Processierups is volgens expert geen plaag meer

De eikenprocessierups in Zuid-Nederland zal dit jaar geen plaag zijn, maar een beheersbaar probleem. Die verwachting sprak H. Stigter van de Plantenziektekundige Dienst in Wageningen woensdag uit in het Brabantse Someren na een geslaagde proef met het vroegtijdig opzuigen van de larven....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Stigter maakte bij zijn proef gebruik van een rijdende zuiger die de gemeente Someren inzet om hondenpoep te verwijderen uit plantsoenen. Ook testte hij de toepasbaarheid van een industriële stofzuiger en een huishoudelijk model. Met alle apparaten lukte het om de larven weg te halen.

De eikenprocessierups veroorzaakte de afgelopen jaren in de zomer veel overlast. Elk beestje produceert zevenhonderdduizend brandhaartjes die irritaties kunnen veroorzaken aan de huid, de ogen en de luchtwegen. Vorig jaar hebben in Zuid-Nederland vermoedelijk meer dan honderdduizend personen last gehad van dergelijke klachten.

Het opzuigen van de larven in een vroeg stadium heeft een aantal voordelen, legt Stigter uit. De diertjes hebben nog geen brandharen, waardoor de bestrijders geen beschermende pakken hoeven te dragen. Bovendien bleek vorig jaar dat de brandharen lange tijd hun irriterende werking houden. Door de beestjes op te zuigen voordat ze de haartjes hebben, besparen de gemeenten zich de moeite om de rupsen met brandharen af te voeren.

Een praktisch voordeel is dat de jonge larven veel kleiner zijn dan volgroeide rupsen. 'Bij het opzuigen van de rupsen is een stofzuigerzak misschien al na een boom vol. Nu kan je een hele dag met een zak doen', zegt Stigter.

De deskundige gaat de betrokken gemeenten oproepen zo snel mogelijk te beginnen met het verwijderen van de larven. Ook mensen die een eikenboom in de tuin hebben waarin de larven zitten, kunnen wat Stigter betreft met de stofzuiger aan de slag.

Het voordeel van zuigen boven bladbespuiting of branden is dat de bestrijders heel gericht de eikenprocessierupsen bestrijden. Toch zullen ook dit jaar die andere technieken weer worden gebruikt.

In natuur- en bosgebieden moet de natuur haar eigen gang kunnen gaan, vindt Stigter. Uit onderzoek van T. Zeegers, gastmedewerker van het Zoölogisch Museum Amsterdam (ZMA), bleek dat twee soorten sluipvliegen die parasiteren op de eikenprocessierups, de afgelopen jaren sterk in aantal zijn toegenomen. De toename van deze natuurlijke vijanden van de rups is er volgens Zeegers een aanwijzing voor dat de plaag biologisch wordt gereguleerd.

Uit eerdere tellingen is gebleken dat het aantal eitjes in vergelijking met vorig jaar is gehalveerd. Hoe dat komt, is niet duidelijk. 'Het betekent wel dat er vermoedelijk veel minder rupsen zullen uitkomen. Dat, gecombineerd met een vroegtijdige aanpak en de wil in de gemeenten om er iets aan te doen, rechtvaardigt de verwachting dat het probleem vanaf nu beheersbaar is', aldus Stigter.

Meer over