Onder dieren

Een uniek, buitengewoon begaafd persoon. Zo noemt Thomas Kennedy van het tijdschrift National Geography de fotograaf Frans Lanting. 'Hij heeft de hersens van een wetenschapper, het hart van een jager en de ogen van de dichter.' Van Lanting verscheen het boek Oog in oog, waarin hij het dier in het...

ALS HET IN kunsthistorisch opzicht verantwoord is om Nan Goldin (kunst), Sebastiao Salgado (reportage) en Oliviero Toscani (mode) in één adem te noemen als exponenten van een humanistische revival in de fotografie van de laatste tien, vijftien jaar, dan moet aan dat rijtje misschien, en paradoxaal genoeg, ook een zeker zo beroemd dierenfotograaf als Frans Lanting (Rotterdam, 1951) worden toegevoegd. Evenals genoemde collega's tracht Lanting op zijn eigen deelterrein op een zo klein mogelijke afstand tot zijn onderwerp een maximum aan maatschappelijke en persoonlijke betrokkenheid uit te drukken, waarbij de heersende mores in het genre en vooral ook de grenzen ervan bewust worden overtreden.

Waar Toscani het uitgeputte politieke engagement van de 'sociale fotografie' uit de jaren zeventig en tachtig nieuw leven inblies door dat, in wisselend poëtische of documentaire varianten, met de beeldcultuur van de reclame te vermengen (de Benetton-campagnes), en waar Goldin er op haar beurt in slaagde om met ongekunstelde en indringende foto's van vrienden en kennissen uit de Amerikaanse underground opnieuw een geïnteresseerd en dankbaar publiek te vinden voor de museale fotografie, daar heeft Frans Lanting dankzij een combinatie van wetenschappelijke, journalistieke en lyrische talenten de natuurfotografie boven haar eigen platgeslagen clichés uitgetild.

Lanting, die in de jaren zeventig als econoom afstudeerde aan de Erasmus Universiteit, voor een aansluitende studie in Californië belandde en daar al snel inzag dat hij van zijn hobby zijn beroep moest en kon maken, zegt zich van de meeste natuurfotografen te kunnen onderscheiden doordat hij dieren op dezelfde manier en met dezelfde intentie fotografeert waarop een andere topfotograaf mensen portretteert.

Met vakgenoten die het oerwoud, de poolkap of de woestijn binnentrekken als Indiana Jones goes safari, en er zich dan nog vanaf maken door met een lange telelens obligate kalenderplaten te schieten, heeft hij nauwelijks iets gemeen, vindt Lanting. Hij wil dieren niet als units zien, niet als anonieme 'internationale kleurvogels' om met Gerard Reve te spreken, maar als individuen met aan die van mensen verwante impulsen en eigenschappen.

Zijn inspiratiebronnen zijn Edward Steichens The Family of Man, het oeuvre van Ernst Haas, de denkbeelden van de biologen Anton Koolhaas, Nico Tinbergen en Konrad Lorenz, en niet in de laatste plaats de avonturen als beschreven in Nils Holgerssons wonderbare reis van Selma Lagerlöf uit 1907, waarin de held van het verhaal reizend op de rug van een gans kennismaakt met de wereldfauna en de dieren belooft in hun naam te zullen spreken. Hij is 'een uniek, buitengewoon begaafd persoon', zei Thomas Kennedy, directeur fotografie van de National Geographic, Lantings belangrijkste afnemer, over hem. 'Hij heeft de hersens van een wetenschapper, het hart van een jager en de ogen van een dichter.'

'Ik wil werken vanuit een humanistische benadering van de natuur, zonder in de voor de hand liggende sentimenten te vervallen', zegt Lanting zelf. De fotograaf maakt deze weken een korte tournee door Europa ter gelegenheid van het verschijnen van Oog in Oog, een mooi, dik, glanzend en toch niet al te kostbaar boek waarin foto's uit de afgelopen twee decennia en uit diverse ongerepte aardse paradijzen zijn samengebracht.

Het is een monsteroplage en in meerdere talen uitgegeven door het Duitse Taschen - en het door president-directeur Benedict Taschen ('Ik zag in de manier waarop Lanting een aap fotografeerde Irving Penns portret van Picasso terug') zelf geleide publiciteitsoffensief is navenant. Net overgevlogen van de opening van de Eye to Eye-tentoonstelling in Washington, wist Lanting zich vorige week op de Frankfurter Buchmesse opgewacht door ten minste honderd buitenlandse journalisten, waarna jongstleden dinsdag een net zo overladen bezoek aan Nederland volgde, met onder andere een ontvangst ten paleize door Prins Bernhard.

De fotograaf verwerkt die overweldigende aandacht, en de bijbehorende nieuwsgierigheid over zijn werkwijze, door er erg on-sensationele verhalen tegenover te stellen. Niet de cameratechniek is belangrijk voor Frans Lanting, noch de extra hulpmiddelen die hij inzet om zijn doel te bereiken. Dat hij in de jungle een levend varken in een kooi in een boom omhoog hijst zodat de geur van het dier een luipaard op zijn spoor brengt, die vervolgens weer bij nacht door een automatische infrarood-camera wordt geflitst, dient als een uitzondering te worden aangemerkt. In het merendeel van de foto's in Oog in Oog was namelijk wel degelijk sprake van een niet gemanipuleerde mens-dier-confrontatie, en juist dan komt de Lanting-filosofie volledig tot haar recht.

Lanting kan voor het maken van één foto uren, dagen, weken, desnoods maandenlang geduld blijven opbrengen. Voorwaarde voor een geslaagde foto is dat een dier hem uiteindelijk in zijn nabijheid toelaat. 'De lichaamstaal waarmee je dat contact tot stand brengt, is instinctief', vertelt de fotograaf. 'Je tast voorzichtig en stapje voor stapje af wat een dier van je accepteert. De meeste dieren kunnen daar op een heel subtiele manier op reageren; je laten weten of iets mogelijk is ja of nee. Zaak is wel dat je net zo lang leert wachten als dieren zelf kunnen wachten. Een ijsbeer kan vierentwintig uur naast een wak zitten zonder een poot op te lichten.'

Lanting spreekt over dieren als over mensen. Een wilde kat kan uit zijn vel springen of nerveus zijn omdat 'hij net een rot-ervaring achter de rug heeft'. Een grizzly poogt 'een sfeer van privacy om zich heen te houden' dan wel zichzelf 'bewust bloot te geven in een natuurlijke omgeving', en zoals er verlegen jongens en meisjes bestaan, zo zijn er kennelijk ook verlegen dieren. Zelfs degenen die iebelig worden bij het horen van dergelijke, Grasduinen-achtige lievigheid zullen bij het zien van Oog in Oog moeten toegeven dat het waar is dat Lantings 'individuen' naar hem terugkijken, en dat de chemie van die interactie de schoonheid en de kracht, en eventueel de meerduidigheid, van zijn werk vormen.

Oog in Oog, Frans Lanting. De Nederlandse vertaling is verschenen bij Librero en kost f 49,90.

ISBN 3 8228 8393. In het Museon Den Haag opent vandaag een expositie met 's werelds beste natuurfoto's van 1996 en 1997.

Meer over