Missie Nederland

Oplossing woningnood en stijgende zeespiegel: bouw een drijvende stad. En dat blijkt relatief een makkie

De Volkskrant onderzoekt extreem ambitieuze missies voor Nederland in 2030, ingestuurd door lezers. Deze week: bouw een zelfvoorzienende drijvende stad voor honderdduizend inwoners. Reactie van de bouwers: honderdduizend maar?

null Beeld Waterstudio.nl
Beeld Waterstudio.nl

De hoogbouw – die zie je het eerst. Rijd vanuit Amsterdam over de lange, deels op drijvers steunende Bakemabrug richting Pampusstad, en al van verre kun je ze zien: de spits toelopende torens van het winkel- annex uitgaanscentrum, de tien verdiepingen tellende woonflats, en daar, in de verte, de ontzagwekkende ‘zeebomen’ die tot zo’n internationale bezienswaardigheid zijn uitgegroeid. Imposante, groene, naar boven toe uitwaaierende torens, met open etages, overwoekerd met groen en natuur.

Maar wacht eens. Stond dat hotel niet eerst iets anders? En dat wooncomplex, dat stond vorige keer toch een kwartslag gedraaid? Klopt. De hoteltoren roteert langzaam om zijn as en de hoge gebouwen veranderen van positie, als zeilen, mee met de wind. Trouwens, nu je erop let: de hele stad oogt anders. Ruimer, weidser, groter dan je je herinnert. Ook die indruk klopt. Pampusstad beweegt mee met de seizoenen: opener en met ruimere waterwegen tussen de huizen in de zomer, compacter en meer op elkaar gedrongen in de winter, als het kouder wordt en er minder pleziervaart is.

Wat een vreemde stad. ‘Je denkt eerst gewoon: ze hebben IJburg uitgebreid’, beschrijft Koen Olthuis van architectenbureau Waterstudio, een van de bedenkers ervan. ‘Je ziet appartementen van drie, vier woonlagen hoog. Je ziet winkels, parken, bruggen. En na een tijdje zegt iemand tegen je: heb je al eens onder deze bouwsels gekeken? Er zitten geen palen onder. Alles wat je hier ziet, drijft. Op het water.’

Een drijvende stad. Op zee had het in theorie ook best gekund. ‘De technieken zijn beschikbaar, we hebben zoveel ervaring met de offshore’, vertelt Rutger de Graaf van Blue21, een projectbureau gespecialiseerd in drijvend bouwen. Maar, zo zegt Olthuis: wie zou er willen wonen? ‘Wat heb je nou op de Noordzee te zoeken? Je hebt er niet de sociale en economische voorzieningen die je op het land hebt. Daarom denk ik: je moet ergens bij een stad zitten. In een afgeschreven haven bij Rotterdam, bijvoorbeeld.’

IJmeer

Of hier: dobberend op het IJmeer, op nog geen tien minuten varen vanaf Amsterdam. Want dat wordt in de drijvende stad Pampusstad het vervoermiddel bij uitstek, denkt zowel De Graaf als Olthuis. Elektrische fluisterbootjes, watertaxi’s, de waterbus op de hoek. Pampusstad is een waterwegenstad, zegt Olthuis.

Vlotjes rekent hij uit: voor een drijvende stad van honderdduizend woningen is een wateroppervlak nodig van ongeveer 5 bij 5 kilometer. En hoewel bouwen op het water zo’n 10 tot 15 procent duurder is, is wonen er juist goedkoper, verwacht De Graaf. ‘Dat woningen zo duur zijn, komt door de grondprijs. Op het water hef je dat probleem op.’

We vervolgen onze tocht. Veel huizen hebben hier kassen op de daken, voor de teelt van verse groenten, kruiden en vruchten. Je ziet drijvende wijkjes, drijvende parken, en daar verderop het drijvende Afellaystadion, een van de grote bezienswaardigheden van de stad. Zelfs een gebouw in de vorm van de karakteristieke, gele M dobbert hier rond – het is de McFloat, een drijvend fastfoodrestaurant, met drive-instraat voor boten.

null Beeld Waterstudio.nl
Beeld Waterstudio.nl

‘City apps’, heten zulke onderdelen hier. Losse, drijvende eenheden, met een bepaald gebouw of bepaalde functionaliteit erop. Verderop in de stad vind je nog veel meer van dit soort apps: drijvende restaurants en winkels, een drijvende moskee, zelfs een strand, een golfbaan en hele parken op pontons.

Het voordeel van zulke eenheden: je kunt ze verplaatsen, meeslepen voor groot onderhoud, wegvoeren voor vervanging desnoods, vertelt De Graaf, al sinds decennia een van de – jawel – drijvende krachten achter de stad. ‘We slopen niet, we slepen’, zoals hij dat graag zegt.

