OORLOG ZONDER WAPENS

Met Les Témoins schaart de Fransman André Téchiné zich in een lange rij van regisseurs die aids in een film een plek geven....

Ronald Ockhuysen

De 20-jarige Manu leeft erop los. De hoofdpersoon uit de Franse film Les Témoins zoekt werk in Parijs, en trekt daarom in bij zijn zus Julie, een operazangeres in opleiding die een kamertje bewoont in een derderangs hotel. Daar brengt Manu de dagen door in bed. In de avonden verruilt hij de kamer voor het nachtleven. In homoclubs en op cruise-plekken vindt Manu wat hij overdag zo node mist: vrijheid, aandacht en plezier.

Tijdens zijn dwaaltochten door nachtelijk Parijs ontmoet Manu de 50-jarige arts Adrien. Er groeit een vriendschap tussen de twee. Adrien introduceert Manu bij zijn beste vrienden Sarah en Mehdi, een ruimdenkend stel dat elkaar zoveel mogelijk loslaat. De komst van de mooie jongen doet de gevoelens van de diverse personen stuiteren. Politieagent Mehdi begint met Manu een intense affaire. Ze vrijen op geheime plekken wanneer ze maar kunnen. Geen van beiden voelt zich schuldig tegenover wie dan ook. Seks is een individueel recht waar de vaste partners niets over te zeggen hebben, vinden zij. Totdat Manu doodziek wordt. Dan blijkt plotseling dat vrije seks helemaal zo vrijblijvend niet is.

André Téchiné’s Les Témoins, vanaf vandaag in de filmtheaters te zien, is opgedeeld in twee delen. Na ‘de onschuldige jaren’, waarin iedereen ongedwongen zijn instincten najaagt, volgen ‘de oorlogsjaren’. De oorlog die in Les Témoins uitbarst, is er een zonder wapens of soldaten. Niettemin groeit het aantal slachtoffers in korte tijd snel. Ook de kranten getuigen ervan: steeds vaker zijn op prominente plekken foto’s te vinden van uitgemergelde lichamen, met daarbij vermeld het meest recente dodencijfer.

De naam van de mysterieuze oorlog is kort. Aids. Een ziekte als een moordzuchtige vijand. Alleen weet niemand in die jaren precies wie de vijand is, en hoe deze kan worden bestreden.

In Les Témoins kijkt de Franse regisseur Téchiné naar het begin van het aidstijdperk, ergens midden jaren tachtig van de vorige eeuw. Hij toont de ziekte als een speling van het lot, zoals oorlogen, natuurrampen en epidemieën dat nu eenmaal zijn. Aids is er in Les Témoins plotseling, en doet vervolgens zijn dodelijke werk. Het is aan de overlevenden hun conclusies te trekken.

Met Les Témoins schaart Téchiné zich in een lange rij van regisseurs die aids in een film een plek geven. De afgelopen twintig jaar is de ziekte een veelvuldig terugkerend onderwerp in scenario’s geworden – en dan gaat het over aids in de Westerse, welvarende wereld. Eerst vanuit een quasi-documentair perspectief (wat is dat eigenlijk voor een ziekte?), later als een metafoor met een bijna filosofische betekenis: waar grijpen leven en dood zo letterlijk in elkaar als tijdens een vrijpartij met een HIV geïnfecteerde partner?

Al kort nadat aids bij Westerse krantenlezers en tv-kijkers als ‘onbekend homovirus’ bekend is geworden, volgen de eerste films met personages die lijden aan de dan nog mysterieuze ziekte. De eerste golf bestaat uit brave, uitleggerige producties, met titels als An Early Frost (1985), No Blame (1988), Intimate Contact (1987), Men in Love (1990) of First Love, Fatal Love (1991). Over mensen en pech gaan deze schoolse drama’s, over de periode tussen hoop en wanhoop en de broosheid van geluk. Ook wordt er in dit soort films op gehamerd dat aidspatiënten geen zondebokken of schuldigen zijn.

Het duurt tot in de jaren negentig voordat Hollywood de tijd rijp acht voor een aidsfilm met grote commerciële potentie: in Philadelphia (Jonathan Demme, 1993) speelt Tom Hanks een homoseksuele jurist met aids. In deze Oscarwinnaar (beste mannelijke hoofdrol) – een uitvloeisel van de eerste, onderwijzende films over aids – draait het niet zozeer om de ziekte, maar om de homofobie van de advocaat die Tom Hanks bijstaat wanneer hij vanwege zijn ziekte ontslagen dreigt te worden. In lange rechtbankscènes overtuigt de advocaat, gespeeld door Denzel Washington, uiteindelijk ook zichzelf ervan dat aids niet mag worden gezien als een afrekening met homoseksualiteit.

