben. Ik heb dit boek dan ook geschreven alsof het mijn laatste is.’

Midas Dekkers: Wat loopt daar? Een biologische kijk op rassen. Atlas Contact; € 32,99.

Correctie 22 oktober: In een eerdere versie van dit artikel was de naam ‘Linnaeus’ verkeerd gespeld. Dit is aangepast.

Meer over