Drijvende moskee, ontworpen door Waterstudio voor de Verenigde Arabische Emiraten. Beeld Waterstudio.nl
Drijvende moskee, ontworpen door Waterstudio voor de Verenigde Arabische Emiraten.Beeld Waterstudio.nl

Die aanpak heeft nog een voordeel, zegt Olthuis. De drijvende stad kan worden gebouwd in delen, in havens en dokken rondom het IJsselmeer, waarna de apps een voor een naar de stad worden gesleept en aangekoppeld aan de rest. ‘Hier woon je dus niet eerst jarenlang op een bouwplaats, zoals in andere wijken in aanbouw. Je kunt de stad stukje bij beetje aan elkaar schakelen.’ De Graaf: ‘Een beetje als zo’n tetrisspelletje.’

Verderop zie je een sierlijk afgeronde, met zonnepanelen overdekte, dijkachtige structuur. Dat is een van de enorme, drijvende golfbrekers die de stad beschermen. Want Pampusstad is behalve tegen klimaatverandering en overstromingen ook bestand tegen stormen zoals die maar eens in de tienduizend jaar voorkomen.

We varen door de woonwijken, de auto hebben we bij een drijvende parkeergarage verruild voor een fluisterboot. Een aaneenschakeling van City Apps, bebouwd met wooncomplexen, twee-onder-een-kapwoningen en opvallend vormgegeven vrijstaande huizen trekt voorbij: Olthuis en De Graaf hebben ervoor gekozen een aantal woningen door de bewoners zelf te laten ontwerpen.

We zien hagelwitte watervilla’s en futuristische kantoren, maar ook knusse rijtjeshuizen, met haast altijd een bootje voor de deur. Er zijn gestapelde appartementen met daartussen pleintjes, parken, buurtwinkels en scholen. Wijken die je haast doen vergeten dat we hier op het water zitten, zo’n 5 meter boven de bodem van wat ooit de Zuiderzee was.

Toch is van alle ambitieuze ideeën in deze serie die van een zelfvoorzienende drijvende stad voor honderdduizend mensen misschien wel de meest nabije. Als het al een toekomstdroom ís. In de baai van Ha Long in Vietnam wonen honderden vissers al generaties lang in drijvende dorpen. En in Nederland werden de laatste jaren links en rechts wijken met drijvende woningen gebouwd – niet te verwarren met woonarken overigens, een juridisch onderscheid.

Ook diverse City Apps bestaan al in ruwe vorm. In Rotterdam experimenteert men met een drijvende stal met koeien erin. In het Buizengat bij Kralingen dobbert een drijvende tuin. En in de Bomhofsplas bij Zwolle drijft een compleet zonnepark, van 25 voetbalvelden groot.

Drijvende broeikas, ontworpen voor IJburg. Beeld Waterstudio.nl
Drijvende broeikas, ontworpen voor IJburg.Beeld Waterstudio.nl

‘In Nederland zetten we al eeuwenlang techniek in om land te maken uit water’, zegt De Graaf. ‘Dit is een logische vervolgstap.’ En er is een zekere noodzaak die ons het water in drijft, signaleert hij: ‘De meeste ondiepe plekken bij steden zijn zo onderhand al in gebruik. Je komt automatisch in dieper water terecht. En daar is het drijvende alternatief al snel goedkoper dan opspuiten met zand.’

Niet dat het met een vingerknip geregeld zal zijn. Vooral de bestaande bouwregels, gemaakt door en voor landrotten, veroorzaken problemen, bleek bij andere drijfwijken. Want hoe maak je een waterleiding die 80 centimeter onder maaiveld moet liggen en wat moet je aan met de aansluiting op het gemeenteriool? En is een dobberende wijk roerend of onroerend goed? Stuk voor stuk kwesties waar men bij de eerste waterwijken uit moest zien te komen: zo heeft men bij de Amsterdamse drijfwijk Schoonschip de leidingen van de nutsvoorzieningen uiteindelijk aangelegd onder de toegangssteiger.

Het is vooral even wennen aan het idee, denkt Olthuis. ‘Als ik je zeg: we gaan een Zeebodemstad maken, we pompen een zee leeg en bouwen een stad op de zeebodem, dan zou je daar ook aan moeten wennen. Toch hebben we dat al gedaan, in de Haarlemmermeer. Net als dat we al eens in een moeras Miljoenpalenstad hebben gebouwd: Amsterdam.’