Met de opmars van aids in de jaren tachtig en negentig sluipt bij een groot deel van de wereldbevolking angst het leven binnen. Plotseling blijken lust en dood dicht bij elkaar te liggen, en bestaat er niet meer zoiets als onbekommerd vrijen. De seksuele revolutie en de daarbij horende vrijheden krijgen in een klap het gedaante van een dodendans. De angst voor aids leidt tot angst voor seks en daarmee tot angst voor onszelf. Het is die basale angst waarmee filmmakers in de loop der jaren aan de slag gaan. Zij gebruiken de angst om het publiek aan hun film te binden, maar zien het ook als taak de angst te bezweren en van aids een ziekte te maken die uitstijgt boven een kwestie van leven en dood.

Van een noodlottige dood verandert aids in een symbool van kracht. Wie in films de ziekte heeft, is geen terminaal en beklagenswaardig figuur maar veeleer een spiritueel wonder – een wijs persoon die het menselijk lijden een filosofisch gezicht geeft.

Jennie, het meisje met aids in Larry Clarks Kids (1995), is de meest ontroerende en de meest sympathieke van het stel jongeren dat in de film wordt opgevoerd. Regisseur Joe Mantello gaat in Love! Valour! Compassion! (1998) alweer een stap verder: hij introduceert een aidspatiënt die ondanks diens korte levensverwachting veel geluk en liefde rondstrooit te midden van zijn cynische vriendenkring. In In America (Jim Sheridan, 2002) heeft de ziekte definitief zijn plek gekregen: hier heeft aids het gezicht van de zwarte buurman Mateo – een kunstenaar wiens lijf vol verfspatten zit. Mateo oogt nukkig, maar na een nadere kennismaking blijkt de doodzieke man een gevoelig en intelligent type. Het Ierse gezin dat bij hem in het New Yorkse appartementencomplex is komen te wonen, staat hij met raad en daad bij.

Kracht halen uit een slechte situatie – dat is iets waarop filmmakers een patent hebben. Zeker voor regisseurs in de commerciële sector is het belangrijk het publiek aan het slot van de film met een opgewekte conclusie naar huis te sturen. De naakte werkelijkheid van aids – onveilige seks leidt tot de dood – past niet in die manier van denken. Wie kan een positieve boodschap peuren uit een stervende jongen van 16, die de ziekte heeft opgelopen als schandknaap? Wat valt er te maken van een aids-patiënt van 32 die verliefd is geworden op wat achteraf een besmet persoon bleek te zijn? Of nog veel extremer: wie verzint een happy end bij het verhaal van de Groningse mannen die andere mannen op feesten drogeerden en verkrachtten met als doel het aids-virus over te brengen?

Niets van die donkere kant in de gemiddelde aidsfilm. En wanneer een patiënt zich wel verslagen en boos toont, zoals de zieke schrijver Richard Brown in The Hours van Stephen Daldry (2002) , dan is zijn lichaam zo breekbaar en teder gefilmd dat het een lucide uitstraling krijgt. Alsof het transcendentaal is.

Het is niet nieuw wat de filmmakers doen: het beeld van pijn ombuigen tot een waardig bestaan. Integendeel: het idee van het lijdende lichaam als de bron van het leven is zo oud als het christendom. In die zin sluiten passen de aids-films naadloos in een stokoude traditie. Evenals hun uiteindelijke boodschap: een wereld zonder pijn is een wereld zonder gevoel.

Maar met die traditionele visie doet de film zich ook te kort. Film is van alle kunst het sterkst verbonden met het realisme. Een filmmaker met ambities gebruikt de werkelijkheid als materiaal, als een verleidingsmiddel – een uitnodiging een wereld binnen te stappen die bekend voorkomt, maar bij nader inzien volslagen vreemd is. Een wereld vol angst bijvoorbeeld, een wereld waarin de dood voortdurend zichtbaar is, en waar lichamelijk verval al kan beginnen op zeer jonge leeftijd.

André Téchiné heeft net als zijn Hollywood-collega’s die ambitie niet. In Les Témoins is aids niets meer dan een kracht die mensen bindt.

Die verbondenheid komt het duidelijkst tot uitdrukking in de relatie tussen Sarah en Mehdi; hun huwelijk is na Mehdi’s bijna fatale gevrij met aids-patiënt Manu er veel beter op geworden omdat het echtpaar pas nu beseft hoe schaars de tijd van een mensenleven is.

Aids als middel tegen de dagelijkse sleur – dat is na ruim 20 jaar aidsfilms een pover resultaat.

Meer over