Ook kweekvissen hebben lichaamsbeweging nodig

Vis moet zwemmen, is het adagium van visfysioloog Arjan Palstra, maar kweekvissen doen dat te weinig. Dus dwingt hij ze in zijn lab in Yerseke. Ze knappen ervan op en - belangrijk voor de kwekers - ze groeien harder.

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

Dapper zwemt een groep jonge palingen tegen de stroom in. Door moeten ze, door... Het zoete water van voorheen is inmiddels zout geworden, het licht van de herfst reeds gedoofd - alles wijst erop dat ze de oceaan al bereikt hebben. Door nu, door naar de Sargassozee, waar het grote paaifeest kan beginnen...

Dat is althans het effect waar visfysioloog Arjan Palstra op hoopt. De alen worden bedot. Al zwemmen ze als een bezetene, in werkelijkheid komen ze niet van hun plek. Ze bevinden zich in een zwemgoot van onderzoeksinstituut Imares in Yerseke, waar de lichtsterkte, de stroomsnelheid, het zoutgehalte, en de temperatuur van het water nauwkeurig afgesteld kunnen worden.

'Palingen planten zich in gevangenschap niet voort', zegt Palstra, terwijl hij het verduisteringsgordijn rond de zwemgoot weer goed hangt. De palingkwekerijen zijn afhankelijk van de jonge glasaaltjes die elk jaar vanuit de Sargassozee, 6.000 kilometer verderop, hierheen komen zwemmen. Alleen in Japan slaagt men er in de voortplanting in gevangenschap te laten plaatsvinden, door de alen met hormonen in te spuiten. Palstra zoekt nu uit of het nabootsen van de palingtrek in zijn zwemgoot een gunstig effect heeft op de reproductie van de vissen.

Kweekcijfers

• Ongeveer de helft van de vis die in Nederland wordt gegeten is kweekvis.

• Het meeste daarvan wordt geïmporteerd, vooral uit Azië.

• In Nederland bestaat ruim 10procent van de visproductie uit kweekvis. Wereldwijd is dit meer dan 40 procent.

• In 2013 werd in Nederland gekweekt: 3.100 ton meervalachtigen, 2.885 ton paling, 150 ton snoekbaars, 120 ton steur, 100 ton tarbot, 70 ton forel, 60 ton yellowtail kingfish en 50 ton tilapia.

bron: Nederlandse Vereniging van Viskwekers (NeVeVi)

Vis moet zwemmen

Het is slechts een van de experimenten die de visfysioloog in Yerseke uitvoert. Het laboratorium is in feite een trainingshal, Palstra de zwemcoach op zoek naar het optimale trainingsschema voor zijn pupillen. 'Vis moet zwemmen', is zijn adagium - en in viskwekerijen gebeurt dat doorgaans onvoldoende.

'Veel gekweekte vissen zijn obees', zegt Palstra. Als je deze vissen forceert te gaan zwemmen, door het water te laten stromen, knappen ze vaak zienderogen op. Ze vertonen minder agressief gedrag en zijn beter bestand tegen ziekten. En, misschien nog wel belangrijker voor de kwekers, vissen die zwemmen groeien harder. Door de zwemtraining neemt de spiermassa toe. Dat bleek uit Palstra's experimenten met de geelvinmakreel (yellowtail kingfish) die veel in sushi wordt gebruikt: het gewicht van de yellowtails die zwemtraining kregen was binnen 18 dagen 46 procent hoger dan dat van de vissen die met rust werden gelaten, terwijl de hoeveelheid voer voor beide groepen gelijk was. 'Bovendien verschillen getrainde vissen onderling veel minder in grootte', zegt Palstra, 'en dat scheelt de kweker een hoop uitsorteerwerk.'

Hoeveel training optimaal is, hangt af van het beoogde resultaat. Wil je de vis zo veel mogelijk laten lijken op zijn neefje dat in de natuur rond zwemt? Voor de kweker hoeft dat niet per se de beste optie te zijn, vertelt Palstra. Wat consumenten willen kan bovendien door de tijd heen variëren. In Japan zweert de oude generatie bij wilde zalm, terwijl de jongeren tegenwoordig steeds vaker om de wat vettere, gekweekte forel vragen. Ook welke vis gezonder is voor de consument moet nog uitgezocht worden. In het vet van vissen zitten immers de alom geprezen omegavetzuren. 'Maar bij de obese exemplaren heeft dat vet zich vooral opgehoopt rond de organen', zegt Palstra, 'en die worden voor de consumptie verwijderd.' Daarnaast hangt de optimale training samen met het soort vis. Zalmen die in de natuur grote afstanden afleggen zullen gebaat zijn bij een duurtraining, snoekbaarzen en karpers, die alleen af en toe snelheid moeten maken, zou je ook een sprinttraining aan kunnen bieden.

Arjan Palstra. Beeld Linelle Deunk
Arjan Palstra.Beeld Linelle Deunk

Intensieve training

In een grote buis in het lab ligt intussen een eenzame paling wat te niksen. Gisteren was er een training - niet voor de vis maar voor buitenlandse studenten - en moest hij aan de bak, terwijl de studenten zijn stofwisseling in de gaten hielden door het zuurstofgehalte in het water te monitoren. Maar de studenten zijn weg, en hij is achtergebleven in zijn buis, net als de zalm in de buis naast hem overigens.

De buizen zijn perfect om de vissen niet als groep maar als individu te bestuderen, zegt Palstra. De onderlinge verschillen kunnen groot zijn, en dat is waarschijnlijk deels genetisch bepaald. Dat bleek bijvoorbeeld uit testen van een onderzoeksgroep uit Noorwegen, die een groep zalmen steeds sneller liet zwemmen en bijhield welke vis op welk moment uitviel. De zwakste exemplaren kregen vervolgens een intensieve training, waardoor de meesten uiteindelijk goed met de gemiddelde groep mee konden komen. Voor sommige zwakkelingen had de training echter geen enkel effect. 'Terwijl zelfs de inspanningsfysioloog van FC Barcelona zich nog met de trainingsprotocollen bemoeid heeft', weet Palstra.

Niet alle trainingen worden afgesteld op de behoefte van de kwekers. Ook natuurbeheerders tonen inmiddels belangstelling. 'Hier en daar probeert men vissen als steur en zalm te herintroduceren door gekweekte exemplaren uit te zetten', zegt Palstra. 'Maar de kweekvissen zijn toch een beetje de losers, die redden het vaak helemaal niet in de natuur. Ook daar proberen we iets aan te doen, door met beter getrainde vissen te komen.'

Terwijl Palstra terugloopt naar zijn kantoor begint de temperatuur in de zwemgoot van de palingen te dalen; de Sargassozee is weer een dag dichterbij gekomen.

Meer over