ColumnJoost Zaat

Patiënten zijn geen data, het zijn mensen met verhalen

null Beeld

‘U zult het vandaag met mij als waarnemer moeten doen en niet met uw eigen huisarts’, zeg ik. ‘Is goed, u zult het ook wel kunnen’, antwoordt ze als ze tegenover me gaat zitten. En vervolgens luister ik naar haar verhaal en denk dat ik ‘het’ voor haar helemaal niet kan. Ook al heb ik een snelle blik op de gegevens op mijn beeldscherm geworpen, hier begrijp ik niets van.

Het verhaal waaiert alle kanten uit, ik worstel om een beginpuntje te ontdekken. Er komen familieleden voorbij, aandoeningen die niet in het lijstje op het scherm staan, gebeurtenissen uit het verre verleden. Onmachtig toon ik begrip. Ik beloof dat ik het goed zal opschrijven, maar dat haar eigen dokter haar verder moet helpen. Die kent haar, haar partner, haar kinderen, de buurvrouw, de wijk.

Als ingevlogen dokter ben ik een stoplap in een rooster. Prima voor pukkels, ongelukjes en niet al te zere knieën, maar het wordt al snel ingewikkeld als iemand psychische of sociale problemen heeft. En ik ben dan tenminste nog een gezicht en geen stomme app.

Want het wordt anders als ‘slimme apps’ ontwikkeld door ‘innovatieve bedrijven met leiderschap’ de oplossing voor alles worden zoals verzekeraars denken. Huisartsentekort? Een app. Overbelaste praktijken? Een app. Terugdringen van ‘oneigenlijk gebruik’? Een app. Het onderscheid tussen wel of niet nodig is trouwens moeilijk in een algoritme te vangen. Als ik geen hartinfarct vind bij iemand met pijn op de borst maar gewoon een zere tussenribspier betekent dat niet dat het contact overbodig was. Goede apps zoals Thuisarts.nl en ‘moet ik naar de dokter’ zijn er trouwens al lang.

Vorige week lanceerde een groepje huisdokters de eerste huisartsenpraktijk zonder echte praktijk. Bedoeld voor mensen die (nog) geen huisarts kunnen vinden. Er is immers een tekort, en zo’n niet fysieke praktijk zou dan een oplossing kunnen zijn. Je kunt er via een app terecht voor beeldbellen en e-mailen. Als je ‘in het echie’ gezien moet worden, verwijzen ze je naar een praktijk waar je dan vlakbij bent. Dit lijken me aardige goedwillende jongens, een soort Titaantjes, die goed willen doen en iets willen uitproberen. Net als initiatieven als Buurtdokters, die kleinschalig werken maar hun management en ict-gedoe centraal laten regelen, naar analogie van Buurtzorg in de wijkverpleging.

Die goedwillendheid kan ik niet opbrengen voor investeerders zoals de vroegere baas van de commerciële Bergmanklinieken die her en der huisartsenpraktijken opkoopt, daar waarnemers neerzet en onder het mom van innovatieve zorg een app laat ontwikkelen om zorg te verbeteren. Hij investeert 25 miljoen en wordt door zorgverzekeraar VGZ gesteund. Voor zijn app, die ‘een intelligent medisch profiel’ aanmaakt, lever je als patiënt je medische gegevens in.

Wacht maar als straks blijkt dat de ziel zo uit de zorg verdwenen is. Dat geld moet zo’n man er immers ook weer uithalen. Patiëntendata als het nieuwe goud in handen van al dan niet buitenlandse investeerders, ik vind het een gruwel. Patiënten zijn geen data, het zijn mensen met verhalen.

Joost Zaat is huisarts

Meer over