ColumnGeorge van Hal

Onder de chaos van een prop (toilet)papier schuilt een wereld van voorspelbaarheid

null Beeld

Bij het toiletbezoek staan twee groepen lijnrecht tegenover elkaar: zij die hun toiletpapier vouwen en zij die liever proppen. Doorgewinterde leunstoelpsychologen maken er al jaren een sport van om, niet gesteund door enige vorm van wetenschappelijk experiment, vouwers en proppers allerlei persoonlijkheidskenmerken toe te kennen. Sla er het internet op na en je leest al snel dat vouwers meer geordend zijn dan proppers, die volgens de overlevering vaak een wat chaotischer persoonlijkheid hebben.

Logisch, want zo’n verfrommelde prop ís ook veel chaotischer dan een keurig gevouwen vellenverzameling. Toch? Nou… dat ligt genuanceerd. Zoals een groep onderzoekers onlangs schreef in het vakblad Nature Communications: ‘Ondanks de ogenschijnlijke wanorde van het proces, zijn de statistische eigenschappen van verfrommelde vellen verbazingwekkend reproduceerbaar.’

Met andere woorden: onder de ogenschijnlijke chaos van een prop papier schuilt een verborgen wereld van voorspelbaarheid. Daarbij blijkt vooral de totale lengte voorspelbaar die je krijgt als je een verfrommeld velletje weer, eh, ont-frommelt, en vervolgens turft hoelang alle kreukels in het papier bij elkaar opgeteld zijn.

Het zijn namelijk die kreukels die in de fysica van het proppen de hoofdrol spelen. Ze blijken een manier voor een vel om zichzelf te beschermen tegen nóg meer schade, zo vertelde co-auteur Jovana Andrejević (Harvard) tegen de Amerikaanse krant The New York Times. ‘Een kreukel ontstaat wanneer een vel zich niet langer comfortabel voelt in zijn afgesloten ruimte. Als de stress in het vel daardoor toeneemt, moet er iets gebeuren om dat te verlagen’, zegt ze, en na een jaar vol lockdowns kunnen de meesten van ons zich daar wel wat bij voorstellen. ‘De kreukel is hoe zo’n vel dat oplost.’

Vouwen of proppen?  Beeld Getty
Vouwen of proppen?Beeld Getty

Hoewel twee dezelfde vellen bij het proppen in de praktijk meestal totaal andere kreukelpratronen ontwikkelen, bleek bij onderzoek van dezelfde groep in 2018 al dat de totale kreukellengte daarbij min of meer constant bleef. In het nieuwe artikel verklaren de onderzoekers nu ook waardóór dat gebeurt.

Het antwoord schuilt in het formaat van de gladde gebiedjes tussen de kreukels in. Die, zo beschrijven ze in het nieuwe artikel, volgen een zogeheten normaalverdeling. Dat is een in de natuur veel voorkomende statistische verdeling die je bijvoorbeeld ook ziet wanneer je de lengtes van een grote groep mensen gaat turven of als je de uitkomsten van het herhaaldelijk gooien met twee dobbelstenen noteert.

Zinloze kennis? Zeker niet. Meer inzicht in propfysica blijkt onder meer handig bij het ontwerpen van draagbare elektronica, het beschrijven van het gedrag van de aardkorst en bij het slim draaien van vellen grafeen tijdens de ontwikkeling van nieuwe batterijen. Dat het prop-adepten uiteindelijk óók fijne munitie oplevert voor de volgende toiletpapiergebruikruzie is daarbij mooi meegenomen.

Meer over