ONDER DOCTOREN

LATEN we het nog eens over dr C.W. Rietdijk hebben. Rudy Kousbroek omschreef de erudiete wis- en natuurkundige onlangs in NRC Handelsblad als een mysticus met een verminkt ego en een provinciaal wereldbeeld....

De tirade tegen Rietdijk maakt duidelijk dat Kousbroek inmiddels alle trucjes van het polemische metier onder de knie heeft. Andermans denkbeelden selectief weergeven, citaten uit hun verband rukken, karikaturen schetsen, de tegenstander kleinerend toespreken (bijvoorbeeld door het gebruik van de voornaam), over - in een zakelijk debat volstrekt irrelevante - persoonlijke drijfveren speculeren, met invectieven en venijnige, hoewel niet noodzakelijkerwijs nauwkeurige, kwalificaties strooien: Kousbroek draait er zijn hand niet voor om.

De toepassing van al die kunstgrepen levert in het gunstigste geval een grappig stukje op. Misschien is het leuk om Rietdijk getypeerd te zien worden als 'niets dan kip en geen kop', of om kennis te nemen van het vermoeden dat dit zogenaamde warhoofd wordt voortgedreven door 'banale afgunst'. Maar het is ook een beetje jammer te moeten constateren dat Kousbroek op zo'n Jan Blokker-niveau blijft steken.

Drie jaar geleden, in een rede bij de ontvangst van een eredoctoraat in de wijsbegeerte, deelde het intellectuele geweten van Nederland mee kritische discussie als het wezen van de filosofie te beschouwen. Deze zienswijze was ontleend aan Karl Popper. Van Sir Karl heeft Kousbroek helaas echter niet geleerd dat je je in een intellectueel debat niet al te gemakzuchtig moet richten op de zwakke punten in het gedachtegoed van de opponent. Als Popper zelf een theorie bestreed, interpreteerde hij deze eerst zo gunstig mogelijk, concentreerde zich vervolgens op de krachtigste argumenten van die theorie en verbeterde desnoods zelfs de tekortkomingen ervan.

Een dergelijke benadering zou bij de bestudering van De Contrarevolutie tegen de Rede (1975 en 1977), The Scientifization of Culture (1994) en het zojuist verschenen Wetenschap als Bevrijding zeker vruchten afwerpen. In deze boeken van Rietdijk wordt het klassieke Verlichtingsideaal met kracht verdedigd tegen structuralisten, postmodernisten, existentialisten en andere aanhangers van reactionaire filosofische denkmodes.

Rietdijk laat zien welke zegenrijke effecten de onstuitbare opkomst van de technologie heeft gehad. Met behulp van de techniek kan de rol van het toeval worden teruggedrongen. Er valt volgens Rietdijk bijvoorbeeld geen goede reden te bedenken om ons te onthouden van de manipulatie van genetische factoren. Waarom zouden we wel de maatschappij willen verbeteren, maar niet de mens? Wij proberen het immers voortdurend 'beter dan God' te doen door natuurlijke onrechtvaardigheden te corrigeren.

Tegen de door optimisme, dynamiek en expansiedrang gedomineerde bèta-sector steken het pessimisme, relativisme en gebrek aan toekomstvisie van de alfa's in de ogen van Rietdijk ongunstig af. Bij de intelligentsia die de lakens uitdeelt in de zachte sector, heerst ook een verlammend conformisme. Dit vormt één van de grootste obstakels bij het bewerkstelligen van vooruitgang.

Het onverdraagzame geestelijke klimaat heeft ertoe geleid dat het gevaarlijk is te wijzen op de risico's van grootschalige immigratie, de problemen van de multiculturele samenleving, de macht van de 'kansarmenindustrie', de excessieve bescherming van verdachten, mogelijke verschillen tussen rassen, het eventuele nut van de doodstraf.

Conformisme kenmerkt eveneens de culturele elite. Rietdijk weet, denk ik, niet zo veel van moderne kunst. Maar hij stelt wel de interessante vraag waarom een lid van het establishment zo veel krediet verliest als hij de draak steekt met schilderijen die je net zo goed op hun kop kunt hangen of met gedichten zonder kop of staart. Blijkbaar is er een mechanisme dat voorkomt dat mensen ageren tegen Who's afraid of red, yellow and blue en de poëzie van Lucebert.

Het is waar, in alle publicaties van Rietdijk zien we de gebreken die Kousbroek signaleert: de wat houterige schrijfstijl, de enigszins zelfgenoegzame toon, de vele herhalingen, de zo nu en dan tekortschietende argumentaties en op te weinig kennis van zaken berustende waarnemingen, het overdreven - en riskante - geloof in de zegeningen van de techniek.

We maken evenwel ook kennis met een boeiend, allesbehalve provinciaal wereldbeeld dat, met onverbiddelijke logica en zonder enige vorm van behaagzucht uiteengezet, de basis vormt van tegendraadse en leerzame observaties en ideeën.

Het is jammer dat de visie van de gedreven maatschapij- en cultuurcriticus uit Bloemendaal ten prooi is gevallen aan de columnist Kousbroek. Zij had beter besproken kunnen worden door Kousbroek de (ere)doctor in de wijsbegeerte. Dat wil zeggen: door een serieuze intellectueel die zich, in navolging van Karl Popper, bereid toont ook van andersdenkenden iets op te steken.

Meer over