ColumnJoost Zaat

Prikken in de polder: als de dokter zegt dat het moet, doen ze het hier gewoon

null Beeld

Koningsdag, ik wied ’s morgens een beetje onkruid in de voortuin en kijk mijn zaailingen uit de grond. De zon schijnt vrolijk en het is al redelijk warm. In het aangrenzende parkje loopt een dik ingepakte moeder heel langzaam met een kinderwagen. Luid roept ze in haar telefoon dat die hele corona een griepje is en dat de IC’s elk jaar vol liggen met grieppatiënten en nu helemaal niet. Geen idee tegen wie ze praat. ‘Dat vaccin is vergif, dat is onnodig, hoor.’ Van achter mijn bosjes roep ik dat het flauwekul is, maar dat hoort ze niet. Ik durf niet keihard door de straat te schallen dat ik hoop dat haar ouders zich wel hebben laten inenten. Misschien heeft ze haar moeder wel aan de telefoon. Lafaard die ik ben. Vorige week schreef ik nog enthousiast mee aan het pleidooi van de Rotterdamse huisarts Shakib Sana om een gerichtere voorlichting over vaccinaties voor kansarme groepen, maar nu laat ik een uitgelezen kans voorbijgaan. Kansarm zag deze mevrouw er niet uit en de wijk waarin ik woon is dat ook niet. Blijkbaar wonen er wel vaccinatie-ongelovigen. Hoe die dan denken is mij nog steeds een raadsel. Al weken liggen de regionale ziekenhuizen bomvol en werken huisartsen en wijkverpleegkundigen zich het schompes.

Een dagje eerder werkte ik in een praktijk op het echte platteland. Knotwilgen, volle weteringen en vaarten, kleine boerderijen, spandoeken tegen windmolens, kerktorens, een eindeloze weg die de plaatselijke bevolking de brede kant noemt, maar die ik verrekte smal vind als er zo’n enorme tractor op mij afkomt. Precies veertig jaar geleden was ik daar wezen kijken of ik er huisarts wilde worden. Toen waren er nog helemaal geen zorgwoestijnen zoals Rinske van Goor hier vorige week schreef. Er waren veel te veel huisartsen. Je moest bijna een miljoen gulden als goodwill meebrengen voor je ergens aan het werk kon.

Niet gedaan, het had ook niet bij mij gepast, maar juist daarom is het ontzettend leuk om er nu af en toe te werken. Het contrast tussen mijn oude hectische, altijd gestreste halve achterstandswijk en de bijna vijftigerjarenrust hier haalt me uit mijn bubbel. Vorige week hadden ze gevaccineerd. Met mijn geborneerde grotestadsgeloof dacht ik dat de opkomst wel laag zou zijn door de combinatie van Bible Belt, overheidsgeklungel en verkeerde RIVM-boodschappen. ‘Nee hoor, bijna 90 procent is gekomen. Als de dokter zegt dat het moet, doen ze het hier gewoon.’ In de loop van mijn spreekuur vraagt een van de sporadische migranten in deze regio of hij gevaccineerd kan worden. Helaas, net te jong, dan mag het niet van Hugo de Jonge. Zelfs nadat de EMA opnieuw heeft uitgelegd dat de balans bij het AstraZeneca-vaccin doorslaat naar gewoon prikken, durft zo’n angstbestuurder niet gewoon te zeggen: ‘Volle vaart vooruit, we prikken gewoon iedereen boven de 40.’ Nee, in het virtuele Haagse polderland vraagt hij eerst een nieuw Gezondheidsraadadvies.

In een echte polder zegt een dokter gewoon ‘prikken, mensen’.

Meer over