ColumnJoost Zaat

Ouderenzorg? Terug naar de hofjes

null Beeld

‘Als het zo verder moet, maak me dan maar dood.’ Mijnheer Pluijmen leeft nog steeds en is nog immer ontevreden over het bestaan. Bijna elk contact eindigt met deze zucht, waarna hij weer vertrekt. Hij gaat naar de dagbesteding, maar de vijf andere dagen van de week zijn leeg en stil. Ik heb geen oplossing voor zijn eenzaamheid en dat begrijpt hij wel. Hij staat al lang op de wachtlijst voor een andere woonplek, maar hij heeft meer ‘gezelligheid en aanspraak’ dan zorg nodig. Dus zijn plekje op de wachtlijst schiet niet op. In plaats van in een huisje in een doodlopende straat zou hij gewoon in een ouderwets hofje moeten wonen of in een gepimpt ouden-van-dagen-huis uit mijn jeugd. Niet zo’n huis met kleine kamertjes en de badkamer en wc op de gang, maar zo’n gewoon verzorgingshuis zoals die er vele jaren waren en die vanaf 1980 zijn verdwenen of zijn omgebouwd tot zielloze stapeldozen.

Er staan inmiddels 18.600 mensen op de wachtlijst voor een plekje in het verpleeghuis en er zouden er elke maand 500 bijkomen. Heel precies weten we dat niet, het ministerie van VWS is dat nog aan het uitzoeken. Slechts een piepklein deel van de ouderen woont in een verpleeghuis: 119.000 in 2017. Eind 2019 publiceerde TNO prognoses. Modellenbouwers vinden het te ingewikkeld om veranderingen in de medische zorg en maatschappij of opvattingen over kwaliteit mee te nemen dus rekent men ‘beleidsarm’. In die beslagen kristallen bol staat dat er dit jaar 129.276 plekjes nodig zijn, over vijf jaar 148.417 en over tien jaar 175.423 en zelfs 242.110 als ik in 2040 tegen de 90 ben. Ik vind het knap om dat zo precies uit te rekenen en geloof daar dus helemaal niks van. En stel dat al die fysieke plekken er komen waar ik dan als nummer 242.111 gebruik van moet maken, wie gaat er dan voor me zorgen? Er is geld zat – aan wijkverpleging wordt al jaren minder uitgegeven dan er begroot is – maar er zijn nu al te weinig zorgverleners en dat gaat niet veranderen. In 2022 zijn er 63.000 mensen tekort in de thuiszorg en verpleeghuiszorg en 80.000 in de welzijnszorg. Meer geld lost niks op, er zijn gewoon te weinig mensen. Ook in het onderwijs zijn er immers tekorten, al vallen die getalsmatig in het niet bij die in de zorg (3.000 bij het primair onderwijs en 1.650 in het voortgezet onderwijs in 2024). Het is dom om beleidsarm te voorspellen. De broodnodige visie stond vorige week in een concept-advies over ouderenzorg van de commissie-Bos aan VWS. Even door het jargon heenkijken en dan is het best een goed stuk: niet alles is zorg, maak samenwerken makkelijker, beperk het uitdijende legertje zorgaanbieders, bouw snel (en beter) en financier doorzichtiger.

Als student wilde ik in een hofje wonen, misschien komt dat er over twintig jaar nog eens van. Dan rommelen we onze zorg onderling wel.

Na twee maanden hadden we een nieuw probleem: ze ging niet dood.

Ik koester de mogelijkheid om onder de cholesterolmaffia uit te komen.

De patiënt moet niet de dupe zijn van mijn drukte.

Meer over