Misschien nog wel het meest innovatieve van Pampusstad, legt De Graaf uit, zie je geeneens. Want bouwen op holle drijvende reuzenpontons van beton, kunststof, schuim of ijzer heeft een onverwacht voordeel: ‘Je hebt enorm veel kelderruimte’. En die wordt hier goed benut. Voor de opvang van regenwater, voor wasmachine en toilet. Voor de riolering, want de woonapps hebben een eigen waterzuivering onderin. Of voor iets anders: zo hebben sommige apps onderin een ruimte waar men met ledverlichting gewassen kweekt, terwijl sommige villa’s een onderwaterkamer hebben, met riant uitzicht op de vissen daarbuiten.

null Beeld Waterstudio.nl
Beeld Waterstudio.nl

Die vissen trouwens: ook zoiets. Een dooie boel hoeft het daar beneden helemaal niet te zijn, weet De Graaf intussen. Onderzoek met onderwatercamera’s bij bestaande drijvende structuren leverde nogal een verrassing: vaak ritselt het er van het leven. ‘In veel gevallen ontstaan er nieuwe ecosystemen. Mosselen hechten zich aan de platforms en zuiveren het water, vissen gebruiken het als schuilplaats. We hebben in elk geval niet kunnen aantonen dat er negatieve effecten zijn.’

Het is allemaal een beetje anders, in zo’n drijvende stad. Flexibeler, vooral: zo opperde Olthuis al eens dat het misschien mogelijk is apps zoals die met het stadion te verslepen naar het buitenland, als daar een belangrijk sportevenement is. ‘Een gastland moet eens in de vier jaar allerlei infrastructuur bouwen om de Olympische Spelen of een Wereldkampioenschap te huisvesten’, zei hij enkele jaren geleden tijdens een bezielde voordracht in Engeland. ‘Is het niet handiger als we die infrastructuur er gewoon heen kunnen slepen?’

Een drijvende stad voor honderdduizend inwoners, in tien jaar tijd – de bouwers zelf lijkt het geen enkel probleem. ‘De ontwerpen liggen klaar, de techniek is er. Het enige waaraan het ontbreekt, is de politieke wil’, zegt De Graaf. En Olthuis: ‘Dit is niet zo moeilijk. Pampusstad staat al op mijn netvlies gebrand.’

Aan de telefoon is de opwinding in hun stemmen te horen. De waterbouwers weten het zeker: verandering hangt in de lucht. Nederland loopt immers ‘helemaal vast’, signaleert De Graaf. In woningnood, verkeersdruk, in milieudruk en energieproblemen. ‘Uiteindelijk allemaal problemen die te maken hebben met ruimtegebrek’, analyseert hij.

Dan is dat water zo gek nog niet. ‘Hoe kan het nou dat ik in de file zit, terwijl daarnaast een heel leeg stuk water is waar je met je boot had kunnen varen?’, vraagt Olthuis zich af. De Graaf: ‘Dit gaat zeker gebeuren.’

Steeds talrijker, maar ook steeds opvallender en grootser zijn de opdrachten die de heren hebben in het buitenland. Een paar drijvende eilandjes bij Finland. Een drijvende toren in Dubai. Drijvende mangrovebossen, met vissenfarms en algenkwekerijen erbij, in Qatar. En in de Malediven: jawel, ’s werelds eerste, echte drijvende stad, voor tweeduizend inwoners en toeristen. De stad, waarvan de bouw in maart officieel is begonnen, zal bestaan uit kronkelende straatjes met suikergoedkleurige huizen erop, maar dan dobberend, in een lagune nabij de hoofdstad Male.

Drijvende stad bij de Maldiven. Beeld Waterstudio.nl
Drijvende stad bij de Maldiven.Beeld Waterstudio.nl

Kleine wereldwondertjes zijn het, al die structuren op het water. Hollands trots. Totdat zo’n buitenlandse klant Olthuis vraagt hoe het eigenlijk gaat met de wereldwonderen in zijn eigen land. ‘Ik schaam me kapot. Dan zeggen ze me: we komen gauw eens bij jullie kijken. En dan moet ik die mensen vertellen dat we hier nog niet verder zijn gekomen dan een paar drijvende wijken.’

Of nadert het omslagpunt? Door de klimaatverandering, de woningnood, de oplopende prijzen en de milieudoelstellingen? ‘Eigenlijk heb ik een ramp nodig. Een overstroming bijvoorbeeld’, zegt Olthuis nietsvermoedend, ruim een week voor de regenwatersnood in Zuid-Limburg, Duitsland en België. ‘We hebben de vraag naar woningen. We hebben de ruimte. Het klópt gewoon. En we gaan dit zo waanzinnig dubbel en dwars terugverdienen.’

