Oudste kampvuur heeft nooit gebrand

De vindplaats Zhoukoudian, bij Peking, herbergt de overblijfselen van het oudste vuur dat de mens maakte en beheerste, zo werd tot dusver aangenomen....

AL EEN half miljoen jaar geleden paste de mens een vernieuwing toe die baanbrekend was: hij stookte vuur. Althans, de Peking-mens deed dat, een Homo erectus waarvan de resten in de jaren twintig werden ontdekt in Zhoukoudian. Op die plek, vijftig kilometer van de Chinese hoofdstad, liggen de bewijzen voor het opgraven dat de Peking-mens zijn vlees niet rauw verslond, maar netjes roosterde. Ziedaar het oudste kampvuur dat ooit werd aangetoond.

Zestig jaar lang hebben onderzoekers dit mooie beeld van Zhoukoudian gekoesterd. Maar afgelopen week hebben Chinese, Israëlische en Amerikaanse onderzoekers de paleoantropologische idylle verstoord. Er zijn geen harde bewijzen dat mensen in Zhoukoudian vuur hebben gebruikt, schrijven ze, laat staan dat de Peking-mens hier het oudste kampvuur van de wereld heeft aangelegd.

Toch leken de bewijzen overstelpend. In een grot, in de buurt van overblijfselen van de Peking-mens, waren vele stukken van dierenbeenderen, geweien en hoorn gevonden, waarvan een klein deel was verbrand. Ook de samenstelling van de grond eromheen wees op verbranding. Het geheel werd aangetroffen tezamen met brokken hout en - het belangrijkste - stenen werktuigen. De plaatselijke Homo erectus - schedelinhoud 60 procent van de moderne mens - was dus al in staat vuur onder controle te houden, zodat hij roofdieren kon weren, eten beter verteerbaar maken en genoeg licht en warmte creëren om het uit te houden in de noordelijke streken van de wereld.

Dat beeld klopt al niet als je de grond nader bekijkt waarin de beenderen zijn aangetroffen, schrijven de onderzoekers in Science van 10 juli. Hun groep stond onder leiding van de bioloog prof. dr. Steve Weiner van het Weizmann Instituut voor Wetenschappen in Rehovot, Israël. Hij had al eerder ontdekt dat de meeste stoffen in as bij verbranding of daarna van samenstelling veranderen, maar dat bepaalde mineralen stabiel blijven.

Als er as van een kampvuur in de grot van Zhoukoudian zit, zoals altijd is beweerd, zou die zich verraden door deze kleine hoeveelheden oorspronkelijke mineralen. Geen van deze stoffen werd echter aangetroffen tijdens de uitgebreide analyses die de onderzoekers van bodemmonsters maakten. Daar kwam bij dat op de plek waar zich de eigenlijke vuurplaats had moeten bevinden, elk spoor van houtskool ontbrak.

Toch blijft het frappant dat er zoveel beenderen zijn aangetroffen samen met talloze stenen gereedschappen. Volgens de onderzoekers bewijst dit echter niet zoveel. In de grot vonden ze nogal wat sediment dat door water moet zijn afgezet, gezien de manier waarop het is gelaagd. De gereedschappen en de beenderen die erin zaten, kunnen heel goed met dit water van elders zijn gekomen, of met een modderstroom, waarvan sporen zijn gevonden.

Dat geldt ook voor de verbrande beenderen: vuur of bliksem kunnen dieren buiten de grot hebben getroffen, waarna hun botten de grot in werden gevoerd. Veel kleine beenderen waren bovendien sterk afgerond. Dat kan erop duiden dat ze in de ingewanden van roofdieren hebben gezeten.

De onderzoekers beweren niet dat vuur makende Peking-mensen zijn uitgesloten. Tenslotte heeft Homo erectus bewezen te kunnen overleven in koude streken. En er zijn vindplaatsen van deze mensensoort - een paar honderdduizend jaar minder oud dan Zhoukoudian - waar goede aanwijzingen voor kampvuur zijn gevonden. Nog hardere bewijzen komen doorgaans echter van plekken die maximaal twintigduizend jaar oud zijn, toen de moderne mens zijn opwachting al had gemaakt.

Intussen lijkt het definitief dat Zhoukoudian zijn positie als oudste vuurmakersplaats kwijt is, vrezen de onderzoekers. Dat is de schuld van hun collega's. Die hebben er in de loop der jaren zoveel gegraven dat ze elk mogelijk bewijs voor zeer vroege kampvuren voorgoed hebben weggemaakt.

Eric Hendriks

Meer over