Op de rug van een inschikkelijke duivel

EEN PIEPKLEIN barretje in Lissabon, amper meer dan een veredelde huiskamer. Aan de toog hangt een tandenloze lotenverkoopster, die ons - een zestal schoolvrienden - haar dochter probeert te slijten....

Hoewel een onwaarschijnlijk tafereel als dit een prominente plaats in mijn geheugen is blijven innemen, kom je zo'n beschrijving zelden tegen in een reisgids. Het pas verschenen Lissabon, een logboek van José Cardoso Pires (1925) lijkt echter niet bestemd voor mensen die een stad het liefst met een kloek naslagwerk in de hand te lijf gaan. Volgens Cardoso hebben dergelijke 'geleerden op doorreis, die de kruisweg van de monumenten afwerken om hun culturele geweten te vriend te houden' het niet begrepen.

Je moet een stad 'aan de tand voelen', op zoek gaan naar haar 'intiemste innerlijk', naar haar geuren, stemmen, en humor. En dat doet de auteur dan ook, op een boeiende, hoogst persoonlijke tocht kriskras door Lissabon, die 'schuit met straten en pleinen erin'.

Maar hij laat niet alle monumenten links liggen. Met name bij standbeelden waarover iets verrassends te zeggen valt, staat hij even stil. Zoals dat van Koning Pedro IV. Naar verluidt had de Franse beeldhouwer die opdracht kreeg de Portugese monarch in eersteklas brons te gieten, in zijn atelier nog een beeld staan van keizer Maximiliaan. Hij schrok er niet voor terug dit werkstuk aan te bieden. Sindsdien staat de Mexicaanse keizer te doen of hij koning Pedro is.

Het beeld van de dichter en monnik Antonio Ribeiro Chiado is voor Cardoso aanleiding af te rekenen met het werk van deze 'onbeduidende en waarschijnlijk schuinsmarcherende rijmelaar'. Met leedvermaak constateert hij dat de 'boemelende monnik' tegenwoordig 'duivendiarree over zijn wangen schreit'.

Tegenover Chiado, op het terras van café A Brasileira zit Portugals beroemdste dichter, Fernando Pessoa, in brons gegoten aan een tafeltje. Ook van dit beeld moet Cardoso weinig hebben. Hij valt vooral over het feit dat Pessoa vaak in de regen zit - en ook nog eens zonder glas. Pessoa is, het kan ook niet anders, prominent aanwezig in het logboek. 'Pessoa, altijd Pessoa, Pessoa, ons noodlot', stamelt de auteur als hij hem in café O Americano voor de zoveelste keer tegenkomt.

Pessoa hoort niet bij Lissabon, hij is er toevallig, schreef August Willemsen in zijn magistrale essaybundel De taal als bril. Hij doelde op het feit dat je moeilijk kunt spreken van 'een Lissabon van Pessoa', omdat de dichter evengoed elders had kunnen vertoeven. Maar, zo laat Cardoso zien, na Pessoa's dood heeft Lissabon de dichter in een ijzeren omarming gesloten.

Op zijn wandelingen laat Cardoso ook andere schrijvers en kunstenaars de revue passeren. Voor een aantal van hen, onder wie de cartoonist Joao Abel Manta, weet hij onmiddellijk je belangstelling te wekken. Zijn lijst met namen is echter zo uitgebreid dat hij onmogelijk veel aandacht kan besteden aan elk van hen afzonderlijk.

Cardoso staat ook stil bij Lissabons trottoirmozaïeken en tegeldecoraties. Volgens hem vormen die 'meer dan al het marmer en graniet' de essentie van de stad.

Een van de meest geslaagde hoofdstukken is dat over de 'volksaard' van de inwoners van de Portugese hoofdstad, 'een haven- en fadovolk op de rug van een inschikkelijke duivel', dat doorgaans respectvol is, maar tijdens een onaangenaam gesprek 'een dun fluimpje spuugt en de spreker fijntjes de waarheid zegt'.

Een trefzeker en ontroerend portret van 'de oudjes uit het park' vormt een ander hoogtepunt. Cardoso had best meer aandacht mogen besteden aan de 'menselijke' kant van Lissabon; uiteindelijk zijn het toch de bewoners die de stad maken. Dan moet men mijn proza maar lezen, zal hij gedacht hebben. In een Nederlandse vertaling verschenen tot dusverre zijn Ballade van het hondenstrand en De kroonprins. In het logboek trakteert hij alvast op een aperitief, door zijn romanpersonage Sebastiao Opus Night op zijn tochten mee te voeren.

Sander de Vaan

José Cardoso Pires: Lissabon, een logboek.

Vetaald uit het Portugees door Catherine Barel & Arie Pos.

Bas Lubberhuizen; 96 pagina's; * 24,50.

ISBN 90 76314 071.

Meer over