Van de zeebomen tot de McFloat: de in dit artikel besproken ontwerpen bestaan echt.

Stratenmaker op zee?

Goed: de zee is niet de aangewezen plek om een drijvende stad te bouwen. Maar zou het kúnnen?

Natuurlijk, zegt zowel Olthuis als De Graaf. Ook hier liggen de, nog ruwe, ontwerpen al klaar. Zo studeert China op een drijvende stad van 10 vierkante kilometer in de Chinese zee. De Belgische architect Vincent Callebaut ontwierp eens een geheel zelfvoorzienende Waterleliestad waar 50 duizend klimaatvluchtelingen op zouden kunnen wegdobberen. En het Japanse bouwbedrijf Shimizu bedacht een drijvende wolkenkrabber van liefst een kilometer hoog, omringd door een breed plateau met landbouw en natuur erop – de wolkenkrabber moet niet omslaan immers. Stuk voor stuk projecten die het midden houden tussen opvallende visitekaartjes voor ontwerpers en min of meer serieus bedoelde vingeroefeningen – maar leven doet het idee wel degelijk.

‘Je moet bij een stad op de Noordzee niet denken aan zo’n open stad met gezellige watergangetjes’, denkt De Graaf. Buitengaats is alles immers ruiger, harder, woester. ‘Je zult flink wat uit de kast moeten trekken. Dit worden grotere platforms, meer een soort drijvende forten.’ Om die forten heen zouden de bouwers liefst opgespoten dijken maken, om de stad te beschermen – of in elk geval drijvende golfbrekers.

Belangrijk op zee wordt de zelfvoorziening, in voedsel en energie. Met membraanfiltratie zal men drinkwater uit zee winnen, denkt De Graaf. ‘En ik denk dat je op zee anders zult eten. Je zult hier aan aquacultuur doen in plaats van aan veeteelt en drijvende zeewier- en algenplantages hebben, voor de eiwitten.’

‘Technisch gezien kan ik elk gewas overal kweken’, zegt Leo Marcelis, hoogleraar tuinbouw in Wageningen en een expert op het gebied van ‘verticaal landbouwen’. ‘Maar goedkoop is het niet. Bulkproducten zoals rijst en granen zou ik toch gewoon inkopen en per schip laten bezorgen.’ Voor verse groenten maakt hij zich minder zorgen: ‘Je hebt niet veel ruimte nodig. Voor groenten en een aantal fruitsoorten is landbouw in lagen boven elkaar een mooie toepassing.’

Dat zou ook in de drijvers zelf kunnen, onder de gebouwen: de laatste jaren slaagde Marcelis erin uiteenlopende gewassen te kweken, puur op het kunstlicht van ledlampen. ‘Je hebt dan wel elektriciteit nodig. En veel ook’, waarschuwt hij.

Maar op zee hoeft energie niet de grootste belemmering te zijn. Juist de ruige omstandigheden maken dat de stad letterlijk drijft in de energie: af te tappen uit de golven met waterkrachtturbines, uit de wind met windmolens en uit de zon met drijvende zonneweides – die ook al op kleine schaal worden toegepast. ‘En met batterijen in de pontons zou je de energie kunnen opslaan’, zegt De Graaf. ‘Ik denk dat je zelfs makkelijk een stad kunt bouwen met negatieve emissies, een stad die meer CO2 opneemt dan dat ze uitstoot.’

Misschien realistischer is een drijvend vliegveld in de Noordzee. ‘Ook dat kan, technisch gezien’, zegt De Graaf. Zo experimenteerden Japanse bouwers al in de jaren negentig met een landingsbaan in de baai van Tokio, van aan elkaar gelaste pontons. Een baan van enkele honderden meters lang en tientallen meters breed: technisch is het geen probleem.

Wacht eens: zouden we niet zeeziek worden, in zo’n drijvende waterlelie, wolkenkrabber, fort of wat het ook is? ‘Misschien dat je zo eens in de tien jaar, bij een heel zware storm, een klein beetje zeeziek wordt’, erkent De Graaf. ‘Maar gelukkig hebben we uit de offshoretechniek enorm veel kennis over hoe je bewegingsziekte kunt voorkomen.’

De zes missies

Dit waren de zes missies die de wetenschapsredactie deze zomer onderzocht.

17 juli: Nederland CO2-negatief

24 juli: Einde aan laaggeletterdheid

31 juli: Niemand eet meer vlees (en niemand mist het)

7 augustus: Iedere winter een Elfstedentocht op ijs in Friesland

14 augustus: Alle diersoorten in Nederland op de rode lijst buiten gevarenzone

21 augustus: Zelfvoorzienende, drijvende stad bouwen

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen
Meer over