Radeloze Indonesiërs eten orang-oetangs op

De bevolking van Indonesië is door de rook en het gebrek aan voedsel en water zo radeloos geworden, dat ze zich voedt met orang-oetangs die door de bosbranden in akkers en tuinen proberen nog wat eetbaars te vinden....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Vooral op Kalimantan, het voormalige Borneo, is de situatie nijpend. Er is bijna geen voedsel meer te koop, de bevolking is dus aangewezen op de eigen tuin. Het waterpeil in meren en rivieren daalt, en in de dichte rook komen boten, het voornaamste transportmiddel, geregeld met elkaar in botsing.

Mensen die normaal geen orang-oetangs zouden doden, doen dat nu wel, aldus Kemf, als de apen de brandende bossen ontvluchten. Geen enkele methode wordt daarbij geschuwd. Vrouwtjesapen worden uit bomen verjaagd en met kettingzagen omgebracht. De jonge apen worden op de zwarte markt verhandeld. Er zijn ook stammen die eraan gewend zijn orang-oetangs te eten. Die kunnen nu in de dichte rook hun gang gaan.

Volgens de Nederlander W. Smits, die voor de Stichting Tropenbos op Kalimantan onder meer een opvangcentrum voor orang-oetangs beheert, zijn meer dan duizend orang-oetangs het slachtoffer geworden van de bosbranden, deels door het vuur en deels door mensen. In het centrum van Smits worden nu 120 apen verzorgd, en er wachten elders nog bijna 140 dieren op een plaats, aldus de Nederlandse afdeling van het WNF.

Orang-oetangs komen in het wild alleen nog voor op Sumatra en Kalimantan. De laatste tien jaar is de populatie met 30 tot 50 procent afgenomen. Op Sumatra leven naar schatting nog 9500 van deze primaten, op Kalimantan tussen de tien- en vijftienduizend. Een aap die voor het vuur moet vluchten, komt vaak terecht in bewoond gebied, of hij moet met soortgenoten vechten om een territorium en voedsel.

Na het WNF in Nederland is nu ook het internationale WNF een actie begonnen voor hulp bij de bestrijding van de bosbranden. Zodra de branden gedoofd zijn, wil het WNF met steun van universiteiten in de VS, Canada en Australië onderzoek gaan doen naar de oorzaken en gevolgen van de branden. Een mogelijkheid om nieuwe branden te voorkomen is de plantagehouders de grond niet meer door verbranding, maar op een andere manier te laten schoonmaken.

Het WNF wil verder gedetailleerde studies maken van een aantal nationale parken en natuurreservaten, die qua biodiversiteit tot de rijkste gebieden ter wereld behoren. De vraag is hoeveel schade de branden in deze gebieden hebben aangericht.

Meer over