Nieuws

Paringsdrift: zeeslang ziet duiker soms aan voor potentiële partner

Een duiker zal het niet gauw geloven als hij een zeeslang van twee meter recht op zich af ziet zwemmen, maar zo’n ‘aanval’ kan voortkomen uit paringsdrift. De slangen kunnen duikers verwarren met potentiële partners, blijkt uit Australisch onderzoek.

De olijfzeeslang kan tot 2 meter lang worden en leeft bij koraalriffen. Beeld Jack Breedon
De olijfzeeslang kan tot 2 meter lang worden en leeft bij koraalriffen.Beeld Jack Breedon

In Oceanië maken duikers regelmatig melding van een aanval door een zeeslang. In de meeste gevallen lijkt de dader een olijfzeeslang te zijn, een soort die tussen de koraalriffen leeft en tot de giftigste slangen ter wereld behoort. De duiker komt vrijwel altijd met de schrik vrij: de zeeslang zwemt snel zigzaggend op hem af, maar bijt niet.

Paringsgedrag

Om te onderzoeken wat de zeeslangen in hemelsnaam wél deden, observeerden de ecologen al duikend het gedrag van de slangen. In totaal namen ze 158 olijfzeeslangen waar, schrijven de onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Scientific Reports. Opvallend genoeg waren de aanvallers veelal mannetjes en sloegen ze met name toe tijdens het broedseizoen.

Als een slang de duiker naderde, tongelde hij: de karakteristieke beweging die een slang maakt waarbij het dier zijn tong in en uit zijn bek steekt. In sommige gevallen wikkelde hij zijn lichaam zelfs om een ledemaat van de duiker. Het is gedrag dat sterk overeenkomt met paringsgedrag: reden om aan te nemen dat de zeeslangen de duiker aanzien voor een vrouwtjesslang.

Heel aannemelijk, vindt Mátyás Bittenbinder, bioloog en als promovendus verbonden aan de VU en Naturalis. ‘Hoe de slangen om de ledematen van de duikers heen wikkelen, hoe ze tongelen: het is typisch onderzoekend gedrag dat mannetjes ook vertonen als ze interacteren met een vrouwtje.’

Maar waarom zien ze een duiker dan aan voor een slang? Bittenbinder: ‘Door de breking van het licht in water hebben zeeslangen minder goed zicht dan hun soortgenoten op het land, dus moeten ze het van hun reukvermogen hebben, oftewel hun tong. Op het land is ook dat makkelijker: daar blijven geurdeeltjes op de grond liggen als er een vrouwtje voorbijglijdt, maar in het water zijn die veel moeilijker waar te nemen. Dan moet het mannetje echt naar het vrouwtje toe en pas als hij dichtbij is en tongelt, weet hij: ik kan wel of niet een poging wagen. Dat doen ze dus ook bij duikers.’

Schatjes

De auteurs van de studie sluiten hun onderzoek af met een advies voor duikers die een bronstige zeeslang op zich af zien komen: beweeg je niet. Zolang een slang zich niet in het nauw gedreven voelt, zal hij je geen kwaad doen. Goede raad, beaamt Bittenbinder: ‘Het zit ingebakken in onze cultuur dat je bang voor slangen moet zijn: bij Adam en Eva stond de slang al symbool voor de duivel. Maar slangen willen helemaal niet bijten, ze bewaren dat gif veel liever; slangen zijn echt schatjes.’

Meer over